Onderzoek

Er komen geen mantelzorgers bij

Beeld thinkstock

Het kabinet zet in op sterke groei, maar in werkelijkheid neemt het aantal mantelzorgers nog niet toe.

De omvang van mantelzorg is in 2015 niet toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor, terwijl de overheid juist inzet op meer eigen verantwoordelijkheid van burgers. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat zowel de informele hulp als die van professionals aan zelfstandig wonende Nederlanders in kaart bracht. Bijna twee miljoen mensen kregen in 2015 zorg en ondersteuning aan huis, zoals hulp bij het wassen, boodschappen doen of aankleden.

Zo'n 9 procent van de bevolking kreeg hulp van het eigen sociale netwerk (zoals partners, vrienden of buren) bij dagelijkse handelingen als schoonmaken of aankleden. Dat is evenveel als in 2014. "We hadden wel een verschuiving verwacht, gezien de beleidsveranderingen", zegt SCP-onderzoeker Debbie Verbeek-Oudijk. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de hulp aan mensen die niet meer zelfredzaam zijn. Daarbij doen ze een groter beroep op de 'eigen mogelijkheden' van burgers en hun sociale netwerk dan voorheen.

Dat lijkt nog niet altijd van een leien dakje te gaan: zo'n 8 procent van de Nederlanders zegt dat ze meer hulp nodig hebben dan ze ontvangen. Twee derde van hen ontvangt al een vorm van zorg en ondersteuning, een derde nog helemaal niet. "Het is een erg grote groep", zegt Verbeek-Oudijk, die gespecialiseerd is in ouderenzorg en mantelzorg. "Er is vooral meer behoefte aan hulp in het huishouden en begeleiding, zoals dagopvang of het leren omgaan met een beperking. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen wel hulp nodig hebben, maar er niet om vragen. Gebrek aan kennis bijvoorbeeld, of moeite om een aanvraag in te vullen."

De lange adem

Komt de participatiemaatschappij dan niet zo goed op stoom als gehoopt? Dat is een te boude conclusie, denkt Verbeek-Oudijk. "2015 was een overgangsjaar met allerlei nieuwe regelingen. Het zou best kunnen dat de mantelzorg inmiddels wel toeneemt."

Volgens Anita Peters is de transitie naar meer eigen verantwoordelijkheid een kwestie van de lange adem. "De kant die we opgingen, met allerlei instituten die bepalen wat er achter de voordeur gebeurt, was niet goed", zegt de expert informele zorg bij kenniscentrum Movisie. "Ik ben blij dat we dat tij hebben gekeerd. Inzetten op eigen verantwoordelijkheid is prima. Maar de transitie van de jaren veertig en vijftig, toen de zorg in Nederland juist van thuis verschoof naar instituties, duurde óók jaren.

Ze merkt wel dat mantelzorgers zichtbaarder worden. "Er is continu aandacht voor, in tv-programma's of met de uitreiking van de Mantelzorg Awards. Dat is een goede zaak, want uiteindelijk moeten mensen er ook voor kunnen kiezen om in complexere situaties te mantelzorgen. Daarbij is er vanuit de werkgevers en gemeentes nog wel wat te doen. In complexe situaties krijgen mantelzorgers niet alleen te maken met de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) maar met allerlei andere wetten. Het zou mooi zijn als gemeentes de service bieden om inwoners daarbij te helpen."

Veertig procent van de Nederlanders kent Wmo-loket niet

Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015 kunnen mensen terecht bij het Wmo-loket van hun gemeente voor de aanvraag van huishoudelijke hulp, begeleiding, woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoer.

Ongeveer 60 procent van de Nederlandse volwassenen is bekend met het loket en ongeveer 5 procent heeft er daadwerkelijk contact gehad.

De lagere inkomensgroepen hebben iets vaker contact met het loket dan mensen met hogere inkomens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden