Er is geen dwang in de islam (opinie)

Zelfs conservatieve islamgeleerden lezen in de Koran geen oproep tot het doden van afvalligen.

De kwestie van afvalligheid houdt de gemoederen in de islamitische wereld bezig. Volgens het gangbare beeld in het Westen is deze kwestie in de islam een uitgemaakte zaak: afvalligheid zou met de dood gestraft moeten worden. Toch ligt de zaak een stuk genuanceerder, blijkt uit de hedendaagse theologische onderbouwing.

Afvalligheid is het Arabische woord voor rida, letterlijk ‘afkeren’ of ’de rug toekeren’, het tegenovergestelde proces van bekering. In de Koran wordt er een paar keer naar verwezen, uitsluitend in werkwoordvorm (’hun die – de islam – de rug hebben toegekeerd’, ’wie van jullie zich van hun godsdienst afkeert’). Het zelfstandige naamwoord ’afvallige’ kent de Koran niet, in tegenstelling tot begrippen als kafir, vaak met ‘ongelovige’ vertaald, waar in de totale context van de Koran beter ’andersgelovige’ past.

Geen wonder dat in de Koran, hoe verwerpelijk hij afvalligheid ook beschouwt, geen enkele oproep tot sancties is te sporen. De enige sanctie is uitsluiting van het paradijs in het Hiernamaals. Met andere woorden: afvalligheid is een zaak tussen mens en God. In soera 5 stelt de Koran dat afvallen God niet raakt: ‘Als iemand van jullie zich van zijn godsdienst afkeert, dan zal God wel komen met mensen die Hij bemint en die Hem beminnen’ (5, 54).

In de hadith (uitspraken van de profeet), zijn er slechts twee gezaghebbende – lees: authentieke – uitspraken hierover gedocumenteerd. De eerste luidt: ’degene die zijn godsdienst verlaat, doodt hem’ (vertelling Ben Abas). De tweede vertelling is door Al Awzagi en is specifieker. Daarin stelt de profeet dat degene die ’zijn godsdienst én de gemeenschap verlaat’ met de dood gestraft moet worden.

Dat zijn dan ook de enige bronnen waarop de fuqaha, de in de wet gespecialiseerde geestelijken, hun omvangrijke uitwerking voor afvalligheid en de sancties erop baseren. Een zeer mager fundament om een hele jurisprudentie op te bouwen, stellen veel moslimtheologen. Een van deze theologen is de voormalige minister voor religieuze zaken van Marokko, dr. Alawi Lamdagri. In zijn boek ’De bebaarde regering’ (2006, in het Arabisch), stelt hij dat aan dit magere fundament geen legitimatie ontleend mag worden om afvalligheid met de dood- of andere sancties te straffen. Hij verwijt de religieuze juristen de profetische uitspraken al te letterlijk te nemen. Wat te doen bijvoorbeeld met mensen die de godsdienst wel de rug toekeren, maar de gemeenschap niet, of andersom?

Ook de beroemde Marokkaanse geestelijke Ahmed Al-Risouni, zelf van conservatieve huize, stelt dat de bovengenoemde profetische uitspraken in hun context gelezen en begrepen moeten worden. Het dagblad Attajdid , dat gelieerd is aan de islamitische partij Gerechtigheid en Ontwikkeling, plaatste op 8 augustus 2007 de visie van Al-Risouni met als titel: ’De doodstraf op afvalligheid is in strijd met het principe ’er is geen dwang in de religie’’. Al-Risouni stelt dat ten tijde van de profeet vaak geen verschil was tussen ’gelovige’ en ’burger’. Uitstappen uit het geloof betekende ook vaak overgang tot vijandelijke mogendheden (verraad) of gewoon burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat laatste gebeurde in de tijd van de kalief Abou Bakr, toen hele stammen geen zakat (belasting, tweede zuil van de islam) wilden afdragen.

Boven dit alles, stellen zowel Alawi Lamdagri als Al-Risouni dat de richtlijn ‘Er is geen dwang in de religie’ oftewel godsdienstvrijheid bindend is. Zij en vele andere grote geestelijken in alle continenten roepen hun collega’s en de moslimgemeenschap op om – indien ze anders over afvalligheid denken – hun stellingname te herzien.

Deze oproep gaat ook op voor de islamitische gemeenschap in Nederland. Alhoewel naar mijn indruk een groot deel van de geestelijke en politieke leiders van de Nederlandse moslims het principe van godsdienstvrijheid voorstaan, moet deze houding veel krachtiger naar de gemeenschap toe uitgedragen worden. Bovendien moet binnen de huidige context voor een ieder die de dood voor afvalligen verkondigt, duidelijk zijn dat hij aanzet tot geweld. Dat gelt in het bijzonder voor de geestelijken,

Dit is geen vrijbrief voor afvalligen of anderen om moslims en hun religieuze symbolen uit te schelden. Denigrerende uitspraken over de profeet, de Koran of Allah zijn verwerpelijk en moslims hebben recht op weerwoord en protest. Echter, niet in de vorm van aanzetten tot of gebruik van geweld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden