Column

Er lopen ook geitjes en hertjes in het park, die doen niks en zo hoort het

Rob SchoutenBeeld Maartje Geels

Ik was vanwege vakantie/familiebezoek, zegt u het maar, even in de Nederlandse gemeente met de flamingo's, leguanen, cactussen en dollars (of is het in dit geval 'op' de gemeente?).

Er varen gek genoeg geen veerboten tussen de Benedenwindse Eilanden, dus moest ik wel met een piepklein vliegtuig, dat ons afzette op een piepklein vliegveld. Bonaire's airport is een droom; geen slurven, ze taxiën tot bij de ingang, de aankomst- en vertrekhal is overdekt, maar in de buitenlucht. 

Er hangt een tiental mensen rond als in een café, taxichauffeurs wachten, zittend tegen de muur, op klanten. De echte gasten komen niet met het vliegtuig, maar met cruiseschepen, ladingen kale en grijze Amerikanen worden hier ontscheept, ze verdubbelen het aantal mensen in Kralendijk en vertienvoudigen de omzet.

Ik ben hier vooral omdat ik naar het nationale park wil, Washington/Slagbaai heet het. Een vorige keer dat ik hier was lukte dat niet, omdat ik met een te kleine, te laag hangende auto aan kwam zetten en het is heus moeilijk rijden daar, met onverwachte steiltes en gaten in de weg. Nu maar eens met een Toyota Hilux. Het verhuurbedrijf raadt me aan de auto niet op slot te doen op dit eiland. En mijn snorkel dan, en mijn rugzak? Niet doen, zeggen ze en ik ben een gehoorzaam mens. Zo weinig misdaad op een plek moet je ook belonen vind ik.

Overigens herinner ik mij dat hier een paar jaar geleden wel degelijk een Nederlandse agent, uit het korps dat hier de dienst uitmaakt, is vermoord. Echte paradijzen bestaan niet.

In/op deze Nederlandse gemeente

Met mijn witte truckje rijd ik naar het park waar ik vorige keer uit armoede een wandeling maakte waarvan ik hevig bloedend van de cactussen terugkeerde. Nu eindelijk het échte bezoek. Washington/Slagbaai is mooi, maar ook een beetje saai. Prachtige uitzichten op zee, maar wel heel veel cactussen, het is eigenlijk een soort speldenkussen. Ergens in dat speldenkussen stuit ik op een familie leguanen. Prachtige oerdieren zijn dat die je terug de tijd in nemen. Ze zijn in het algemeen niet agressief en hollen ook niet weg als je komt kijken.

Maar deze familie is anders. Dit zijn tokkies, hooligans. Vader komt stevig op me afgelopen, met in zijn kielzog vrouw en zoon. Ze willen wat van me, eten waarschijnlijk. En hoe mooi en bijzonder ook, ik besluit ze van me af te schudden. Dit is Bonaire, de deuren hoeven niet op slot, de leguanen zijn lief, maar hier, diep in het bos, leeft een andere soort met een ander regime. 

De grootste blaast zelfs een beetje tegen me. Ik weet nooit helemaal of zulke dissidenten niet de voorbode van Darwiniaanse mutaties zijn, dat we de vooravond van iets nieuws aanschouwen, maar ik weet wel dat ik dan liever naar de flamingo's ga kijken, uit de verte, een streep als ze aan komen vliegen, een krul in het water. Want ik behoor tot de meer laffe bewoners van deze aarde, die niet tegen agressie en boosaardig sissen kunnen, maar wel tegen roze vogels.

Er lopen trouwens ook geiten en hertjes in het park, die doen niks en zo hoort het in/op deze Nederlandse gemeente van snorkels, rugzakjes en badgoed.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden