Eötvös verkiest nieuwe orkestmuziek

BLARICUM - Sinds de van oorsprong Hongaarse dirigent en componist Peter Eötvös vanwege zijn chef-dirigentschap bij het Radio Kamerorkest in Nederland woonachtig is, weten ook andere formaties hem te vinden. Afgelopen week maakte hij zijn debuut bij het Concertgebouworkest en komend weekeinde dirigeert hij in de Matinee op de vrije zaterdag het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en het Koor Nieuwe Muziek in grote werken van zijn landgenoten Ligeti en Bartók.

Een dag rust gebruikte hij om in Rotterdam zijn landgenoot de pianist Zoltán Kócsis te beluisteren en met hem plannen te smeden voor concerten in Boedapest. Op maandagochtend stond Peter Eötvös (spreek uit Utveusj) alweer voor een Nederlands toporkest. Een mooie gelegenheid om beide orkesten met elkaar te vergelijken. Maar daar wil de 53-jarige specialist in het dirigeren van 'hedendaags klassiek' zich niet toe laten verleiden. Wèl wil hij zijn licht laten schijnen over zijn eerste ervaringen.

Het concert in de première-serie van het Concertgebouworkest ontmoette in de pers namelijk nogal wat weerstand ten aanzien van de programmering. Was de Nederlandse première van het tien jaar oude orkestwerk 'Parodos' van de Zweed Daniel Börtz in combinatie met het nu ook niet bepaald nagelnieuwe 'Poème de l'extase' van Skrjabin uit 1908, nu wel het aangewezen repertoire voor de opening van een première-serie?

Eötvös: “Het praktische voordeel van 'Parodos' was, dat het bij de instudering met het orkest hoegenaamd geen problemen met zich mee zou brengen en zich ook goed liet combineren met Skrjabins 'Poème'. Bovendien had Piet Veenstra - de huidige artistiek adviseur van het orkest - zijn zinnen gezet op dit werk. Voor hem is Börtz' compositie hèt model van een modern orkestwerk.

Hij vindt dat een klankapparaat als het Concertgebouworkest deze stukken absoluut nodig heeft. Hoewel we toen al wisten dat een week later in hetzelfde gebouw Skrjabins 'Poème' bij het Kirov Orkest met Valery Gergjev zou gaan, hield Veenstra ook in dit opzicht voet bij stuk. In het programma na de pauze (Ligeti en Bartók) heb ik meer mijn invloed kunnen laten gelden.''

De recensent van het Parool was laaiend enthousiast over de uitvoering van 'Atmosphères' van Ligeti. Voor hem maakte deze droomuitvoering de rest van de avond goed. Toch miste naar mijn eigen gevoel halverwege het werk in de abrupte overgang van heel hoge fluittonen naar de grommende contrabassen een stukje dramatiek.

“Ik moet voorop stellen”, intoneert Eötvös welwillend, “dat ik met de leden van het orkest uiterst plezierig heb gewerkt. Je kunt merken dat ze met Chailly nu wat vaker moderne muziek doen. Zijn aanwezigheid heeft duidelijk een positieve werking op de interesses van het orkest, die vergelijkbaar is met de invloed die Abbado heeft op de Berliner Philharmoniker. Ik ontmoette in het geheel geen weerstand, negatieve opmerkingen bleven achterwege. Met name met hun ogen zijn deze spelers ongelooflijk communicatief.”

“Niettemin zou nog wat meer ervaring met moderne muziek het orkest geen kwaad doen. Tijdens het instuderen van 'Atmosphères' heb ik ze het stuk één keer heel zacht door laten spelen, terwijl ik er met mijn stem doorheen praatte om aan te geven wat er gebeurt en waar de muziek naar toe gaat. Inderdaad, tijdens de repetitie had ik ze bij die bewuste passage verder dan tijdens de uitvoering. Gewend als ze zijn aan het produceren van een mooie, ronde klank, vervielen ze in hun oude gewoontes toen zij oog in oog met de vertrouwde volle zaal speelden.”

Inmiddels heeft het Concertgebouworkest Eötvös teruggevraagd om in oktober volgend jaar een nieuw pianoconcert van Klaas de Vries te dirigeren. Hoe ziet hij de nieuwe Nederlandse muziek vanuit zijn zeer internationaal geörienteerde perspectief?

“Ik vraag me de laatste tijd toenemend af, hoe componisten beroemd worden, welke mechanismen daarachter schuil gaan”, begint Eötvös nadenkend. “In Nederland zie ik voor wat betreft de kwaliteit eigenlijk geen verschil met wat elders gebeurt. Binnenkort dirigeer ik in de Matinee een uitstekend nieuw werk van Robin de Raaff voor twee klarinetten en orkest. Dat is een jongen, die in zeer korte tijd een snelle ontwikkeling doormaakte. Of dat zal leiden tot bekendheid in het buitenland is moeilijk te zeggen. In Nederland is er sprake van een zeer actieve, maar ook in zichzelf gesloten componeer-cultuur, zoals dat ook in landen als Zweden of Spanje het geval is.”

In allerlei interviews pleit de Hongaarse dirigent voor vernieuwing van de concertpraktijk. De bestaande orkestn zouden zich moeten vernieuwen, òf expliciet kiezen voor de museum-functie. Heeft hij zelf toch niet stiekeme wensen om bijvoorbeeld bepaalde negentiende-eeuwse orkestwerken of opera's te dirigeren?

“Vroeger voelde ik wel het verlangen om bijvoorbeeld ook Puccini of Wagner te dirigeren, ook Moesorgski en vooral 'Otello' van Verdi. Van dat soort wensen ben ik inmiddels wel afgestapt. Alleen met mijn huidige vaste orkest, het Radio Kamerorkest, wil ik graag ook ouder repertoire uitvoeren. Maar daar moet het dan ook maar bij blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden