'Er bestaan geen langdurige relaties, dat is het euvel'

interview | In de jaren zestig kwam driekwart van alle pinda's in de wereld uit Afrika. In 2005 nog maar 5 procent. Intersnack wil de export nieuw leven inblazen.

Hij is geen filantroop en zijn firma geen liefdadigheidsinstelling. Wim Schipper is sourcing manager Afrika bij Intersnack, de grootste importeur van pinda's in Europa. "Ons belang is onze goederenstroom veilig te stellen. Wij denken in beschikbaarheid en in handel, niet in projecten. Wij hebben altijd een markt, een enorm absorptievermogen. Ook voor pinda's uit Afrika."

Toch schreef Intersnack, een Duitse international in chips, snacks en noten, in 2012 in op een tender van het Britse ministerie voor ontwikkelingssamenwerking. Samen proberen ze om de Afrikaanse export van pinda's naar Europa nieuw leven in te blazen.

In de jaren zestig kwam zo'n 75 procent van alle pinda's die wereldwijd werden gegeten uit Afrika. In 2005 was dat nog maar 5 procent.

De oorzaak van die dramatische daling heeft een naam: aflatoxine, een gif dat wordt geproduceerd door een schimmel die zich op Afrikaanse pinda's nestelt. In hoge concentraties is het dodelijk, vooral voor mensen met verminderde weerstand. Europa wil met aflatoxine besmette waar - ook maïs en granen zijn vatbaar - niet binnen zijn grenzen. Dus verloren Afrikaanse boeren veel van hun afzetmarkt en daarmee hun lust om pinda's te telen. Wat nu nog aan pinda's wordt geproduceerd, mét gevaar op aflatoxinebesmetting, is met name voor de lokale markt.

Jammer voor die boeren, vond het Britse Department for International Development, want ze zouden aan export van pinda's een goede boterham kunnen verdienen. En niet goed voor de Afrikaanse pinda-eters bovendien, dat risico op aflatoxine.

Jammer voor ons, vond Schipper. Het is zijn taak om te zorgen voor een onophoudelijke stroom ingrediënten naar de fabrieken van Intersnack. Zodat de Roemenen kunnen genieten van hun NutLine-nootjes, de Polen van hun Felix, de Duitsers van hun Ültje, de Britten van hun KP Nuts en de Nederlanders van hun nootjes van Jack Klijn, om wat merken te noemen.

Schipper: "Er zijn twee grote landen van herkomst voor onze pinda's: de Verenigde Staten en Argentinië. Dat is een smalle basis. Amerika produceert voor de binnenlandse vraag en exporteert alleen als er een overschot is. Alle Argentijnse noten zijn wel voor de export, maar daar wordt geproduceerd in een heel klein gebied. Dat is kwetsbaar, bijvoorbeeld voor weersinvloeden. El Niño heeft daar eind jaren negentig ongehoord toegeslagen. Wij hebben alternatieven nodig."

"China is de grootste pindaproducent ter wereld en exporteerde voorheen veel. Maar de bevolking groeit er, net als de welvaart. De Chinezen consumeren nu al hun eigen pinda's. En ze kopen in Oost-Afrika en kloppen aan bij de Argentijnen. Dat is best zorgwekkend."

In de herfst van 2012 begonnen de Britten en Intersnack hun queeste tegen aflatoxine en voor exporteerbare pinda's. Dit voorjaar liep het project af. Er zit ruim 800.000 euro in. De helft komt van het Britse ministerie, 286.000 euro van Intersnack en 76.000 euro van Equatorial Nuts, een Keniaanse pindaverwerker. Ook Max Havelaar, door Intersnack aan boord gehaald omdat het project op termijn fairtrade-pinda's kan opleveren, draagt bij. Net als FairMatch Support, dat Intersnack in de arm nam om het project uit te voeren in Kenia, Malawi en Burkina Faso.

En, eet Europa nu aflatoxine-vrije Afrikaanse pinda's?

"Niet één zending voldeed aan de Europese eisen voor aflatoxine, maar we zaten er dicht bij. Een partij zag er heel goed uit, maar is op andere gronden afgekeurd. Ons doel was ook niet om direct met containers te komen. Dat zou de kers op de taart zijn geweest."

Wat was dan uw doel?

"Leren hoe die ketens in elkaar zitten: wie zijn de spelers, wat zijn de uitdagingen? Zelfs daarvoor is anderhalf jaar te kort."

Hoe bent u te werk gegaan?

"Hetzelfde als toen we begonnen met walnoten in Kirchizië of met oerpinda's in Bolivia: met de overheid en ngo's al die kleine boeren bijeenbrengen. Zodra je een boerengroep hebt, kun je die onder de mangoboom een training geven; dat kan niet met elke boer apart. Veel budget zit in het aanleren van landbouwmethodes en goede behandeling van de oogst."

Zo basaal? U was niet de eerste die in die landen neerstreek om met boeren te werken. Was er geen basis om op te bouwen?

"Er is veel gedaan in boerengroepen, bijvoorbeeld om de pinda-opbrengst te vermeerderen. Maar er is weinig feedback. Een project loopt af en dan hoop je als ontwikkelingswerker dat de groepen doen wat je hebt afgesproken. Maar je hebt goede en je hebt minder goede boeren."

Dus dan zakt de boel weer in? Hangt u dat ook boven het hoofd?

"Al die projecten focusten op de boeren. Die keken niet naar de keten. Er is geen enkele link met een lokale verwerker bijvoorbeeld. Boeren verkopen hun oogsten aan een tussenhandelaar die toevallig langskomt. Hun volgende oogst kan weer naar een ander gaan. Die oogsten worden een paar keer doorverkocht voor ze bij de verwerker komen.

"Er zijn geen langdurige relaties, dat is het euvel. Wij willen toe naar vaste boerengroepen en een vaste verwerker. De tussenhandel schakelen we uit. We streven naar een professionele inkooporganisatie, lokaal, die boeren bezoekt. Niets anders dan wat in Europa gebeurt met de aardappels voor onze chips. Onze inkopers en agronomen gaan naar de boer toe, die weten wat er gebeurt, die kennen de rassen."

Is dat wat een zakelijke partner inbrengt in een ontwikkelingsproject? Dat het verlangen arme boeren te helpen niet volstaat?

"Wij brengen in dat het gaat om langdurige relaties. Wij stoppen hier geld in, dat is geen enkel probleem, maar het moet wel wat opleveren. We bouwen aan een toekomst.

"Maar zelfs wij, met onze aandacht voor de hele keten - voor het juiste zaad, voor wat op de boerderij en bij de verwerker gebeurt - ook wij hebben het idee dat we het geheel niet hebben afgedekt. Dat staat ook in onze evaluatie van het project. We missen onderzoek: wat is er al gebeurd, wat zijn de lessen van andere projecten? We kwamen erachter dat de kwaliteit van zaaigoed nooit is meegenomen tot nu toe. Die is ontzettend belangrijk! Sommige soorten pinda's zijn veel bevattelijker voor aflatoxine dan andere."

Gaan ze samen, jullie kijk en de ontwikkelingswerk-blik van de grootste geldschieter?

"Ze gaan mooi samen, al focussen de sponsoren heel erg op die kleine boer. Die is ontzettend belangrijk, want die zorgt voor het meeste voedsel in Afrika. Maar dat heeft zijn schaduwzijde. Het is eigenlijk geen landbouw wat hij doet, het is tuinieren. Hongersnoden door misoogsten zijn alweer van een tijdje terug, maar rondreizend door Afrika denk ik: ze zijn zo afhankelijk van het weer. Grotere boeren hebben betere toegang tot financiering. Dat brengt iets als irrigatie onder handbereik. Bij sponsoren is dat vloeken in de kerk."

Dit aflatoxineproject is ook voorbij. Wat nu?

"Ik schrijf aan een plan voor een vervolg. Bij mijn directie kan ik niet nog een keer met hetzelfde aankomen. We moeten nu iets met zaad. Zaaigoed mag je niet zo maar importeren, vanwege mogelijke ziektes. Je moet dat lokaal ontwikkelen, maar te weinig goede zaadbedrijven in Afrika houden zich bezig met pinda's. Dat moeten wij faciliteren. Net als laboratoria die op aflatoxine kunnen testen. Wij kunnen bemiddelen tussen partijen en Triodos Bank of Rabobank Foundation voor leningen. En Equatorial Nuts laten we niet los."

Wat is met de afgekeurde pinda's gebeurd?

"Afhankelijk van het aflatoxinegehalte gaat een container pinda's retour, of naar de oliepers: als je de olie goed raffineert is er geen probleem. Soms gaan de pinda's in vogelvoer. Dus die besmette pinda's hebben een zekere waarde, maar het is afschrijven. Binnen het project was daar een post voor. Komen nu nog containers binnen, zijn de kosten voor ons."

De pinda is officieel geen noot maar een peulvrucht. Ze horen dus bij de bonen, erwten, linzen, kiemgroenten. Noten groeien aan bomen, de pinda groeit onder de grond. Daarom worden ze ook vaak aardnoot genoemd.

Officieel komen pinda's uit Zuid-Amerika. Europeanen hebben de pindaplant meegenomen en geïntroduceerd in andere werelddelen.

Pinda's worden in veel keukens gebruikt, van Indonesische pindasaus tot Peruaanse stoofschotel of West-Afrikaanse soep.

Voedingswaarde: vezels, vitaminen, eiwitten en mineralen maar ook vet. Veel vet.

Fairtrade-pinda's komen uit China. Maar ook uit Oezbekistan, Malawi en Nicaragua.

In de schappen winnen fairtradenoten terrein. Cashew, amandelen, pinda's en paranoten zijn eerlijk te verkrijgen.

Vorig jaar is een kleine 160.000 kg aan fairtrade-gecertificeerde noten verkocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden