Er is nog nooit iemand aan gentech gestorven

De Duitse chemiegigant BASF wil de genetisch gemodificeerde zetmeelaardappel Amflora in Nederland telen. Greenpeace gruwt ervan. Een debat over de voor- en nadelen.

Hij is die ochtend vroeg uit Ludwigshafen naar Nederland gereden. Ruim vijfhonderd kilometer op de Autobahn. Want, zegt Anne van Gastel, bij BASF verantwoordelijk voor de introductie van de Amflora in Nederland, het draagvlak in Nederland voor de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen kan best wat steun gebruiken. „Dat vergroot je alleen door erover te praten.” Ja, ook met Greenpeace.

Da’s gedurfd. Want Greenpeace strijdt wereldwijd tegen ieder gewas waarvan de erfelijke eigenschappen via gentechnologie zijn veranderd. In de kringen van Greenpeace heet zo’n gewas veelzeggend Frankensteinvoedsel. Logisch dus dat Herman van Bekkem, de campagneleider van Greenpeace, er helemaal niets voor voelt om Van Gastel te feliciteren met het fiat dat Brussel eerder deze maand gaf aan de Amflora –na dertien jaar onderzoek en overleg. „Voor het milieu en de boeren is deze aardappel louter verlies”, zegt Van Bekkem.

„Louter verlies?”, reageert Van Gastel. „Juist niet. Pure winst.” Want de Amflora is genetisch zó aangepast dat zij niet, zoals gewone aardappels, twee soorten zetmeel produceert maar één: Amylopectine, een zetmeel dat veel industriële toepassingen kent zoals voor papier- en lijmproductie. De verwerking van de aardappel wordt zo eenvoudiger en goedkoper. Hoeveel precies, blijft onduidelijk. Maar volgens de zetmeelindustrie is de techniek honderd tot tweehonderd miljoen euro waard, verzekert Van Gastel. „Daarmee heeft de West-Europese boer een aardappel tot zijn beschikking die beter kan concurreren op de wereldmarkt voor zetmeel, vooral met maïs. Dat is belangrijk voor veel boerenfamilies.” En wat het milieu betreft: Van Bekkem weet toch dat de Efsa – de Europese voedsel en warenautoriteit – de Amflora liefst tot vier keer heeft goedgekeurd? Nou dan!

„Maar waarom zou je een genetisch gemodificeerde aardappel willen?”, werpt Van Bekkem tegen. „Er ís al een pure amylopectine-aardappel ontwikkeld. Avebe, de zetmeelfabrikant in Groningen gebruikt die al lang.” Omdat de opbrengst daarvan veel lager is, zegt Van Gastel. „En je kunt via genetische modificatie de aardappels ook andere eigenschappen geven, zoals tolerantie voor droogte.” Van Bekkem: „Droogtetolerante aardappels bestaan al lang.” Van Gastel, geduldig: „Die bestaan helemaal nog niet. Maar die kan je nu gaan maken.” Bovendien, vervolgt de actievoerder: „Je hebt helemaal geen gentech nodig om hele mooie gewassen te ontwikkelen. Droogteresistente rijst, aardappels met meer vitamines. Noem maar op.”

Van Gastel schuift op zijn stoel. „Wij zeggen niet dat je uitslúitend via deze techniek nieuwe gewassen moet ontwikkelen. Met andere technieken mag het ook. Maar waarom zou de Europese boer er geen gebruik van mogen maken terwijl wereldwijd inmiddels 130 miljoen van de bijna 800 miljoen hectare landbouwgrond is beplant met gewassen die langs deze weg zijn verbeterd?“

Nou, bijvoorbeeld omdat gentechnologie op lange termijn helemaal niet zo interessant is voor boeren, repliceert Van Bekkem. „Kijk maar naar Zuid-Amerika. Daar heeft het grootschalige gebruik van genetisch gemanipuleerde soja en maïs tot grote resistentie bij onkruid geleid. Dus moet er steeds meer gespoten worden. Bovendien: uit Europees onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de Nederlandse consumenten helemaal niet zit te wachten op gentech op zijn bord.” En heeft BASF er eigenlijk ooit bij stilgestaan welk een imagoschade de Amflora betekent voor de wereldwijd zo beroemde Nederlandse sector van aardappelpootgoed? „We kunnen vervuiling van gangbare aardappelen met gentech-varianten niet gebruiken”, besluit de actievoerder.

Dat gaat Van Gastel duidelijk te ver. „De boer zit er wel op te wachten!” zegt hij. Ergernis klinkt door in zijn stem. „Anders zou Avebe, nota bene een coöperatie van aardappeltelers, toch stoppen met de ontwikkeling van een eigen genetisch verbeterde aardappel?” En wat die pootgoedsector aangaat, daar verkoopt Greenpeace echt flauwekul. De Nederlandse sector is juist heel goed in staat soorten te scheiden. Ze verhandelt minstens driehonderd soorten, zegt de BASF-manager. „Als Algerije Spunta’s wil, dan krijgt het Spunta’s. Daar zit dan geen rooie of gele aardappel bij.”

Daar denk van Van Bekkem heel anders over. Hij heeft aardappeltelers gesproken die het tegendeel beweerden. „Aardappelpoot- en aardappelteeltmachines zijn niet goed schoon te maken, en in oogsttijd is het bovendien stressen. Dan hebben die mensen echt geen tijd om zo’n machine te reinigen.”

Dat klopt gewoon niet, zegt Van Gastel. „Ieder boer die schone machines wil, krijgt schone machines. Wat dacht je dan dat er gebeurde als er ergens bruinlof of een andere ziekte uitbreekt? Dat wil je toch niet binnenslepen?”

Van Bekkem is goed op gang en doet er nog een schepje bovenop. „Aardappels bloeien, ook genetisch gemanipuleerde aardappels. Ze maken stuifmeel en hommels kunnen dat verspreiden over de akkers. Zo besmetten gentechaardappels de aardappels op nabijgelegen akkers. En tot tien jaar na een aardappeloogst vind je zaailingen op de akkers terug.” Van Gastel staat paf. „Dat is gewoon niet waar. Dat is echt niet waar! Van stuifmeel van een aardappelplant is nog nooit een zaailing gekomen. En weet je waarom niet? De aardappel heeft hier in West-Europa geen verwanten waarmee hij kruist. De aardappel vermeerdert zich vegetatief, net als de bananenplant: via de knol. Dat is echt basisbiologie.”

Van Bekkem: „ Basisbiologie?” Van Gastel, nadrukkelijk naar Van Bekkem vooroverbuigend: „Ja, basisbiologie. En bijen vliegen ook niet op aardappels....” Van Bekkem: „Ik heb het niet over bijen, ik heb het over hommels. Die vliegen drie toe tien kilometer! En spelen dus weldegelijk een rol bij de kruisbestuiving.”

„Maar wat heb ik nou zojuist gezegd?”, reageert Van Gastel geërgerd. „Je hébt hier geen kruisbestuiving van aardappels! Want hier in West-Europa groeit geen familie van de aardappel..” Van Bekkem houdt vol: „Er is serieus wetenschappelijk bewijst dat dat wél zo is.”

Wat bewijs? Waar bewijs? wil Van Gastel nu weten. „Nou”, zoekt Van Bekkem naar woorden. Van Gastel, uitdagend: „Wat kruist er hier dan met de aardappel? Nou?”

Van Bekkem, aarzelt en vindt een uitweg: „Nu vind ik dat je de discussie wel erg beperkt Ik begrijp ook wel....” Van Gastel valt hem in de rede: „Ja, je begrijpt ook wel dat een mens en een paard niet samengaan!” Van Bekkem, ad rem: „Ja, een tekkel en een paard ook niet. Maar het gaat mij over de buurman die ook aardappels teelt en zijn oogst niet besmet wil zien.”

Van Gastel: „Maar die buurman teelt toch ook via de knol? Als er al een zaadje is, dan gaat dat toch niet naar de knol toe? Zaailingen leven hier niet. En als ze toch leven, dan komen ze de winter niet door.”

Wel of geen zaailingen, wel of geen besmetting met nabij gelegen aardappel: het verhit de gemoederen nog een klein kwartier. Totdat Van Gastel zucht. „Weet je wat? Wij gaan samen kijken naar zaailingen. Gaan we naar Wierum in Friesland, gaan we daar bij een teler van aardappelpootgoed aardappeltjes kijken.”

Van Bekkem: „Dat lijkt me een goed idee.”

.

Eindelijk even rust. Tijd voor de broodjes. Van Bekkem een broodje kaas, Van Gastel twee kroketten. Maar veel tijd is de laatste niet gegund. Van Bekkem opent weer de aanval. Want BASF kan wel zo vroom beweren dat het zetmeel van de Amflora louter en alleen bestemd is voor industriële toepassingen, maar wie garandeert dat? „Hoe houdt de zetmeelfabrikant zijn soorten zetmeel uit elkaar? Zetmeel kent veel toepassingen. En dit soort zetmeel kan weldegelijk gebruikt worden voor sausen of in de coating van borrelnootjes.”

De BASF-manager laat zijn kroket even met rust, legt zijn vork neer en verwijst naar de bevindingen van de Efsa en de studies die BASF daarvoor verrichtte. „Als dit zetmeel ooit één keertje in een borrelnootje zou komen, dan is het veilig. Dat hebben we onderzocht. En dat is dan niet zozeer omdat wij eraan twijfelen of de boer en industrie hun producten uit elkaar kunnen houden, maar veeleer omdat we niet willen dat een boer of zetmeelfabrikant ooit een claim zou krijgen van iemand die roept: „Ik heb een beetje zetmeel aangetroffen in mijn borrelnootje dat daar niet hoort!” Zo iemand kan daarom een boer failliet laten gaan, met een megaclaim.”

„Ik heb vernomen dat BASF vooral de veiligheid van de Amflora juist heeft onderzocht omdat het ene zetmeel niet is te onderscheiden van het andere”, stookt Van Bekkem.

Van Gastel kijkt ongelovig. „Dan moet je ook zeggen wie dat waar heeft gezegd”

...Van Bekkem: „Ik zal dat stukje opzoeken”

Van Gastel onderstreept dat in de VS en Canada, waar genetisch gemodificeerde gewassen al ruim vijftien jaar op grote schaal in voeding zijn verwerkt, nog nooit iemand is doodgegaan aan gentech. „Of wou je beweren dat de sterfte daar zoveel hoger is dan hier?”

Even is het stil. De BASF-manager trekt vervolgens de discussie in een breder perspectief. Hij begint een vertoog over hoe weinig boeren verdienen, vooral in arme landen, en hoe groot de uitdaging is om in 2050 de te verwachten negen miljard mensen te voeden. „Biotechnologie is in onze ogen slechts een methode om de totale voedselproductie en technologische toepassingen te verhogen. Maar er zijn ook andere technieken. Laten we vooral ze allemaal gebruiken”, zegt de BASF-manager.

Ja, natuurlijk, het voedselprobleem, zegt Van Bekkem. „Tot op zekere hoogte ben ik het eens met de analyse.” Maar juist voor die arme boeren is het belangrijk dat ze onafhankelijk blijven van de gentechmultinationals, vindt hij. „In India zijn de katoenboeren door het Amerikaanse gentechbedrijf Monsanto geruïneerd. Ze kochten zaden die zelf stoffen zouden aanmaken tegen insecten. Maar die insecten zijn daartegen inmiddels resistent dus moet alsnog steeds meer gespoten worden. Echte vooruitgang is als boeren gebruik maken van biologische gewassen, waarbij de kringloop wordt hersteld en de weerbaarheid groeit tegen locale plagen.”

Van Gastel: „Maar India is, mede door deze nieuwe technologie, van katoenimporteur exporteur van katoen geworden. En ik weet niet of het gepast en sociaal is om vanuit onze rijkdom te zeggen wat Indiase boer moet doen. De Indiase landarbeider leeft met zijn familie van twee dollar per dag. Twee dollar! Die wil ook een menswaardig bestaan.”

Maar daarop biedt gentech hen zeker geen kans, meent de campagneleider van Greenpeace. „Alleen al de manier waarop de industrie gentech promoot; als dé oplossing van het honger- en armoedeprobleem.”

Dat zeg ik niet!, bitst Van Gastel. „Ik zeg: biotechnologie zal helpen Maar we hebben meer technologieën nodig.”

Van Bekkem dendert voort. „Biotechnologie is modern kolonialisme”, sneert hij. „Vanuit het rijke Westen denken dat we een oplossing hebben voor problemen die in werkelijkheid veel complexer in elkaar zitten dan een technologie in een zaadje. Dat gaat over politieke onrust, slecht bodembeheer, slechte bemesting, toegang tot markten.”

Dat de oplossing van het voedselprobleem meer eist dan een nieuw gewas, dat wil Van Gastel wel beamen. „Maar mijn punt is: waarom sluit je een techniek uit om de productie te verbeteren?” Eigenlijk vindt hij Greenpeace vooral conservatief. „Constant van alles roepen, maar niks willen”, voedt hij zijn tegenstander. En hoe wil Van Bekkem eigenlijk bewijzen dat voeding met genetisch gemodificeerde producten onveilig is? „Je bent gewoon conservatief.” Dat schiet Van Bekkem in het verkeerde keelgat. „Je zet me neer als een rare hippie op de hei! Terwijl biologische landbouw razend innovatief is. We zijn niet technofoob.” Van Gastel: „Laat ik het positief formuleren. Ik snap dat je innovatie in de weg wilt staan en nieuwe technologieën niet wil toelaten Maar daarmee vind je dus ook dat de twintig miljoen boeren die er wel mee werken dus gek zijn?“

Dat zeg ik niet, bijt de Greenpeace-campagneleider van zich af. „Wij zijn helemaal niet tegen boeren, wij zijn voor boeren. Als ze maar werken met oog voor het milieu. Maar voor ons geldt het voorzorgsprincipe: zolang je het niet zeker weet dat de techniek veilig is, begin er dan niet aan.”

De afspraak voor het bezoek aan Friesland is nog niet gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden