’Er is te veel Nederlands klein grut’

Wat in 1988 begon op een zolderkamertje is nu het grootste documentaire festival ter wereld, de IDFA. Ally Dirks was de oprichtster.

’Ik vond het raar”, vertelt Ally Derks, „dat we in Nederland geen speciaal documentaire-festival hadden. De documentaire is een genre dat bij uitstek past bij Nederlanders. En we zijn er ook heel goed in, beter dan in fictie. Tsjechov is niet in Nederland geboren, zeg ik wel eens. Het grote hart, dat is niet echt iets van Nederland. Wij zijn meer van het vingertje. Van de domineescultuur. Van het ontdekken van de wereld. Van het koloniseren van de wereld. Nederland is een land van columnisten, van werkelijkheidsschilders, van Rembrandt.”

En daarom ging Derks, in Utrecht afgestudeerd in de theaterwetenschap, aan de slag. Ze schreef een brief naar OC en W, toen nog WVC, en had eigenlijk binnen een paar maanden het geld binnen om een festival te beginnen. En het was natuurlijk slim om een van de beroemdste Amerikaanse documentairemakers meteen als juryvoorzitter te vragen. Frederick Wiseman ging akkoord en kwam naar Amsterdam. Het zegt iets over de continuïteit van het festival dat Wiseman vanavond bij de opening van de twintigste editie weer present is. Hij komt uit Frankrijk waar hij bezig is aan een documentaire over de Parijse opera. Ook staat hij met zijn observerende camera dit jaar in IDFA’s ’Masters’-programma met ’State Legislature’, een ruim drie uur durend portret van de wetgevende macht in het Amerikaanse Idaho.

Sinds die eerste editie – toen er in de inmiddels verdwenen Amsterdamse bioscoop Alfa zo’n 80 documentaires werden vertoond waar zo’n 2000 bezoekers op afkwamen – heeft het festival een explosieve groei doorgemaakt. Derks krijgt nu 3000 documentaires per jaar binnen waaruit ze er zo’n 300 selecteert. „Niet meer in m’n eentje”, benadrukt ze, „dat eenzame getob is voorbij.” Derks heeft twintig mensen vast in dienst. Daarnaast beschikt ze over programmeurs, en een dozijn zogeheten ’viewers’ die een voorselectie maken, en ze heeft internationale ’scouts’ die ook weer films doorsluizen. Het aantal verkochte kaartjes bedraagt nu 130.000.

Derks: „Opvallend is dat er dit jaar 320 Nederlandse documentaires binnenkwamen. 320! Dat is een enorme productie. Ik wist niet dat er zo veel was, en dat er blijkbaar ook zo veel geld is om al die documentaires te maken. Ik heb uiteindelijk 45 Nederlandse docu’s geselecteerd, in verschillende programma’s. Maar ik vind het onderhand wel te veel. Moeten we niet een paar grote producties maken die ook internationaal opvallen, in plaats van al dat kleine grut. En waar blijven toch de documentaires over Theo van Gogh, Pim Fortuyn en Ayaan. In het buitenland krijg ik die vraag vaak voorgelegd. Wat is er nou toch aan de hand in Nederland, in dat tolerante landje? Er gebeurt van alles, maar er worden geen documentaires over gemaakt. Neem de cartoonkwestie in Denemarken, daar is al lang een documentaire over gemaakt, die overal is vertoond. En dé documentaire over Srebrenica, die werd natuurlijk niet gemaakt door een Nederlander, maar door een Engelsman: ’A Cry From The Grave’ (1999) van Leslie Woodhead. In Nederland werd er een dramaserie van gemaakt, weliswaar een mooie serie, maar toch. Ik weet het niet, Nederlandse documentairemakers reizen graag naar het buitenland. Misschien is het eenvoudiger om daar met het vingertje te wijzen. Ik ben nu door Nick Fraser – van de BBC – gevraagd om ’executive producer’ te worden van een film over Fortuyn, maar daar heb ik helemaal geen tijd voor. Ik zal eens kijken of ik tijdens dit festival wat mensen bij elkaar kan brengen.”

Graag zet Derks tijdens deze 20ste editie de discussie voort over ’feit, fictie en fake’. „De eerste editie opende met een voorfilmpje van de Tsjechische regisseur Jan Sverak”, zo herinnert Derks zich. „Het was donker. Ergens in de buurt van Praag waren beestjes gesignaleerd die alleen in een sterk vervuilde omgeving konden aarden. We zagen iets glibberigs, een baby-olievretertje dat aan de knalpijp van een auto werd gelegd, omdat het CO2-tekort had. En opeens, na tien minuten, begon Fred Wiseman als eerste middenin de zaal keihard te lachen, en toen ging de hele zaal mee, en begreep iedereen dat het filmpje fake was.”

„Ik ben geen purist, ik vind dat heel veel mag”, zo vervolgt Derks. „Documentaires bewegen zich tussen poëzie en politiek. En ik ben bijvoorbeeld een grote fan van Werner Herzog, iemand die de grenzen tussen feit en fictie onderzoekt. Ik probeer hem al tien jaar voor IDFA te strikken, en nu is het eindelijk zo ver. Herzog geeft als een van de hoofdgasten een masterclass, hij presenteert zijn nieuwe Zuidpoolfilm ’Encounters at the End of the World’ en hij zal bijvoorbeeld ook ’Stranded’ inleiden. Een ongelooflijke documentaire die veel lijkt op Herzogs werk, over leden van het Uruguayaanse rugbyteam die een vliegtuigcrash in de Andes overleefden, onder meer door zich met mensenvlees te voeden. De film bestaat voor 80 procent uit re-enactment, dat hoef je niet op de aftiteling te zetten. Dat ’zie’ je wel als je ’kijkt’. Een tijdje geleden zag ik de speelfilm die eerder over dit verhaal werd gemaakt, ’Alive’ (1993) met Ethan Hawke in een van de hoofdrollen, dat vond ik doodeng. In documentaires mag van mij alles eng zijn, maar niet in fictie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden