Er bestaat geen Handboek Behoud Democratie

Ina Brouwer van de CPN, in de jaren tachtig. Beeld Anp

Onze democratie in West-Europa is heel lang niet van binnenuit bedreigd geweest. Gedurende de Koude Oorlog was er alleen het gevaar van buiten: het Rode leger dat kon binnenvallen indien wij onze defensie te veel lieten verslonzen.

Ook Nederland kende een partij die in dat geval maar al te graag hand- en spandiensten aan de nieuwe bezetter had verleend. De CPN stak haar anti-democratische intenties niet onder stoelen of banken.

Toch heeft de democratische meerderheid nooit met een partijverbod gereageerd. Zelfs in Frankrijk en Italië, landen waar het communisme een veel grotere aanhang had en pal na de Tweede Wereldoorlog - toen Europa in puin lag en nog straatarm was - niet kon worden voorzien of de kiezers de communisten in het zadel zouden helpen, bleef zo'n partijverbod uit.

Recentelijk is in academische kringen de aandacht voor het concept 'weerbare democratie' opgeflakkerd. Dat oogt omineus. Is er grond voor zulke onzekerheid over de democratische gezindheid van de kiezers? Een en ander neemt niet weg dat het geen kwaad kan na te denken hoe te voorkomen dat de democratie zichzelf ooit om zeep helpt. Alleen al daarom valt het proefschrift Weerbare democratie, waarop Bastiaan Rijpkema voor de kerst promoveerde, te waarderen.

Verdedigingsmechanisme
Rijpkema vraagt zich allereerst af óf een verdedigingsmechanisme tegen een meerderheid die besluit de democratie af te schaffen gerechtvaardigd is. Zijn antwoord op deze principiële vraag luidt - zo kort mogelijk samengevat - ja. Terecht stelt Rijpkema dat dit niet mag ontaarden in het stellen van inhoudelijke eisen aan de democratie of aan politieke partijen. Wie verlangt dat partijen bepaalde waarden onderschrijven, begeeft zich op een hellend, uiterst glibberig pad.

Wel zou - procedureel - mogen worden verlangd dat besluiten 'herroepelijk' zijn. Democratie is een bestuurlijke zoektocht met vallen en opstaan; je moet de mogelijkheid hebben van besluiten terug te komen. Bovendien: waaraan ontleent een tijdelijke meerderheid het recht niet alleen aan de (tijdelijke) minderheid invloed op de besluitvorming te ontzeggen, maar ook aan de toekomstige generaties?

Lastiger is vervolgens te bepalen wanneer en hoe zou moeten worden ingegrepen. Qua tijdstip is het parool: niet te vroeg en niet te laat. Meer dan deze vuistregel valt er eigenlijk niet over te zeggen. Het is ondoenlijk een Handboek Behoud Democratie met strikte tijdlijnen en regels op te stellen.

Hoe ingrijpen?
Dit geldt wat mij betreft evenzeer voor de vraag hoe en op welke gronden moet worden ingegrepen indien de democratie serieus gevaar loopt. Hier probeert Rijpkema in zijn boek specifiekere richtlijnen op te stellen, waaraan een rechter zijns inziens dan houvast zou hebben. De auteur noemt zes grondwetsartikelen waaraan geen partij zou mogen morrelen.

Een daarvan is het artikel waarin het individuele kiesrecht ligt besloten. Hoewel ik het persoonlijk met Rijpkema eens ben dat het kiezen van een volksvertegenwoordiging inderdaad op basis van 'one (wo)man one vote' behoort te geschieden, zoals in Nederland ook het geval is, lijkt het mij niet verdedigbaar elke andere modus bij voorbaat buiten de democratische rechtsorde te verklaren.

Onder voorlopers van het CDA was het gezinshoofdenkiesrecht ooit populair. Voor andere vormen van zogenoemd 'organisch' kiesrecht - op basis van bijvoorbeeld beroepsgroepen - is in confessionele en sociaal-democratische kring eveneens veelvuldig gepleit. Hadden ARP, RKSP en SDAP dan om die reden soms verboden moeten worden?

Koopzondagen in Ede? Er werd afgelopen zomer over gestemd. Beeld Anp

Bovendien ligt onder de door Rijpkema genoemde grondwetsartikelen de veronderstelling dat democratie via een vertegenwoordigend stelsel moet worden vormgegeven.

Dat is echter niet de enige denkbare vorm van democratie. Het vertegenwoordigende stelsel zou bijvoorbeeld kunnen worden vervangen door een lotingssysteem. Het controlerend en wetgevend orgaan in het staatsbestel wordt dan samengesteld uit een steeds wisselende groep door loting aangewezen burgers.

Wat je daar verder ook van mag vinden, het is toch onmogelijk vol te houden dat een partij die een dergelijk stelsel wil invoeren een gevaar voor de democratie vormt. In wezen zou zo'n stelselwijziging méér democratie brengen.

Het wringt voorts dat als het al mogelijk zou zijn vast te stellen welk deel van de grondwet ongemoeid zou moeten worden gelaten, Rijpkema het oordeel bij de niet-democratisch gelegitimeerde rechter wil neerleggen.

Onderwijs
Uiteindelijk is het de vraag of een democratie te redden is wanneer in de bevolking én in de voornaamste staatsorganen het democratisch besef niet langer levend is. Onderwijs in de betekenis van de democratie, en het stimuleren van geschiedkundige kennis over de ellende die dictaturen in al hun verschijningsvormen hebben aangericht, lijkt vooralsnog de beste manier om de democratie levend te houden.

Als er dan toch een institutionele rem wordt ingebouwd, is het beter het tegendeel te doen van wat in Griekenland gebeurt. Daar krijgt de grootste partij ongeacht haar omvang een bonus van 50 parlementszetels. Uit democratisch oogpunt is het juist veiliger ervoor te zorgen dat geen partij beslag kan leggen op een gekwalificeerde meerderheid aan parlementszetels. Grondwetswijzigingen kunnen dan enkel met instemming van andere partijen plaatsvinden. Een grondwet moet immers breed worden gedragen.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland, verbonden aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden