'Er is te weinig in de jeugd geïnvesteerd'

Volgens Paul Haldan gloort er voor het mannentafeltennis pas weer hoop bij de huidige generatie cadetten

Aan de muur van het restaurant in sportpaleis Ahoy hangen foto's van tafeltennissers met wie Nederland in het verleden goede sier maakte op internationale toernooien. De foto's zijn in zwart-wit afgedrukt en daarmee wordt onbedoeld aangegeven dat voor successen van Nederlandse mannen de klok ver teruggedraaid moet worden. En de nabije toekomst ziet er vooralsnog ook niet rooskleurig uit.

Een van de oud-spelers in de fotogalerij is Paul Haldan, zesvoudig Nederlands kampioen, twee keer EK-kwartfinalist en bij de laatste zestien op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992. Sinds vorige zomer heeft hij zitting in het hoofdbestuur van de Nederlandse tafeltennisbond NTTB, met topsport in zijn portefeuille. "De bond heeft lange tijd niet voldoende geïnvesteerd in de jeugd", zegt Haldan (46). "De prioriteit lag bij een paar man en niet bij een grote groep."

Op de WK in Rotterdam werd duidelijk dat de Nederlandse mannen een marginale rol spelen op internationaal niveau. Niet één van de zeven spelers haalde het hoofdtoernooi, en dat was geheel volgens de verwachting. Voor de huidige lichting junioren, van wie een aantal in sportpaleis Ahoy actief was, ziet Haldan weinig perspectief. "Deze jongens hebben te laat de keuze gemaakt om met tafeltennis bezig te zijn. Ze trainen hard, ik zie ook wel vooruitgang, maar niet voldoende om aansluiting te vinden."

Meer heil ziet Haldan in de generatie cadetten, met spelers als Koen Hageraats (16), Rajko Gommers (15) en Martin Khatchanov (15). "Ik ben door topcoaches uit Europa aangesproken over het hoge niveau van deze groep. Het betekent nog niets, maar het is wel positief." Haldan vindt dat de bond fouten heeft gemaakt door te lang door te gaan met oudere spelers van wie duidelijk was dat zij de Europese subtop niet gingen halen. "Dan moet je rigoureus zijn en afscheid van ze nemen."

Sinds een aantal jaar verblijft een groep talenten intern op Papendal. Daar verrijst straks een hal waar de tafeltennissers 24 uur per dag gebruik van kunnen maken. Haldan tempert de verwachtingen die een dergelijke constructie oproept. "In vergelijking met alle Europese landen zitten we met onze faciliteiten ver onder het gemiddelde. De Belgen zijn verder met hun centra en bij de Franse bond zijn duizend trainers in dienst. Bij de NTTB bestaat de technische staf uit niet meer dan tien mensen. Ook financieel steken we schril af bij andere landen. Portugal bijvoorbeeld, en de Oostbloklanden beschikken over een ruimer budget."

Met de Duitse Chinees Chen Zhibin (vrouwen) en de Kroaat Nikola Vukelja (mannen) heeft de bond twee buitenlandse hoofdtrainers in dienst. Haldan vindt het goed dat kennis uit het buitenland wordt gehaald, maar zijn voorkeur gaat uit naar Nederlandse trainers. "Als wij onze kennis en ervaring bundelen moeten we in staat zijn Nederlandse coaches te hebben, bij de clubs en de regionale trainingen. Daar moet onze aandacht naar uitgaan. In dit stadium is het belangrijker om te investeren in de trainers dan in de spelers."

Haldan vindt dat er snel met het vingertje naar de bond wordt gewezen als het gaat om de geringe doorstroom van talenten. Hij vindt dat de verantwoordelijk uiteindelijk toch vooral bij de spelers zelf ligt. "Kijk wie er op dit WK bij de laatste zestien staan", zegt de geboren Roemeen. "Allemaal spelers met een enorm doorzettingsvermogen, mentaal supersterk en dag en nacht met hun sport bezig. Het tafeltennis is in de breedte enorm gegroeid, sneller, krachtiger. De tijd dat wij met twee vingers in de neus wonnen van Kazachstan, Finland en Portugal is voorbij. Je moet er alles voor overhebben en de lat ligt tegenwoordig bijzonder hoog. De Fransen gaan al met kinderen van acht tot tien jaar op trainingskamp naar China."

Zelfs één game is Li Jie niet gegund tegen Chinese vedette Guo Yan
Een dag voor de partij vertelde Li Jie met een tikkeltje bravoure dat ze zich niet kansloos achtte in de achtste finales van de WK, tegen de Chinese vedette Guo Yan. Nadat de Oranjespeelster gisterochtend - aan de zijde van Li Jiao -- in het dubbelspel les had gekregen van Guo Yan en haar landgenote Ding Ning (4-1), waren de verwachtingen al naar beneden bijgesteld. "Ik hoop één game te winnen", sprak ze bedeesd. Uiteindelijk werd Jie in de avonduren op een afstraffing getrakteerd en droop ze met een kansloze 4-0-nederlaag af. Dat ze zich niet wist te plaatsen voor de kwartfinale was niet het grootste probleem. Vooral het feit dat Guo Yan haar geen schijn van kans had gegeven, deed pijn. Toen Jie in de catacomben van Ahoy haar verhaal deed, kwamen al gauw de tranen. "Het verschil was zó groot. Ik had helemaal geen kans", sprak ze snikkend. Ondanks de twee zware nederlagen heeft Jie het in zich om de toekomstige vlaggedraagster van het Nederlandse tafeltennis te worden. De Arnhemse is de nummer 27 van de wereld, maar heeft veel groeimogelijkheden. Ze kan fysiek nog sterker worden en haar spel wordt nog gevaarlijker wanneer Jie - die in de basis verdedigster is - in de toekomst ook met haar backhand kan aanvallen. Dan zou haar spel nóg meer variatie kennen. Het staat vast dat Jie, net als Jiao, straks in staat is om grote toernooien als de EK en de Europese Top-12 te winnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden