Er is nog geen school voor 8-jarige

Onur uit Amsterdam is acht jaar en zit al ruim drie maanden thuis. Hij kreeg ruzie met de juf en werd geschorst. Onur is een van de duizenden leerlingen die jaarlijks thuis komen te zitten omdat het op school niet meer gaat.

Hij had er erg op gehoopt na de kerstvakantie weer naar school te kunnen, zegt de 8-jarige Onur uit Amsterdam. „Maar het ging niet, er is geen school.” De stevige jongen met de lichtgroene ogen fluistert verlegen. Begin oktober is hij wegens agressief gedrag geschorst en sindsdien is hij een zogenoemde ’thuiszitter’.

Onurs beide oudere zussen vertrokken vorige week weer gewoon naar hun vwo. Maar hij zit achter de computer of speelt met lego in de grote werkkamer van zijn vader, eigenaar van een schoonmaakbedrijf op een industrieterrein in Amsterdam-Osdorp. Zijn moeder Gunay Yasar werkt ook in de zaak en moet hem dus wel meenemen, zegt ze.

Onur is een van circa 3000 kinderen die jaarlijks, zonder een geldige reden als ziekte, langer dan vier weken achtereen thuis zitten, berekende onlangs Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren. Twintig procent zit na een jaar nog altijd thuis. Ook Onur, vrezen zijn ouders, van Turkse afkomst, loopt een grote achterstand op.

Zijn moeder noemt hem een lieve, emotionele jongen ’die wel eens druk kan zijn’. Hij ging tot voor kort naar de openbare daltonschool De Horizon in de Amsterdamse wijk Osdorp. Daar waren, zegt Gunay, geen problemen met zijn gedrag in de kleuterperiode. Maar in groep 4, vorig schooljaar, ging het minder goed.

Onur had geen vriendjes en kreeg nogal eens klappen als er ruzie was op het schoolplein, vertelt zijn moeder. „Hij had geen zelfvertrouwen, zo erg dat ik hem juist gezegd heb dat hij meer van zich af moest bijten.” Enkele weken voor de zomervakantie ging Onur daadwerkelijk vaker terugslaan als hij zich in het nauw gedreven voelde.

In groep 5 kwamen er opnieuw incidenten. Eric Schwab, directeur van De Horizon, vertelt: „Het gaat telkens een tijd goed met Onur en dan gebeurt er wat, waardoor hij explodeert. Er zijn verschillende keren incidenten geweest waarbij hij kinderen geslagen heeft of leraren geschopt.”

Op 2 oktober zet Onur nog voor de les is afgelopen al zijn petje op. De juf wil dat hij het afdoet, maar hij weigert. Dan pakt ze het petje af en wordt Onur woedend. Hij vliegt de juf aan. Onur wordt twee dagen geschorst.

Na deze twee dagen meldt de school te willen wachten op de uitkomst van een al eerder gestart psychologisch onderzoek naar de jongen, om te bezien wat er moet gebeuren. Dat advies komt eind oktober: Onur kan het regulier onderwijs aan als hij extra begeleiding krijgt. Die is nodig omdat hij sociaal-emotioneel hulp nodig heeft.

Nu kan hij eindelijk terug naar school, denkt Onurs moeder. Maar dat gebeurt niet. Er komt voor het eerst een vergadering met betrokkenen, waaronder de school en de instantie die beslist over financiële steun voor extra begeleiding (het rugzakje). Op deze bijeenkomst – inmiddels is het half november – hoort Gunay dat de aanwezigen het advies van de psycholoog niet steunen. Onur is beter af op een school voor speciaal onderwijs, wordt haar gemeld.

Maar zijn ouders voelen daar niets voor. Onur kan cognitief goed meekomen op school en zij vrezen dat hij in het speciaal onderwijs te weinig geprikkeld zal worden. Na een week zitten ze opnieuw om de tafel. Nu stellen betrokkenen het advies bij naar zogenoemd ’speciaal basisonderwijs’ (sbo). Dit zijn scholen die wel het gewone reguliere onderwijsprogramma volgen, maar onder meer door kleine groepen meer aandacht voor de leerlingen hebben.

Directeur Schwab: „Onur zat bij ons al op een nevenvestiging in een kleinere klas met 23 leerlingen. Daar kon hij zeker niet terug na wat er gebeurd is. Maar op de hoofdvestiging zijn grotere klassen, dat zou ook geen oplossing zijn. Hij heeft meer begeleiding nodig, dat kan op zo’n sbo-school.”

Gunay wil Onur op een gewone school houden. Zij heeft intussen ook contact gezocht met de leerplichtafdeling in Osdorp. Daar hoort ze dat Onurs dossier is overgedragen aan weer een andere instantie voor hulp aan gezinnen in problemen. Deze instantie meldt door de telefoon echter aan haar: wat gek dat de leerplicht zich er niet mee bemoeit. „Van de een naar de ander en weer terug, heel verwarrend.”

Gunay zoekt tevens contact met andere reguliere scholen in de buurt om Onur aangenomen te krijgen. Ze vangt telkens bot. Half december belt een leerplichtambtenaar Gunay met de mededeling ’ik heb het hele dossier overgenomen’. Gunay: „Eindelijk aandacht, ik was blij.”

Er volgt een nieuw gesprek met enkele betrokkenen, dat vindt plaats op de laatste schooldag voor de kerstvakantie. Daar krijgt ze, tot haar schrik, te horen dat er een nieuwe school gevonden is: tóch voor speciaal basisonderwijs. Onur kan er na de kerstvakantie starten. Gunay voelt zich overvallen. „Ze hebben een school geregeld buiten mij om. Dat voelde verkeerd.”

Diezelfde dag kon ze op deze school gaan kijken. „Het bleek een school met allochtone leerlingen. Ik heb mijn kinderen bewust op gemengde scholen gedaan, ik ben tegen het apart zetten van bepaalde groepen. Deze school leek me niks voor Onur.”

Wat haar vooral tegenhoudt, is een opmerking die een van de opstellers van het psychologisch rapport maakte. „Namelijk dat het juist niet goed kan zijn voor Onur, die nogal volgzaam is en niet goed ’nee’ kan zeggen tegen zijn vriendjes, om naar speciaal basisonderwijs te gaan. Want dan neemt hij misschien nog veel erger gedrag over van andere kinderen met problemen.”

De ouders, gesteund door het psychologisch rapport, vinden dat de oude basisschool de problemen van Onur is gaan overdrijven. Gunay: „Onur is geen crimineeltje. Dat agressieve gedrag is nieuw bij hem. We hebben hem erg onder druk gezet, niet geluisterd als hij zei: ’Ik vind het niet meer leuk op school.’ Ik heb daar spijt van. Het is een jongetje van acht dat liefde en aandacht nodig heeft. Er zijn echt wel meer leerlingen met hetzelfde gedrag op school en die mogen gewoon blijven. Het voelt zo oneerlijk.”

Op de leerplichtafdeling van de gemeente zien ze dit anders, maakt woordvoerster Eveline Papa duidelijk. Gesprekken met alle betrokkenen hebben tot de overtuiging geleid dat een school voor speciaal basisonderwijs wel degelijk het beste is voor Onur, stelt zij, ook al luidde het psychologisch advies anders. „Wij zijn nu nog in gesprek met de ouders en hopen er uit te komen. Als het te lang gaat duren, dan kunnen wij een proces-verbaal opmaken.”

Schwab van De Horizon vindt dat er veel te veel tegenstrijdige berichten van instanties zijn. Deze week kreeg hij pas bericht dat er een rugzakje geregeld is voor Onur. „Ondertussen zit hij aldoor niet op een school, ik vind het verschrikkelijk.”

Onurs moeder is kwaad. Ze schreef mails aan wethouder Asscher (onderwijs) en burgemeester Cohen, maar kreeg geen afspraak. Ze diende een klacht in tegen de behandeling, maar heeft daarop niks gehoord.

Gunay hoorde deze week wel van het leerplichtbureau: ze kreeg een mail waarin haar wordt verweten haar zoon onrecht aan te doen door hem niet naar de beschikbare school te sturen. „Hoe durven zij mij verwijten te maken?” Tranen lopen over haar wangen. „Ik wil niemand de schuld geven, maar het systeem is verkeerd. Een kind heeft recht op onderwijs, ouders hebben vrije schoolkeuze, maar dat wordt zo niet waargemaakt. Dit is zo’n teleurstelling voor mij in de Nederlandse overheid. Onze zoon moet toch naar een school kunnen die ook wij goed vinden. Als het moet wil ik dat best aan de rechter uitleggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden