Er is geen één vraag die is ontsnapt aan het minutieuze onderzoek van onze voorvaderen

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

'Niet een tekst, maar een gebeurtenis inspireerde mij om me met het internationale strafrecht te gaan bezighouden. In de jaren zeventig kreeg ik een brief van een Nederlandse zeeman. Hij was in Engeland berecht voor de moord op een prostituee en wilde zijn straf in Nederland uitzitten. Dat kon toen nog niet. Zijn brief opende mij de ogen voor zaken die later tot verregaande juridische samenwerking binnen de internationale gemeenschap hebben geleid.

De opkomst van het internationaal strafrecht lijkt een totaal nieuwe ontwikkeling. Maar echt nieuw is het niet. Er zijn altijd al juridische verdragen tussen landen geweest, denk bijvoorbeeld aan uitleveringen en verbanningen.

Dat is ook waar de uitspraak van rechtsgeleerde Donnedieu de Vabres naar verwijst. "Si multiples que soient les questions du droit pénal international, si neuves qu'elles semblent au premier abord, il n'en est pas une seule qui ait échappé aux recherches et aux prévisions minutieuses de nos anciens auteurs."

Vrij vertaald zegt De Vabres: "Hoe veelzijdig en nieuw de vragen van het internationaal strafrecht ook lijken, er is geen één vraag die is ontsnapt aan het minutieuze onderzoek van onze voorvaderen".

Natuurlijk neemt het recht steeds nieuwe vormen aan. We straffen nu bijvoorbeeld op andere wijze dan vroeger: misdadigers worden niet meer verbannen uit onze hedendaagse maatschappij. Maar als je teruggaat naar de vragen die aan de straffen ten grondslag liggen, dan zie je dat die niet nieuw zijn.

In de zaak met de zeeman gaat het uiteindelijk om het belang van de gemeenschap die een deuk heeft opgelopen, tegenover het belang van de gedetineerde. Het belang voor de Engelse samenleving is voornamelijk dat de misdadiger berecht wordt. Wáár die man zijn straf uitzit, staat daar los van.

Donnedieu de Vabres schreef deze zin in 1922 in zijn 'Introduction à l'étude du droit pénal international'. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij rechter bij het Neurenbergtribunaal, waar leden van het nazi-regime werden veroordeeld.

De zin laat me inzien dat hedendaagse rechtszaken altijd voortbouwen op eerdere processen. De nu lopende zaken tegen oorlogsmisdadigers voor het Joegoslaviëtribunaal bouwen onder meer voort op de Neurenbergprocessen. Dit geldt ook voor terrorismewetgeving: we denken dat dit nieuw is, maar al vóór de Tweede Wereldoorlog werden er internationale verdragen opgesteld om terrorisme tegen te gaan.

Ook nuanceert deze zin de hooggespannen verwachtingen die veel mensen hebben van het internationaal strafrecht. Nu oorlogsmisdadigers niet meer straffeloos hun gang kunnen gaan, verwachten sommigen dat er geen internationale misdaad meer zal worden gepleegd. Dat lijkt mij wat optimistisch. Het feit dat je niet mag moorden en stelen, heeft er ook niet toe geleid dat moord en diefstal verleden tijd zijn.

Bij het Joegoslaviëtribunaal werk ik in een internationale omgeving. Ik kom mensen tegen die vanuit hun nationale achtergrond op verschillende manieren over juridische kwesties, zoals bijvoorbeeld de doodstraf, denken. Om elkaar te begrijpen moeten we steeds terugkeren naar de basis van het strafrecht.

Als ik me afvraag: Waar gaat het over? Dan zie ik dat ik me als rechter altijd in het speelveld van de maatschappelijke orde, de dader en het strafbaar feit begeef. Het gaat altijd om verantwoordelijkheid vaststellen en straf opleggen. Als je steeds terugkoppelt naar de oorsprong van de vraag, dan ontdek je dat een probleem vaak niet nieuw is.

Ook in mijn persoonlijk leven zie ik de boodschap van deze zin terug. Ik vind het grappig om te observeren hoe wij mensen terugkijken naar gebeurtenissen uit ons verleden. We denken vaak dat de emoties die we ervaren, de angsten en de vreugdes, uniek zijn. Dat zijn ze natuurlijk ook. Maar als je het in een bredere context van een samenleving of van een familie plaatst, dan zie je bekende patronen. Die paradox, dat dingen zowel nieuw en uniek zijn als tegelijkertijd altijd al hebben bestaan, fascineert me.

Minder aan mijn werk gerelateerd zijn het vooral melancholische teksten die mij raken, zoals bijvoorbeeld het gedicht 'Come away death' van Shakespeare. Of de 'Winterreise' liederen van Schubert. Hun triestheid en melancholie spreken mij aan. Ze laten me beseffen dat de dood bij het leven hoort en plaatsen daarmee het leven in een groter geheel. Eigenlijk net zoals de tekst van De Vabres dat doet. Ik vind het mooi om te beseffen dat het leven een continuüm van steeds terugkerende unieke gebeurtenissen is.

Alphons Orie (1947) is sinds 2001 rechter bij het Joegoslaviëtribunaal. Hij veroordeelde de Bosnisch-Servische politicus Krajišnik, maar werd van de zaak Karadži¿ afgehaald. Op dit moment leidt hij het proces tegen de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladi¿. Dit proces zal op 4 juli aanstaande voortgezet worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden