’Er is een grens aan de leervrijheid, maar niemand weet waar die ligt’

Als ds. Klaas Hendrikse ’de fundamenten van de kerk’ niet aantast, wie of wat doet dat dan wel? En hoe stel je dat vast? ’Zolang je maar niet zegt: Doe mij maar het boeddhisme.’

Emiel Hakkenes

Zeker, rond het boek ’Geloven in een God die niet bestaat’ van de Zeeuwse dominee Klaas Hendrikse ontstond ’commotie’. En zijn opvattingen zijn „zachtjes uitgedrukt uitdagend geformuleerd”. Maar, oordeelden regionale opzichters van de Protestantse Kerk in Nederland, er wordt in het boek ’althans in theologische zin’ geen grens overschreden. Het is daarom niet nodig een tuchtprocedure tegen Hendrikse te starten, want ’de fundamenten van de kerk’ tast hij niet aan. Hij handelt ook niet ’in strijd met het belijden van de kerk’ en kan gewoon dominee blijven.

Voorlopig tenminste, want enkele Zeeuwse dominees hebben beroep ingesteld tegen dat besluit. De conclusies van de kerkopzichters roepen ook wel vragen op: Als Klaas Hendrikse ’de fundamenten van de kerk’ niet aantast, wie of wat doet dat dan wel? En hoe stel je dat vast?

De regionale kerkopzichters hebben zich laten adviseren door hoogleraar systematische theologie Gerrit de Kruijf. Die stelt: „De belijdenisgeschriften zijn niet bedoeld om als maatlat te fungeren, maar als bronnen voor het geloofsgesprek.”

Desgevraagd licht De Kruijf toe: „Het belijden van de kerk is niet gelijk aan de tekst van de belijdenisgeschriften.” De belijdenisgeschriften zijn eeuwen geleden vastgesteld, en ’het belijden van de kerk’ is de interpretatie die hedendaagse gelovigen daaraan samen geven.

„Zo is dat”, zegt ds. Jan Offringa van predikantenbeweging Op Goed Gerucht. „Er zijn geen tijdloze waarheden. Wat we voor waar houden, kan over vijftig jaar anders zijn dan nu.”

Dat mag zo zijn, vindt ds. Maarten Kuijt, bestuurslid van de behoudende Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk, maar er zijn grenzen. „In de loop der tijd zijn er misschien accenten verschoven in onze visie op de belijdenisgeschriften, maar sommige zaken zijn onopgeefbaar. Wij menen heus niet dat we God kunnen doorgronden, maar als je zegt dat God niet bestaat maar gebeurt, ga je over de lijn.”

De verklaring van de kerkopzichters dat de belijdenis ’geen maatlat’ is, vindt Kuijt te mager. „Wat Klaas Hendrikse beweert, kán niet. Als dit niet in strijd met het belijden is, zou ik niet weten wat dat wel is.”

Daarom steunt de Gereformeerde Bond het beroep van de Zeeuwse dominees tegen het besluit van de kerkopzichters. Binnen de regels van de kerk, zegt Kuijt, zal de bond er alles aan doen om te zorgen dat de procedure tegen Hendrikse toch doorgaat.

Dat is nergens voor nodig, vindt Corrie Jacobs, beleidssecretaris van de VVP, ’beweging voor eigentijds geloven’. De uitspraak in de zaak-Hendrikse maakt volgens Jacobs iets belangrijks duidelijk: er is niet één bepaalde interpretatie van de oude belijdenisgeschriften, die als norm kan worden aangehouden. „Hét belijden bestaat niet.”

Daarom, zegt Jacobs, zal de vrijzinnige VVP een verzoek bij de leiding van de Protestantse Kerk indienen om de bepaling ’de kerk weert alles wat haar belijden weerspreekt’ uit het kerkelijk wetboek te schrappen. Dan ben je volgens Jacobs niet langer afhankelijk van willekeurige tekstinterpretaties. „De belangrijkste regel blijft: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”

In een toelichting op hun besluit stelden ook de Zeeuwse kerkopzichters zich de vraag wanneer de fundamenten van de kerk wél aangetast worden, nu vastgesteld is dat Hendrikse dat níet doet. „Waar mensenlevens in het geding zijn, overschrijden we een grens. Waar de een meent macht te hebben over het leven van de ander, overschrijden we een grens”, antwoordt ds. Huub Smeets, voorzitter van de Zeeuwse opzichters.

Betekent dit dat een leerstellige opvatting van een dominee dan nóóit strijdig kan zijn met het belijden van de kerk? Smeets: „Zo algemeen kun je het niet zeggen. Maar Hendrikse blijft binnen de grens.”

Hoogleraar De Kruijf: „De vraag waar de grens ligt, is niet op voorhand te beantwoorden.”

„Er kan veel”, meent Offringa van Op Goed Gerucht. „Als je maar verbonden blijft met de christelijke traditie. Zolang een dominee maar niet zegt: ’Doe mij maar het boeddhisme’.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden