'Er is iemand die mij in de gaten houdt'

interview | Hij schreef een boek over hoe hij het protestantse geloof om zich heen ziet verdampen. Maar de oorzaak is voor Hans Snoek een mysterie.

Het was een vreemde gewaarwording, vertelt Hans Snoek, bijbelwetenschapper uit Utrecht. Niet zo lang geleden gaf hij een reeks lezingen in een protestantse kerk, ergens in het westen van Nederland. Hij sprak voor een zaal met kerkelijk betrokken mensen. Toch kon bijna niemand van de aanwezigen vertellen wat het geloof nu precies voor hem of haar betekende. "Dat vond ik schokkend. Ik dacht altijd: als iemand gelooft, heeft die persoon een bepaalde verhouding tot zijn geestelijke bagage. Maar op de een of andere manier levert elke week in de kerk zitten toch niet op dat je een uitgekristalliseerd idee hebt van wat het geloof inhoudt."

De anekdote zegt veel over wijze waarop protestanten vandaag de dag geloven, denkt Snoek (1956), die docent is aan de opleiding Theologie en Levensbeschouwing van Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle. Ook is hij wetenschappelijk medewerker aan de Theologische Faculteit van de VU in Amsterdam.

Naar aanleiding van het voorval tijdens de lezing besloot Snoek een boek te schrijven. Generatie na generatie groeiden Nederlanders op met het beeld van een almachtige God en een zondige mens. Maar het ooit zo rotsvaste geloof van Calvijn verdampt in een razend tempo. Aan de hand van drie generaties familieleden vertelt Snoek het verhaal van de ontkerkelijking van Nederland. 'Van huis uit protestant' heet het boek. Ondertitel luidt: 'hoe de leer verdampte en het geloof veranderde.'

U besteedt veel aandacht aan de manier waarop het geloof in de kerken is veranderd. U duidt de veranderingen aan met begrippen als 'onttakeling' en 'erosie'. Dat zijn geen positieve termen.

"Eeuwenlang heeft het calvinistische gedachtengoed betekenis gegeven. Kennelijk is ons wereldbeeld zo veranderd dat wat vroeger betekenis had, tegenwoordig als vreemd wordt ervaren. Ik vind het de tragiek van die calvinistische traditie."

Wat vindt u de meest in het oog springende verandering?

"Vroeger was men in de calvinistische traditie erg bevangen door wat boven gebeurde. God bestuurde alles, er was een hemel, het transcendente bestond vanzelfsprekend. Er heeft een beweging plaatsgevonden van boven naar beneden, ook in de kerken. Alles was je niet kunt zien, verliest kennelijk betekenis."

Wat is het gevolg van deze zienswijze?

"Het is voor veel gelovigen moeilijk geworden om te vertellen wat je gelooft en wat je niet gelooft. Er zijn diverse theologische onderwerpen die protestanten lastig vinden. Hoe kijk je bijvoorbeeld aan tegen Jezus? Is hij de zoon van God of een menselijk iemand? Daar een antwoord op formuleren is toch een heel elementaire gedachte uit het christelijk geloof, ook al hoef je geen afgerond idee te hebben. Het is vrij ongebruikelijk geworden om te vertellen wat je gelooft. Er is een stilte gekomen die niet behulpzaam is om scherp te krijgen waarvoor je staat."

U bent zelf kerkelijk. Merkt u dit ook in uw eigen gemeente?

De kerk waar ik naartoe ga, zou je 'mainstream protestants' kunnen noemen. Het is een gemeente die behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland. Er ligt een groot accent op de Joodse traditie, het Oude Testament heet er bijvoorbeeld Tenach. Maar tot op de dag van vandaag vind ik het lastig om te omschrijven waar die kerk voor staat. Eigenlijk is het profiel van die gemeente een optelsom van de individuele opvattingen van de leden."

Hoe komt het volgens u dat het lastig is geworden om het geloof te omschrijven?

"In de verzuilde samenleving waren er heel wat uitgekristalliseerde ideeën. De leer en het geloof van de protestanten lagen vast. Tegenwoordig is veel open in het leven van nogal wat protestanten. Veel dogma's zijn verdwenen. Kerkgangers moeten nu dealen met een hele hoop verschillende invloeden. De positie van het geloof is steeds kleiner geworden. De kerk is een van de factoren geworden op het gebied van zingeving. Op zondagochtend is er de kerk, maar door de week heb je collega's die niet geloven. Er zijn heel veel invloeden die het niet eenvoudig maken om nog vanzelfsprekend te zeggen: dit geloof ik, hier sta ik."

Die veranderingen in godsbeelden in de tweede helft van de vorige eeuw hebben iets mysterieus, schrijft u. Kunt u toelichten wat u bedoelt?

"Ik heb in mijn boek vooral gelet op veranderende geloofsopvattingen. Ik heb me niet gewaagd aan een verklaring - of de ontwikkelingen te maken hebben met sociologische veranderingen zoals de komst van de tv, de pil, het aantal jongeren dat is gaan studeren. Ik ben geen historicus en geen socioloog. Met terugwerkende kracht kun je allerlei lijnen trekken van Spinoza en Descartes naar wat nu de opvattingen zijn. Ik vind het mysterieus dat die ideeën weliswaar al eeuwenlang besproken zijn door filosofen en theologen, maar pas in de tweede helft van de twintigste eeuw echt invloed op protestanten hebben gekregen. Het houdt iets eigenaardigs dat we in Nederland in de vijftiger, zestiger jaren zo razendsnel zijn geseculariseerd. De vraag waarom dat juist toen is gebeurd, vind ik moeilijk te beantwoorden."

U schetst de ontwikkeling van een breed gedragen religieus besef dat steeds verder erodeert. Is er toekomst voor het protestantisme?

"Dat vind ik een moeilijke vraag. Aan het einde van mijn boek probeer ik een antwoord te geven. Al met al is het vrij diffuus wat mensen in de kerk zoeken. Er zijn zoveel redenen waarom mensen naar een kerk gaan. Het transcendente, het hogere, is niet de enige reden. Je hebt kerken waar het sociale aspect een grote rol speelt. In andere kerken voelen mensen zich aangetrokken door diaconale activiteiten."

In de protestantse kerkdienst staat traditioneel het Woord centraal. Wanneer je dat relativeert, heeft dat toch consequenties voor de levensvatbaarheid van dat geloof?

"Dat zou je als logische redenering kunnen opvatten. Toch zitten er elke zondag honderdduizenden mensen in de kerk die luisteren naar een overdenking. Als je zou kijken naar de cultuur waarin dat gebeurt, zou je zeggen dat het haast een anachronistisch verschijnsel is. Soms denk ik ook: is er over tien, vijftien jaar nog wel een traditie van een overdenking? Maar voor zover ik kan overzien zoeken mensen in de kerk ook naar een manier om in het leven te staan. Dan helpt een overdenking, al was het maar omdat het je een spiegel voorhoudt."

Als het geloof er niet zou zijn, wat zou u dan missen?

"Een diepe verrijking van mijn leven. Ieder mensenleven is kwetsbaar. Ik ervaar het als een troostrijke gedachte dat er iemand is die mij in de gaten houdt. Er is een aspect van het leven dat ongrijpbaar is, waarin niet de ratio, maar gevoelens een rol spelen. Als er geen ruimte meer is om een psalm te zingen, dat zou ik intens verdrietig vinden."

Wat inspireert u in de protestantse traditie?

"In de kerk beleef ik een andere manier van kijken dan puur wat we kunnen zien. Dat noem ik een religieuze dimensie. Ik kan in mijn eentje in huis een lied gaan zingen, maar om dat met z'n allen te doen, dat is toch heel wat anders. In de gebeden, de gezangen, de psalmen, daarin vind ik een dimensie die de rest van de week niet zo vaak ter sprake komt."

Hans Snoek: Van huis uit protestant. Kok, Utrecht. 288 blz, euro 18,99. Morgen staat op deze pagina een recensie van het boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden