Er is weer veel vraag naar bakstenen in Zuid-Libanon

De Israëlische marine verhindert al drie weken Libanese vissers om uit te varen, in Kafr Roemaan begroeven ze na een week bombardementen vier doden, en Joesif en zijn vrouw rekenen uit hoeveel mensen hun familie in de oorlog heeft verloren: vijftien. Vrede willen ze graag, maar een betere dan die in Gaza. En mevrouw Joesif wil dichte grenzen. Zuid-Libanon: tussen het aambeeld van Hezbollah en de hamer van Israël.

SIETSKE GALAMA

De vissersvloot van Sidon bestaat uit zo'n 300 flinke roeiboten, elk bemand door twee of drie vissers. Het vissen gebeurt nog op kleine schaal, maar is wel de broodwinning voor ruim 400 families. “Dat de boten nu binnen zijn is niet vanwege de blokkade”, vertelt Sadik (38), visser in Sidon. “We vissen overdag niet. Overdag zie je de Israëliërs ook niet. Wij varen 's nachts uit, dan zien de vissen het net niet, en ze komen naar het licht toe dat je op de boot hebt.” Maar 's nachts vaart Sadik ook niet meer uit. “De Israëlische marine komt rond middernacht, vaart langs de boot, en vertelt je dat je terug moet. Als je niet direct reageert, schieten ze je boeien lek die je netten omhoog houden, dus dan zinkt je net. En wie betaalt je nieuwe netten?” Op de plaatselijke vismarkt zijn de prijzen gestegen, want de vis moet nu uit Beiroet komen. Sadik: “In Tyrus kunnen ze al bijna een maand niet uitvaren. Sommigen vissen overdag, maar je vangt niets. Wij varen nu overdag langs de kust richting Beiroet, en vissen daar. Een langere trip, maar het kan niet anders.”

De boerennederzetting Kfar Roemaan, in het binnenland van Zuid-Libanon, is net bekomen van een week bombardementen, en maakt zich klaar voor de volgende week. De ruim 900 inwoners hebben na een regen van 250 granaten vier doden begraven. Joesif Aboe Zaid verloor zijn nicht en haar dochter. Hij laat het huis zien. De tuin ligt er omgeploegd bij, en de muur zit vol met gaten. “Dit is een 120 mm-granaat die ontploft net boven de grond zodat het ijzer alle kanten opslaat.” Zijn nicht raakte gewond in de nek en stierf direct. Haar dochter haalde het ziekenhuis in het nabijgelegen Nabatia nog net, maar de middag niet. “Joesif heeft nu bakstenen muurtjes voor de ramen van zijn huis geplaatst.” “Mijn dochter is die dag in haar gezicht geraakt, dus ik ben voorzichtig geworden. Het is niet zeker dat er nog iets zal gebeuren, maar het gaat zo al sinds 1986, dus het zal nog wel een tijdje doorgaan ook.” Zijn huis is er op ingericht, compleet met schuilkelder. “We worden meestal 's nachts of 's ochtends beschoten. Als het verzet een operatie uitvoert, kun je binnen een halve dag een vergeldingsactie verwachten. Aangezien het verzet vooral 's nachts aanvalt, is dat 's nachts of 's ochtends. Maar we worden vaak zonder duidelijke aanleiding beschoten. Een raket hier, een kogel daar. Er zit weinig lijn in, wat het angstig maakt, omdat je nooit weet wanneer je iets kan verwachten.” Hij wijst vanuit het raam naar een nabijgelegen heuveltop. “Daar zitten ze. Je kunt ze rond zien lopen.” De post van het Zuidlibanese leger (SLA) is inderdaag zo dichtbij dat je de motor van de tank hoort die naar de post toerijdt. “Aan deze kant van het huis zitten we niet. Mijn kinderen mogen hier niet spelen.”

Aboe Riaad (43) is bakstenenfabrikant in Kfar Roemaan. “Een goede week gehad, al had ik mijn stenen natuurlijk liever om een andere reden verkocht. Iedereen wil bakstenen voor de ramen zodat je binnen tenminste veilig bent. Ik denk dat de mensen toch inzien dat het wel eens een hele lange weg naar de vrede zou kunnen zijn, nu de zaken in Gaza en Jericho niet zo best lopen.” De situatie tussen Israël en de Palestijnen heeft invloed hier, de vredesbesprekingen worden met andere ogen bekeken nu. Aboe Riaad: “Natuurlijk willen we vrede, want iedereen is hard aan rust toe, wij net zo goed als de Israëliërs. Maar als ik zie wat voor vrede de Palestijnen hebben gekregen, dan ben ik niet meer zo positief”.

Joesif gelooft nog wel in een vrede “maar niet in mijn tijd.” Met zijn vrouw zit hij op de bank de leden van zijn familie te tellen die vanwege Israëlische beschietingen zijn gesneuveld. “Je broer, en zijn dochter, en dan is er nog oom Fadl. En oom Djihad, heb je oom Djihad al geteld?” Het duurt even voordat ze eruit zijn. “We hebben een grote familie glimlacht zijn vrouw verontschuldigend, maar uiteindelijk komen ze op vijftien. Zijn vrouw is tegen algehele vrede.” “Geen vrede zoals tussen Iraël en Egypte. Ik wil enkel een einde aan de beschietingen over en weer. Dat iedereen in rust leeft, maar geen open grenzen en ambassades. Er is zoveel bloed vergoten tussen ons, dat kan je niet vergeten. Mijn vader is in 1975 door christenen vermoord in Beiroet. Ik zal dat nooit vergeten, en dat waren Libanezen. Denk je dat ik ooit vergeet wat ons door de Israëliërs is aangedaan?”

De legerpost in Kfar Roemaan ligt nog dichter bij de post van de SLA dan het huis van Joesif. Met het blote oog kun je mensen, soldaten, zien rondlopen. “Niet wijzen”, benadrukt de sergeant. “Ze volgen je met een verrekijker en kunnen je hier zelfs met een gewoon pistool raken.” De 'oogst' van de vorige zondag ligt keurig op het tuinmuurtje. “27 120 mm-granaten, die komen uit Mardjajoen, 63 81 mm-granaatscherven van wat die tank daar op de heuvel afschiet. We hebben niet alles opgeraapt, want ach, je weet niet of het van deze zondag was of van een andere dag.” Ze hebben strikte orders niet terug te schieten. “De Israëliërs hebben vliegtuigen, helikopters, zwaarder geschut dan wij, dus daar kunnen we maar beter niet aan beginnen. Ze schieten ons zo uit de grond.”

Niet iedereen is blij met het leger. Ziad: “Het verzet vecht weleens vanuit het dorp. Vanachter een huis, of een stel bomen, schieten ze met een RPG of een machinegeweer in de richting van de post en verdwijnen dan weer. Dat duurt maar een minuut, maar wij zitten hier als sitting ducks, kunnen nergens heen. Het leger ziet dat, en doet er niets aan.” Kan hij er zelf niet iets van zeggen? “Dat meen je niet serieus. Dat kan je je leven kosten. Als je tegen het verzet bent, dan moet je dus wel een Israëlische spion zijn.” “We vechten voor jullie”, zeggen ze. Ik ben niet tegen het verzet, maar wel tegen het feit dat ze vanuit de dorpen vechten, want de bevolking betaalt ervoor. De Israëlische regering vindt ook dat de Libanese regering te weinig doet aan dit soort acties.

De Israëlische premier Jitschak Rabin meent dat de blokkades en de bombardementen niet op Libanon zijn gericht, maar dat het vergeldingsacties zijn tegen Hezbollah-guerrilla. Volgens Rabin doet de Libanese regering weinig aan groeperingen die vanaf haar grondgebied de Veiligheidszone aanvallen. Libanon ziet het anders. Een woordvoerder van de Libanese minister-president: “Israël probeert Libanons standpunt inzake de vredesbesprekingen te splitsen van de Syriërs door deze maatregelen. Het zijn geen vergeldingsmaatregelen, want de Israëliërs weten heel goed dat als er vrede wordt gesloten met Syrië, de Hezbollahs in Libanon patatten kunnen bakken. Telkens als Christopher in de regio komt worden wij gebombardeerd. Het wordt routine. En wij zullen ons standpunt niet onder dwang veranderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden