Interview

Er gaat niets gaat boven parlementaire democratie

Joop van den Berg en Bert van den Braak schreven 'Zeventig jaar op zoek naar het compromis', over de parlementaire geschiedenis van 1946 tot nu. Beeld Bob Bronshoff

De eeuwige zoektocht naar het compromis kenmerkt bij uitstek de naoorlogse Nederlandse politiek. Helemaal niet verkeerd, vinden de auteurs van een nieuw, lijvig boek over zeventig jaar parlementaire geschiedenis.

Jarenlang was 'Honderd jaren', het boek van P. J. Oud, Kamerlid voor de Vrijzinnig Democratische Bond in het Interbellum en na de oorlog (mede-)oprichter van de VVD, het standaardwerk over de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Die geschiedenis liep tot de inval van de Duitsers in 1940.

Nadien zijn er geschiedenissen verschenen, maar geen enkele zo compleet als 'De eerste honderdvijftig jaar' van de hoogleraren Joop van den Berg en Jan Vis. Maar ook dat lijvige werk loopt niet verder dan 1946. Gisteren, vier jaar na het verschijnen van het eerste deel, kwam een compleet overzicht uit van de parlementaire geschiedenis van na de oorlog tot en met het tweede kabinet-Rutte.

Het vorige deel moest na het overlijden van voormalig D66-senator en informateur Jan Vis voltooid worden door hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg. Voor het tweede deel kreeg hij assistentie van Bert van den Braak, senior onderzoeker bij het Parlementair Documentatiecentrum van de Leidse universiteit. Van den Berg, ook oud-senator en voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckmanstichting, en Van den Braak, wisselen elkaar ook nog eens af in een wekelijkse column over politiek op de website van het Montesquieu-instituut.

'Zeventig jaar op zoek naar het compromis' heet het tweede deel. Daar waar het eerste deel nog een feitelijke mededeling als titel had, bevat de titel van het tweede deel een typering van de politiek in deze periode. Volgens de twee historici is de eeuwige zoektocht naar het compromis de rode draad bij uitstek die de naoorlogse politiek typeert. Van den Braak: "Het ligt uiteraard wel iets genuanceerder. Er waren bijvoorbeeld aan het eind van de jaren zestig en zeventig perioden met polarisering - al was dat onder het kabinet-Den Uyl deels voor de bühne. Maar de Nederlandse politiek is na de oorlog altijd op het compromis gericht geweest. Uiteindelijk moest er resultaat geboekt worden."

Tekst gaat verder onder de afbeelding

VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali kondigt haar vertrek uit de Tweede Kamer aan, mei 2006. Beeld Martijn Beekman, Hollandse Hoogte

De pre-occupatie met het compromis wil nog niet onmiddellijk zeggen dat compromissen zich in de Nederlandse politiek gemakkelijk laten sluiten. Van den Braak: "Neem de AOW. Het heeft echt decennia geduurd voordat daarover uiteindelijk een vergelijk kwam. Al in de jaren van de Eerste Wereldoorlog werd daarover politiek debat gevoerd. Pas in de jaren vijftig lukte het uiteindelijk. En daarvan zijn veel meer voorbeelden. Zoals hoe het stelsel van gezondheidszorg in te richten. Dat we af moesten van het stelsel van ziekenfondsen en, vanaf een bepaald inkomen, particuliere zorgverzekeringen, was duidelijk. Maar wat dan? Dat heeft toch echt decennia geduurd. Hoe hoog het eigen risico moet zijn en of er wellicht een inkomensafhankelijke premie moet komen zijn belangrijke vragen, maar over de echt fundamentele keuzes konden uiteindelijk compromissen bereikt worden."

Compromis

Van den Berg acht de nadruk op het compromis het belangrijkste element dat de Nederlandse politiek onderscheidt van andere landen. Zeker van Angelsaksische landen. "Daar is het toch vaak: winner takes all. De noodzaak compromissen te sluiten is of afwezig of heel klein. In Scandinavië bestaat een min of meer vergelijkbare situatie. Vaak staat een sociaal-democratisch blok daar tegenover een conservatief blok. Maar er zijn meerdere partijen nodig om tot meerderheden te komen. Maar heel anders dan hier, daar worden de compromissen niet gemaakt in zoiets als een regeerakkoord. Het gebeurt veel meer in het parlement zelf en dan onderwerp voor onderwerp. De formatie duurt daar als het ware de volle vier jaar tussen twee verkiezingen."

Nederland is een land van minderheden en een politiek stelsel dat daarop geënt is. Dat lijkt een open deur, maar zo was dat niet altijd. Van den Braak: "De politiek in de negentiende eeuw werd gekenmerkt door niet te overbruggen tegenstellingen. Er dreigde een hopeloze stagnatie."

In die jaren, tot en met 1917, had Nederland, net als Groot-Brittannië, een districtenstelsel. Maar wat aan de andere kant van de Noordzee werkt, doet dat nog niet hier. De evenredige vertegenwoordiging doet meer recht aan Nederlandse verhoudingen. Van den Berg en Van den Braak bejubelen in hun inleiding dit stelsel. "Dit is wat de parlementaire democratie vermag en wat door geen ander politiek regime kan worden bewerkstelligd: sociale vrede bewaren en burgers perspectief en zeggenschap leveren."

De representatieve democratie mag dan niet altijd even transparant zijn, de achterkamertjes worden veelvuldig bezocht. Maar het levert tegelijkertijd een dermate fijn netwerk van macht en tegenmacht, van checks and balances op, dat uiteindelijk volgens de twee auteurs alles wat de afgelopen zeventig jaar tot stand werd gebracht aan dat stelsel te danken is.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De KVP-fractie, met staand fractievoorzitter Norbert Schmelzer, tijdens het debat in de Nacht van Schmelzer van 13 op 14 oktober 1966, waarin het kabinet-Cals viel. Beeld ANP

Van den Berg: "Uit nogal wat onderzoek blijkt ook dat de Nederlandse kiezer dan wel over veel dingen ontevreden kan zijn, maar niet over onze evenredige vertegenwoordiging. Die past zo bij de aard van de Nederlander dat het stelsel totaal onomstreden is, wat mensen als Wilders en Baudet ook zeggen of proberen. Het opvallende is dat hun kritiek heel erg lijkt op die van sommige groepen in de samenleving in de jaren zestig en zeventig. Het zijn dezelfde argumenten. De elite zou zich niet bekommeren om de zorgen van de gewone Nederlander en meer van dat soort geluiden. Het grote verschil is slechts dat destijds de kritiek van links kwam en dezelfde soort kritiek tegenwoordig van rechts."

Land van minderheden

"De stelselkritiek van tegenwoordig gaat volstrekt voorbij aan het feit dat dit land een land van minderheden is. Wilders claimt voor HET volk te spreken. Er zijn met andere woorden geen compromissen meer nodig. Toch wil ook zijn achterban niet af van de representatieve democratie. Politieke vernieuwing en discussies over een ander stelsel zijn echt elitediscussies. Daarvoor is geen enkel breed gedragen draagvlak. Wat het alleen maar moeilijker maakt is dat we geen grip meer hebben op onze eigen winkel. Dat was al jaren zo, maar pas de laatste jaren is de Europese Unie een probleem geworden."

Van den Berg voegt daar onmiddellijk aan toe dat de politiek hier toch echt de hand in eigen boezem dient te steken. Er zijn heel goede redenen voor de Europese Unie, menen de auteurs, maar het wordt een probleem als de unie vooral gebruikt wordt als excuus en iets dat buiten onze macht ligt. "Terwijl we in die zeventig jaar enthousiast meededen en, sterker, veel van wat de Europese Unie nu is, uit onze eigen koker komt."

Van den Berg en Van den Braak zien, ondanks hun enthousiasme over wat de Nederlandse politiek de afgelopen zeventig jaar allemaal vermocht ook de nadelen. De politiek kan als een technocratische oefening overkomen. Alsof het uiteindelijk gesloten compromis de natuurlijke en logische gang der dingen is en politiek niet gaat over het maken van keuzes op grond van bijvoorbeeld mens- en maatschappijvisie.

Van den Braak: "Dat is absoluut een gevaar en een nadeel. Maar, aan de andere kant, je bent eenvoudigweg niet in staat met anderen deals te sluiten als je niet weet wat je wilt. Het grote probleem is dat in de Nederlandse politiek van lieverlee een gewoonte is ontstaan om het compromis te vuur en te zwaard te verdedigen. Van den Berg: "Vooral de PvdA heeft daar een handje van. Er is geen enkele noodzaak compromissen met hartstocht te verdedigen."

Door de evenredige vertegenwoordiging en de daaraan gekoppelde vorming van fracties is het voor een individueel Kamerlid niet of nauwelijks nog mogelijk een eigen, individuele identiteit te behouden. Van den Braak en Van den Berg zien dat als een ander groot nadeel.

Zeventig jaar parlementaire geschiedenis heeft veel indrukwekkende momenten opgeleverd. Veel successen en kleurrijke personen. Het boek staat er uiteraard vol mee. De Nacht van Schmelzer, het debat over de vrijlating van de Drie, later twee van Breda, het Mentendebat, het debat over het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali, de polarisatie tussen de PvdA en de confessionele partijen en de geleide loonpolitiek van de jaren vijftig. Veel gebeurtenissen, veel personen. Maar wie is voor de twee historici in die zeventig jaar nu een echt onderschatte politicus?

Oud-minister Jan de Koning, volgens Van den Bergh en Van den Braak de meest onderschatte politici. Beeld ANP

Altijd op zoek

Van den Braak, na lang nadenken: "Ik denk dat ik dan toch moet zeggen Jan de Koning. Minister in diverse kabinetten en informateur bij enkele formaties. De Koning was altijd op zoek naar het compromis. Een stille kracht op de achtergrond. Hij gaf in de ARP-fractie begin jaren zeventig met zijn stem de doorslag waardoor het kabinet-Den Uyl mogelijk werd. Echt een stille kracht op de achtergrond."

Ook Van den Berg komt met een christen-democratiche politicus. "Voor mij is dat Til Gardeniers, minister in de kabinetten-Van Agt. Zij kon een moeilijk te lezen politica zijn. Een opmerking hier, een suggestie daar. Een vraag aan de een en een opmerking tegen de ander, zodat je kon denken: wanneer komt er nou eens beleid? Je had niet door dat dat het beleid was en dat er plotseling een doorwrocht idee op tafel lag. Ze is mateloos onderschat. Gardeniers was degene die Van Agt in de touwen wist te houden en voorwaar, dat is geen sinecure."

Op de vraag wie dan de meest overschatte politicus is, blijven de twee het antwoord schuldig. Wel zijn ze het er hartgrondig over eens dat het meest overschatte kabinet het kabinet-Den Uyl was. Van den Berg: "Van het centrale idee van dat kabinet; de spreiding van kennis, inkomen en macht is hoegenaamd niets terechtgekomen. Het kabinet heeft een magische klank, nog altijd, maar voor een groot deel ten onrechte."

'Zeventig jaar zoeken naar het compromis'. B.H. van den Braak en J.Th.J. van den Berg, uitgeverij Prometheus, 720 blz., 55 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden