Ephimenco

Het is een oud ritueel: om de vier weken moet het zwerfvuilcentrum dat mijn werkkamer is aangepakt worden.

Sylvain Ephimenco

Heuveltjes kranten en weekbladen op de vloer, krantenknipsels, brieven en cassettes die de bureaus en vensterbank bedekken. Snel weggooien, zonder aarzeling, anders gaat het verleden aan je vingers kleven en raak je verlamd. Kijk, er is zelfs een verminkte videoband bij, zonder het klepje aan de voorkant. Weg ermee. De verminkte band zweeft even boven de grijze hongerige mond van de vuilniszak.

Nee, stop. Ik kijk op het etiketje en zie alleen maar loze namen in vale inkt geschreven: De Geer, Nova, Avro... Voor de zekerheid: ik duw de cassette in de recorder. De beelden lijken met grof schuurpapier bewerkt. Ik zie mijn jongere gezicht verschijnen en schrik. Ik weet het weer: september 1993, aan de vooravond van prinsjesdag. De Avro vroeg me, geloof ik, een item te maken over de monarchie. Twee gasten voor een kort interview. In het Oranje Museum in Baarn. Negen jaar geleden. Die twee mannen zijn er niet meer. Ik ga mijn interviews met twee doden bekijken. De band loopt, de beelden zijn spookachtig. In zijn stoel glimlacht historicus Hans Righart. Als genageld in een onwerkelijk verleden. Met slinkse vragen probeer ik deze cultuurrelativist tot uitingen van vaderlandsliefde te verleiden. Tevergeefs. Ongeduldig spoel ik de band vooruit. Het gaat me eigenlijk om de tweede gast. Ik heb hem na die zonnige septembermiddag nooit meer ontmoet. Op die dag, weet ik nog, kwam hij te laat en met zijn bolide met open dak ramde hij bijna mijn geparkeerde auto. Ik vertraag de beelden. Hij staat tegenover me, slanker en jonger dat wel, zijn slapen zijn met donker haar bedekt maar zijn kale schedel glimt. Hij luistert aandachtig naar de vragen. Zijn naam verschijnt onder in beeld. Ik vraag hem of hij met zijn pleidooi voor de Nederlandse identiteit niet vreest voor nationalist te worden uitgemaakt. De man kijkt verongelijkt en trekt een vies gezicht: 'Ik bepleit niet een soort naar binnen gericht nationalisme, of chauvinisme, daar heb ik een ontzettende hekel aan. Dat gedoe met voetbal tegen Duitsland, dat vind ik afschuwelijk.' Ik zet de beelden stil en sla de man enkele seconden gade. De man die in september 1993, nog onbekend voor het grote publiek, niet voor nationalist versleten wilde worden wist niet dat hij negen jaar later met Hitler en Haider vergeleken zou worden. Vlak voor zijn gewelddadige dood op een mediapark. Niet zo gek ver van Baarn trouwens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden