Er komt voorlopig geen einde aan de impasse in het Rif-gebergte

Gescheiden protesten van vrouwen en mannen in Al-Hoceima. Beeld REUTERS

Duizenden mensen in het Rif-gebergte demonstreren tegen de situatie in hun regio. Ze voelen zich achtergesteld. Is dat terecht?

Voor de toerist heeft Marokko alles te bieden: de beste keuken van de regio, de hoogste bergen, twee zeeën en een enorme culturele diversiteit. Maar wie er langere tijd doorbrengt, ontdekt al gauw de schaduwkant: het zware bestaan van de mensen in de bergen, de armoede in de steden en de enorme verschillen in rijkdom. Sinds een aantal maanden demonstreren duizenden mensen in het Rif-gebergte tegen de situatie in hun regio. De Rif-beweging, genaamd Hirak al-Shaabi ('Volksbeweging'), eist verbetering van de leefomstandigheden van de inwoners van de Rif en een einde aan de corruptie en repressie.

Het Rif-gebergte kampt al decennia met politieke problemen. Begin vorige eeuw was het gebied het strijdtoneel tussen de guerrilla's van Abdel Krim al-Khattabi en de Spaanse bezetter. Wat Julius Civilis is voor Nederland - de Bataafse held die de Germaanse stammen wist te verenigen in de strijd tegen de Romeinen - dat is Abdel Krim voor Marokkanen. Hij slaagde er begin vorige eeuw in om de stammen in de Rif te verenigen tegen de kolonisator. Hij bracht zowel Riffijnen bijeen als de Jebala. Deze alliantie was onder meer verantwoordelijk voor de uitkomst van een van de spectaculairste veldslagen uit de geschiedenis: met nog geen drieduizend slechtbewapende strijders joeg Abdel Krim in 1921 in het plaatsje Annual meer dan twintigduizend kolonialen over de kling. De Spanjaarden haalden vervolgens de Fransen erbij, en alleen met hulp van chemische wapens en massale bombardementen wisten zij Abdel Krim op de knieën te krijgen.

Na de Marokkaanse onafhankelijkheid in 1956 ging het opnieuw mis in de Rif. In 1957 kwamen de mensen niet in opstand tegen de buitenlandse bezetter, maar tegen de staat. Het koningshuis was bang om te eindigen als dat van Tunesië, Irak en Egypte - deze waren kort daarvoor omvergeworpen. Prins Moulay Hassan (de latere koning Hassan II) sloeg de opstand met grof geweld neer. Duizenden inwoners van de Rif kwamen daarbij om het leven, en het verzet was gebroken. Sindsdien werd de regio tot militaire zone verklaard en de regering investeerde vrijwel geen cent in de Rif. Veel inwoners vertrokken in de jaren zestig naar Europa als gastarbeider, met de zege van koning Hassan II.

Repressie

Terwijl de Rif was onderworpen, nam de repressie in andere delen van Marokko toe, met name in de grote steden. Tussen de jaren zestig en tachtig werden duizenden progressieve studenten het slachtoffer van zuiveringen. Duizenden werden gearresteerd en afgevoerd naar gevangenissen - een groot aantal kwam nooit meer terug.

Met het aantreden van de huidige koning Mohammed VI in 1999 kwam er verandering, zowel voor de Rif als voor de andere slachtoffers van zijn vader. Mohammed VI investeerde in gebieden die door zijn vader bewust werden verwaarloosd, waaronder het platteland, het noorden en de verpauperde wijken in de grote steden. De middenklasse is in de laatste jaren iets groter geworden, maar blijft vergeleken met andere landen in de regio bijzonder klein en kwetsbaar. De veranderingen gaan voor veel Marokkanen niet snel genoeg.

In de Riffijnse stad Al-Hoceima begonnen vorig jaar demonstraties na de gruwelijke dood van visverkoper Mohsin Fikri. Hij probeerde zijn visvangst te redden, nadat de opdracht was gegeven door de lokale autoriteiten om deze te vernietigen. Toen de vissen dreigden te worden vermalen in een vuilniswagen, sprong hij zijn vangst achterna. Daarbij werd hijzelf vermalen. De demonstranten eisen onder meer een einde aan de corruptie, nieuwe wegen, ziekenhuizen, scholen en een universiteit. De mensen voelen zich achtergesteld ten opzichte van andere regio's.

Beeld AFP

Hoewel de Rif beslist arm is, behoort het gebied al jaren niet meer tot de armste plattelandsregio's van het land. De centrale en oostelijke regio's Errachidia en Midelt zijn bijvoorbeeld vele malen armer, net als de zuidwestelijke regio's Essouaira en Chichaoua. De armoede en de algemene malaise is daar zo groot, dat zij het zich niet kunnen veroorloven om te demonstreren.

De verschillen tussen de economische positie van de Rif en de andere delen van Marokko is lang niet zo groot als die tussen stad en platteland. De Wereldbank merkte in een rapport uit 2004 terecht op dat Marokko uitzonderlijk veel 'enclaves van armoede' en 'eilanden van welvaart' telt.

Ophoping ellende en rijkdom

De beschuldigingen aan het adres van de regering dat de steden aan de Atlantische kust worden voorgetrokken, is niet helemaal terecht. De ophoping van ellende en rijkdom vindt overal plaats, ook binnen de westelijke kuststeden. Zo is Casablanca dan misschien officieel de rijkste stad van Marokko, maar ze huisvest ook een derde van alle krottenwijkbewoners van het land. De krottenwijken van Casablanca zijn bevolkingsrijker (490.000) dan de hele regio Al-Hoceima (395.000), de Casablancaanse krottenwijk Sidi Moumen telt zelfs vijf keer zoveel inwoners (289.253) als de hele stad Al-Hoceima (56.000).

De tegenstelling tussen stad en platteland is pas echt zichtbaar als het gaat om de gezondheidszorg. Zo hoeft honderd procent van de stedelingen nooit verder dan vijf kilometer te reizen om een ziekenhuis te bereiken. Bij plattelandsbewoners is het andersom: 99 procent moet minstens 5 kilometer afleggen voor een ziekenhuisbezoek. Zij hebben daarnaast meestal geen toegang tot vervoersmiddelen als auto of taxi. De staat stuurt wel verplegers het land in om de plattelandsbevolking te steunen - ze reizen of per brommer of per ezel - maar dit gaat slechts om een paar basale medicijnen.

In Al-Hoceima en omstreken demonstreren mensen voor meer ziekenhuizen, en dat is ook niet vreemd. In deze regio is per 1900 inwoners slechts één ziekenhuisbed beschikbaar - dit is onder het landelijk gemiddelde van 1200 inwoners per bed. Als het gaat om het aantal artsen per inwoner van de bevolking, dan behoort de Rif weer tot de middenmoot: alle regio's (met uitzondering van Rabat) voldoen niet aan de minimumeis van minstens 2,3 artsen per duizend inwoners van de bevolking, zoals opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Hoewel de zorg in de Rif erbarmelijk is, schiet deze in het hele land tekort, en in veel gebieden is deze nog vele malen slechter. Zo hoort Marokko volgens het Wereld Gezondheidsrapport uit 2006 bij de 57 landen met het ernstigste tekort aan medisch personeel. Niet alleen het artsentekort is een probleem, maar ook de kwaliteit en prijs van zorg. Zo werkt 45 procent van alle artsen in de private zorg. Kartelvorming binnen de private sector draagt daarnaast ook nog bij aan het tekort: artsen die goedkope en kwalitatief goede zorg aanbieden, wordt het werk onmogelijk gemaakt middels dubieuze inspectierondes en kafkaëske regels.

De regering heeft beloofd vaart te maken met de projecten in de Rif, maar treedt tegelijk hard op tegen de demonstranten. Waarschijnlijk wil de regering daarmee voorkomen dat andere delen van het land het voorbeeld van de Rif volgen en protesten inzetten om nieuwe investeringen af te dwingen. Maar de protesten dreigen hierdoor juist een eigen leven te gaan leiden. Eerst demonstreerden de mensen voor verbetering van de economische situatie en tegen de corruptie, nu demonstreren ze ook voor de vrijlating van de mensen die verbetering eisten.

Er lijkt voorlopig dan ook geen einde te komen aan de impasse. Sterker, de protesten zullen waarschijnlijk toenemen, evenals de repressie. Activisten slagen erin meer mensen te mobiliseren, maar als zij de zorgen van veel andere burgers negeren, dan kan hun succes zich ook tegen hen keren. Veel Marokkanen houden zich eerder afzijdig uit vrees voor instabiliteit - vooral na het zien van alle ellende in het Midden-Oosten die voortvloeiden uit de Arabische Lente - dan uit politieke apathie. Ook in de Rif blijft het op sommige plaatsen opvallend kalm, zoals in de stad Chefchaouen. Mochten de protesten uit de hand lopen en het dagelijkse leven hinderen, dan kan de behoefte aan stabiliteit het winnen van de strijd voor sociale rechtvaardigheid.

• De Rif

De Rif is gelegen in Noord-Marokko. Het gebied begint ten zuiden van Tetouan en loopt door tot de oostelijke stad Ras Kebdana. De stad Taza vormt het grensgebied in het zuiden.

In het westelijke deel wonen vooral de Arabisch- en Ghomari-sprekende Jebala. In het middendeel, waar onder meer Al-Hoceima en Nador liggen, wonen voornamelijk Riffijnen en verder naar het oosten spreken de mensen weer Arabisch.

Tekst loopt door onder kaart

De Rif Beeld Sander Soewargana

• Marokko is de grootste exporteur van cannabis

Veel inwoners van de Rif beschikken over een extra inkomstenbron, een die niet wordt meegenomen in de officiële statistieken over de economie, namelijk de cannabisteelt en -handel. Marokko is wereldwijd de grootste exporteur van cannabis, een industrie waar jaarlijks rond de tien miljard euro in om gaat. Het grootste deel van de cannabis wordt geproduceerd in de Rif. Rif-leider Abdel Krim had in de vorige eeuw cannabis nog uitdrukkelijk verboden omdat het in strijd was met de islam, maar tegenwoordig verdienen er volgens schattingen rond de 140.000 mensen een extra boterham met de cannabisindustrie, en leven rond de miljoen mensen hiervan (een vijfde van de Noord-Marokkaanse bevolking).

De cannabistelers verdienen gemiddeld tussen de 2650 en 3500 euro per jaar met de productie. De cannabishandelaren uit de Rif verdienen er daarentegen grof geld mee. De drugsdealers investeren een klein deel in de plaatselijke economie, maar vooral in dure spullen, feestjes in Marrakech en vastgoedprojecten in Tanger, Tetouan en de Zuid-Spaanse stad Marbella.

De cannabisindustrie in de Rif is in de laatste decennia explosief gegroeid. De Spaanse landbouwkundige Pasqual Morena, een vooraanstaand onderzoeker op het gebied van cannabisproductie, was tijdens een bezoek aan de Rif in 2003 diep geschokt over de omvang van de industrie: "Ik kom al 25 jaar naar Marokko, maar ik heb dit nog nooit gezien." De cannabisindustrie werd daarna hard aangepakt, maar heeft zich hersteld. In de laatste jaren is het hart van de cannabisindustrie verschoven: niet langer vormt Chefchaouen of Ketama het epicentrum van de cannabissector, maar de regio Al-Hoceima.

De cannabishandel zorgt ook sociale en politieke instabiliteit. Wanneer de staat de teelt aan banden probeert te leggen, neemt het risico op protesten toe. Dit gebeurde in 2013 in de stadjes Beni Jmil en Ketama.

Meer dan 48.000 cannabistelers en -handelaren staan in de Rif op de opsporingslijst. De boeren zijn kwetsbaar voor afpersing door overheidsfunctionarissen. De rijkste drugshandelaren kunnen hun vrijheid afkopen. Het zijn niet alleen de mensen in de Rif die verdienen aan de handel: lokale en nationale veiligheidsfunctionarissen zijn vaak betrokken bij de corruptie en de drugsindustrie.

De cannabisndustrie in de Rif zorgt bovendien voor ecologische en economische schade op de lange termijn. Bossen maken plaats voor hennepvelden, en de bodem raakt in snel tempo uitgeput. De boeren blijven uiteindelijk met waardeloze grond achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden