Er blijft maar één beroepsinstantie over

Helemaal verrassend kan het niet geweest zijn, de brief aan minister Benk Korthals van justitie waarin het einde van het bestaan van de Rechtseenheidskamer (REK) wordt aangekondigd. Vriend en vijand in vreemdelingenland zijn het er immers over eens dat het principieel juister is om, net als in alle andere rechtsgebieden, ook in het vreemdelingenrecht te werken met een hogere beroepsinstantie.

Ruut Verhoeven

Nu dit vanaf 1 april in de nieuwe Vreemdelingenwet geregeld is en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiermee belast wordt, lijkt de rol van de REK uitgespeeld. Je kunt nu eenmaal niet twee 'hoogste' rechtscolleges hebben die waken over de rechtseenheid. Toch wordt alom betreurd dat het zes jaar geleden uit nood geboren fenomeen straks buitenspel staat. Wetenschappers van de universiteit in Utrecht die de rol van de REK als waakhond voor rechtseenheid in 1999 onderzochten, pleitten destijds al voor het voortbestaan in een of andere vorm, ook al zou er hoger beroep worden ingevoerd.

Martine Mondt-Schouten, voorzitter van de vreemdelingenkamer in Den Haag en tevens persrechter vreemdelingenzaken, kan zich daar wel wat bij voorstellen, maar ziet ook onmiddellijk de bezwaren. ,,Ik vind het heel bijzonder, zo goed als er de afgelopen jaren vanuit vijf rechtbanken is samengewerkt op zo'n hoog juridisch niveau. Maar er moeten straks niet twee hoger beroepsinstanties zijn, waarvan er een dat niet echt is. Bovendien zou het veel ingewikkelder zijn om met de tien zittingsplaatsen die er nu zijn, een REK-zitting te houden. Probeer dan nog maar eens draagvlak te creëren voor de REK-uitspraken.''

,,Nu is er draagvlak'', vult Adriana van Dooijeweert, landelijk coordinator vreemdelingenzaken en voorzitter van de REK aan, ,,omdat alle zittingsplaatsen betrokken waren bij de besluitvorming. Als je straks zou gaan rouleren, voelen rechtbanken die er niet direct bij betrokken zijn geweest, zich toch minder gebonden aan die uitspraken. Bovendien is onder de nieuwe wet een REK-uitspraak niet meer dan een gewone uitspraak die door de Raad van State vernietigd kan worden.''

Afgelopen zes jaar deed de Rechtseenheidskamer in meer dan tweehonderd zaken uitspraak, of het nou om gezinshereniging ging, of om vreemdelingenbewaring, dan wel gedoogbeleid ten aanzien van bepaalde groepen asielzoekers, of witte illegalen. Drie rechters in toga, drie in de zaal, en alle zes discussiëren mee over de uitspraak. Uitgangspunt was: de vreemdelingenrechters zoveel mogelijk op één lijn te krijgen. ,,Voor de rechtsontwikkeling kan het best goed zijn'', meent Van Dooije weert, ,,als je een tijdje twee lijnen laat uitkristalliseren. Maar er komt een moment, zeker als er op korte termijn geen hoger beroepsrechter is die knopen doorhakt, dat we met z'n allen willen weten welke lijn gevolgd moet worden.''

Het is voorgekomen dat van de ene rechtbank Somaliërs het land uit moesten, terwijl andere rechtbanken Somaliërs van dezelfde clan uit hetzelfde gebied lieten blijven. Mondt: ,,Die kwestie ging over de grens tussen veilige en onveilige gebieden in Somalië. Dat probleem is onder andere opgelost door een REK-zitting, maar ook door in de diverse zittingsplaatsen meervoudige kamers zich te laten buigen over de veiligheidssituatie in sommige delen van Somalië.''

Naast veel waardering is er ook de nodige kritiek geweest op het functioneren van de Rechtseenheidskamer, over de lange behandelingsduur bijvoorbeeld. ,,Het klopt'', zegt Mondt, ,,dat veel zaken blijven liggen als de REK zich met de kwestie bemoeit. Maar tegelijkertijd is het zo dat wanneer de REK zich eenmaal heeft uitgesproken, zaken sneller kunnen worden afgedaan. Laat je de ruimte voor uiteenlopende uitspraken langere tijd bestaan, dan roepen advocaten: 'Ja, maar in Zwolle of Den Bosch doen ze het zus of zo'.''

Sommige critici vinden dat de REK met bepaalde uitspraken te veel op de stoel van de overheid is gaan zitten, zoals in de kwestie-Kosovo of Sierra Leone, waarvan de vreemdelingenrechters vonden dat de staatssecretaris van justitie te lang het 'onwettige' uitstel-van-vertrek-beleid voerde, terwijl gedoogbeleid (met meer rechtszekerheid voor de asielzoeker) eerder geboden was.

Van Dooijeweert: ,,Natuurlijk heeft de staatssecretaris beleidsvrijheid. Maar dat wil niet zeggen dat de rechter niet mag toetsen of het resultaat van die keuze voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.'' Mondt: ,,Marginale toetsing betekent niet: geen enkele toetsing. Dat is wat men af en toe wil.''

Een REK-uitspraak die veel stof deed opwaaien, was het antwoord op de vraag of vreemdelingen uit gebieden zonder overheidsgezag volgens het Vluchtelingenverdrag vluchteling kunnen zijn. Nee, had de Raad van State eerder ooit vastgesteld. Wel degelijk, meende de Rechtseenheidskamer. Prompt verschenen er berichten in de media dat Afghanen vanuit Duitsland massaal naar Nederland zouden komen om hier asiel te vragen. Van Dooije weert: ,,Ten onrechte. Als de REK zegt dat het niet zo kan zijn, dat iemand op de enkele grond dat hij komt uit een land waar geen centraal overheidsgezag is, geen vluchteling is, betekent dat natuurlijk nog niet, dat iedereen uit dat land vluchteling is.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden