Er is maar een Taiwan en er is maar een China

AMSTERDAM - “Nog altijd zijn er Kwomintang-volksvertegenwoordigers die met onze partijgenoten op de vuist gaan als wij ons tijdens een debat uitspreken tegen hereniging met China”, klaagt Hsueh-Iung Wang van de Democratische progressieve partij (DPP), de grootste oppositiepartij in Taiwan.

Afgevaardigden van de DPP deden afgelopen weekend Nederland aan, voor een bliksembezoek, om steun te zoeken voor hun streven naar een eigen zetel voor Taiwan in de Verenigde Naties. Terugblikkend kunnen Hsueh-Iung en Sherman S. Kuo, beide leden van het nationale assemblee (een soort van Eerste Kamer die echter direct wordt gekozen), om die vechtpartijen lachen. “Ik heb nog het geluk dat ik als vrouw niet zo snel bij het vechten word betrokken, ik moet alleen uitkijken voor rondvliegende stoelen”, zegt Hsueh-Iung, die met haar 29 jaar een van de jongste leden van de Nationale Assemblee is.

Bij de politieke kemphanen gaat het om een hoogst principiele zaak, waar zonodig om geknokt moet worden. De huidige regeringspartij, de Kwomintang, die in 1949 naar Taiwan vluchtte, nadat de communisten de macht hadden overgenomen in China, beschouwt China als een opstandige provincie. De autoriteiten in Peking beschouwen daarentegen Taiwan als hun grondgebied. De regeringspartij wil dan ook niets horen van een 'onafhankelijk' Taiwan, waar de DPP naar streeft. “Het streven naar zelfbeschikking van Taiwan is voor de DPP het belangrijkste doel”, zegt Sherman. “Wij willen absoluut geen hereniging met de Volksrepubliek China. De mensen die op de DPP stemmen, kiezen voor formele onafhankelijkheid van Taiwan.”

In 1987 hief de regeringspartij, de Kwomintang, de staat van beleg op in Taiwan. Het regime voerde al bijna vier decennia een totalitair bewind waarbij van democratie en vrijheid van meningsuiting geen sprake was. Door de opheffing is het weer mogelijk voor Taiwanezen zich uit te spreken voor onafhankelijkheid, zonder bestraft te worden. Voorheen was het bestaan van een partij als de DPP, die zich openlijk voor onafhankelijkheid uitspreekt, ondenkbaar. De zwarte lijst die in de tijd door de regeringspartij werd opgesteld, staat nog vers in het collectieve Taiwanese geheugen gegrift. Alle personen die zich bijvoorbeeld tegen hereniging met China of voor democratie uitspraken, kwamen automatisch op deze lijst en werden vervolgd. Veel tegenstanders van het Kwomintang-bewind weken uit naar het buitenland. Sherman: “Doordat mijn vader altijd een voorstander is geweest van democratie en van formele zelfbeschikking van Taiwan, kwam hij vanzelfsprekend op de zwarte lijst terecht. Wij zijn daarom naar de VS gevlucht. Als zijn zoon was ik automatisch verdacht. De Kwomintang weigerde mij tot 1991 de toegang.” Twee jaar geleden keerde Sherman terug naar zijn geboortegrond om zich verkiesbaar te stellen voor de Nationale Assemblee. Zijn collega Hsueh-Iung kwam als studentenactiviste in de politiek terecht en sloot zich meteen aan bij de DPP toen deze legaal werd.

In 1991 mocht de partij voor het eerst meedoen met de verkiezingen. Ondanks de hoge verwachtingen van de DPP behaalde de Kwomintang een grote winst en kreeg 318 van de 402 zetels. Een teleurstelling? “Wij hadden vlak voor de verkiezingen het platform voor een onafhankelijk Taiwan opgericht. Dat schrok mensen af, aangezien een dergelijk standpunt voorheen nog zwaar bestraft werd. Bovendien waren de belangrijkste media toen geheel in handen van de Kwomintang en die zorgden ervoor dat wij negatieve publiciteit kregen. Het jaar daarop bij de verkiezingen van de Wetgevende Yuan (vergelijkbaar met de Tweede Kamer - red.) ging het een stuk beter; toen wonnen we 50 van de 161 zetels. De mensen waren vertrouwd geraakt met de nieuwe partij en langzamerhand waren er meer onafhankelijke kranten gekomen, hetgeen in ons voordeel werkt”, verklaart Hsueh-Iung.

Zowel Sherman als Hsueh-Iung benadrukken dat ze niet op het 'vasteland', het communistisch China, zijn geboren. Sherman: “Het aantal Taiwanezen dat van oorsprong van het vasteland komt is sterk geslonken, tot zo'n 15 procent van de gehele bevolking. En zij vormen de harde kern die nog steeds hereniging wil met China. Voor ons is er maar een Taiwan en is er maar een China. De meeste eilandbewoners hebben zich nooit verwant gevoeld met het vasteland.”

Toen de DPP werd opgericht bestonden er intern grote meningsverschillen over de wijze waarop onafhanklijkheid van Taiwan moest worden bereikt. Zo waren er radicalen die eenzijdig de onafhankelijkheid wilden uitroepen, zonder zich te storen aan China. De meer gematigden streven nog steeds naar internationale erkenning van Taiwan als onafhankelijke natie. “We hebben besloten om het laatste standpunt als officieel principe van de partij te nemen”, zegt Hsueh-Iung. “Er zijn echter wel ideologische verschillen binnen de partij, waarin zowel socialisten als liberalen zitten.”

Maar loopt de partij dan niet de kans als een klontje suiker in een glas thee uiteen te vallen, als het beoogde doel van onafhankelijkheid eenmaal is bereikt? Sherman denkt dat het allemaal wel zal meevallen en dat men in de toekomst onderlinge ideologische verschillen opzij zal zetten. De jonge HsuehIung ziet het anders: “De socialisten hebben de overhand in de partij, de liberalen vormen maar een kleine stroming. Uiteindelijk willen we toch meer de socialistische kant op en dat wordt een probleem voor de liberalen.” Deze interne verschillen tonen de zwakke kant van de DPP. Over het streven naar onafhankelijkheid zijn ze het met elkaar eens, maar een duidelijk sociaal-economisch programma ontbreekt. De huidige president Lee Teng-hui is bovendien ook een voorstander van lidmaatschap van de VN en heeft het streven naar hereniging met China op de lange baan geschoven. Het voorstel van Taiwans bondgenoten om de terugkeer van Taiwan op de VN-agenda te zetten, werd echter woensdag door het algemeen comite van de Algemene Vergadering van de VN verworpen.

Nu de regeringspartij voor lidmaatschap van de VN is, heeft de DPP een belangrijk wapen verloren. Economisch gezien hebben de Taiwanezen niets te klagen. Dus waarom zou de kiezer zich in de toekomst afwenden van de Kwomintang? “Het gaat wel goed”, zegt Sherman, “maar de mensen willen meer. De sociale voorzieningen zijn slecht. Uitkeringen ontbreken en een minimum loon bestaat niet.” Het optimisme van Sherman is niet ongegrond. De Kwomintang kampt momenteel met interne problemen en zag al eerder enkele prominente leden opstappen om een eigen partij op te richten. Politieke waarnemers schatten dat de DPP bij de komende provinciale verkiezingen in November winst zal behalen in meer dan de helft van de 21 provincies. Na meer dan veertig jaar autoritair bewind van de Kwomintang wil men wel eens wat anders in Taiwan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden