EO zit klem tussen missie en achterban

(\N) Beeld
(\N)

De EO wil niets liever dan de boodschap van Gods liefde aan de mensen verkondigen. Daartoe gaat de omroep telkens weer de grenzen opzoeken, iets wat bij de achterban niet altijd goed valt. Zo heeft de vernieuwingsdrift van de programmamakers dit jaar al tot de nodige affaires geleid en onlangs werd een nieuwe serie over Jezus uit de productie gehaald. Vervreemding binnen de gelederen ligt op de loer.

De neogotische kapel in het pand van de Evangelische Omroep stroomt elke dinsdag om twaalf uur vol. Het is een sobere, maar prachtige ruimte. Vooral de fraaie glas-in-loodramen trekken de aandacht. Een uur uur lang wordt er gezongen, gebeden, uit de Bijbel gelezen en een overdenking gehouden. Het ’wij-ding’ heet de wekelijkse samenkomst.

De EO-directie gebruikt de bijeenkomst ook voor personeelsmededelingen en aankondigingen van nieuwe programma’s.

Zo ging het ook eerder dit voorjaar. Het was de directie gelukt om een nieuw programma op Nederland 3 geplaatst te krijgen. En daar was die directie – die uit twee mannen bestaat: Arjan Lock en Jaap Kooij – erg blij mee. Want het is voor de EO niet eenvoudig om tot dat derde net door te dringen. De zender is gericht op jonge kijkers en moet vernieuwend zijn. De doelgroep van het derde net heeft weinig op met religie. En juist daarom wil de EO ook daar actief zijn: want die jonge, ongelovige kijker moet het evangelie horen.

We gaan een programma maken, zo hoorden de EO’ers in de kapel, met bekende, ongelovige cabaretiers. Die houden een korte conference over Jezus en daarna gaan we met ze in gesprek. Hoe het er allemaal precies uit zou komen te zien, moest in de daarop volgende maanden duidelijk worden. Maar de netmanager van Nederland 3 was in ieder geval al enthousiast.

De meeste EO’ers leek het wel wat, dat nieuwe programma. Heel veel discussie ontstond er in ieder geval niet over. Over nieuwe programma’s is sowieso weinig discussie bij de EO, alhoewel de nieuwe (vorig jaar aangetreden) directie dat wel meer op gang probeert te brengen: eerder in het voorjaar startten de twee directeuren aan ontbijtsessies bij alle afdelingen. Om te praten over de missie van de EO en hoe die moet worden verwezenlijkt. Daar waren veel EO’ers blij mee. Soms voelden ze zich tijdens het wij-ding wel eens voor een voldongen feit geplaatst. Dan werd er een nieuw programma aangekondigd, met trailer en al, en dan was er voor hun gevoel niet heel veel ruimte meer voor debat.

Een enkeling maakte zich wel zorgen over dit nieuwste programma-idee. En liet dat ook aan de directie weten: „Dit is een risicovol format, daar moeten we mee uitkijken”. Niet vanuit onvrede over het streven om die doelgroep van Nederland 3 te bereiken. Integendeel. Maar of de achterban het zou begrijpen?

Het ís ook risicovol, wist de directie. En het programma moet ook goed worden uitgelegd en zeer zorgvuldig worden gemaakt. Maar de EO moet soms risico’s nemen, vindt de directie, de EO moet naar nieuwe vormen zoeken. Want de EO wil niets liever dan de boodschap van Gods liefde aan de mensen verkondigen. En dat lukt niet zonder telkens weer de grenzen op te zoeken. Daarbij is het niet zelden balanceren op dat hele lastige smalle randje: zó vernieuwen dat nieuwe doelgroepen kunnen worden aangesproken én de achterban het begrijpt en erachter staat.

De achterban begreep het niet: er werd zeer verontrust gereageerd toen, een paar weken geleden, het programma-idee naar buiten kwam, eerder dan de EO eigenlijk wilde. ’Dit gaat flink wat stof doen opwaaien’, zei presentator Arie Boomsma er ook nog over. En Boomsma is bovendien niet geheel onomstreden in de grotendeels orthodoxe achterban. Grappen over Jezus – want daar zou het toch op neerkomen? – daar mag geen sprake van zijn. Het Reformatorisch Dagblad, geen grote vriend van de EO en tegelijkertijd een zeer kritisch volger van de omroep, sprak er afkeurend over. Hetzelfde gebeurde in het Nederlands Dagblad. Verbazing was er ook: Grappen maken over Jezus? Je kunt toch op je vingers natellen dat de achterban daar niets van moet hebben?

De directie probeerde in het EO-blad Visie nog het waarom van het programma uit te leggen en vroeg de leden niet te twijfelen aan de goede intenties van de omroep. Dat mocht niet baten. Begin vorige week liet de EO-directie weten het cabaretprogramma – het had de titel ’Loopt een man over het water’ meegekregen – toch niet uit te zenden. In de beeldvorming was het programma ze door de vingers geglipt.

Door de buitenwereld werd met onbegrip gereageerd: Zeur toch niet zo, laat je oren niet zo veel hangen naar die achterban!

Hoe moet je als omroep opereren als je enerzijds leunt op een orthodoxe, en zeer loyale achterban en anderzijds de ongelovige buitenwacht wilt bereiken? In dat spanningsveld opereert de EO altijd, en de laatste jaren, zo lijkt het, met meer moeite. ’Hoe mooi het werk bij de EO ook was’, zei de vorige directeur Henk Hagoort (tegenwoordig voorzitter van de raad van bestuur van de publieke omroep) in een interview, ’ik voelde toch vaak een steentje op mijn maag’. „Het is lastig opereren”, zegt ook huidig directeur Lock. „Je moet niet met twee benen in de wereld willen staan, maar ook niet met twee benen in de achterban.”

Ad de Boer zat in de tijd dat hij EO-directeur was (van 1993 tot 2006) altijd met een notitieblokje op schoot naar EO-programma’s te kijken. „Ik vroeg me dan telkens af: Deugt het wat we doen? Past het bij de missie? Grijpen we elke kans aan om aan onze missie te werken? Wat vindt de achterban ervan? Dat was best spannend: ik zat soms met klamme handen te kijken alsof het een voetbalwedstrijd was.”

De spanning tussen missie en achterban werd groter toen de omroep eind jaren tachtig, begin jaren negentig de koers verlegde, vertelt De Boer, tegenwoordig voorzitter van de raad van toezicht en van de ledenraad van de omroep: de EO wilde veel meer dan voorheen een missionaire omroep worden. Daarvóór was de EO vooral de omroep van de antithese: wij tegen de samenleving. „Die nieuwe koers betekende dat we nieuwe vormen moesten zoeken, dat we naar de grenzen gingen, dat we een andere toon gingen bezigen. Onze leden stonden en staan daar achter: ik weet zeker dat zij echt niet louter uit zijn op tv-programma’s die henzelf geestelijk bevredigen. Ze willen graag dat de EO programma’s maakt waarmee ongelovigen worden bereikt.”

Een van die programma’s was ’Fifty-fifty’. EO-gezicht Henk Binnendijk ging in dat programma, begin jaren negentig, in gesprek met ongelovige bekende Nederlanders over God, Jezus, Bijbel en geloof. EO’ers kijken er nog steeds met veel voldoening en trots op terug: Fifty-fifty werd een succes, er keken bijzonder veel mensen naar. „Maar zo blij als we er nu nog van kunnen worden, zo heftig was de discussie indertijd”, vertelt Wim de Knijff, die vanaf de beginjaren tot 2006 bij de EO werkte. „Een verkondigend programma met een ongelovige als hoofdgast – daar waren veel EO-leden zeer verontrust over. Maar we deden het toch. Want we wisten: hier dienen we de missie mee. Dit is een kans om meer mensen met Jezus te laten kennis maken.”

Met dat argument wist de omroep de EO-leden vaker te overtuigen. Terwijl, anderzijds, er even zo vaak veel rekening met de achterban werd gehouden: in aangekochte tv-series werd wel eens geknipt, een heel enkele keer een programma tegengehouden, tv-registraties van de EO Jongerendag oogden vaak een stukje braver dan de dag in werkelijkheid was verlopen. Die Jongerendagen leidden trouwens sowieso vaak tot gedoe. „We deden daar vaak baanbrekende dingen, maar we wisten altijd dat we voorzichtig moesten opereren en dat we nooit moesten trappen tegen dat wat heilig is”, vertelt oud-EO’er en Jongerendagpresentator Jan van den Bosch. „Er ging wel eens iets mis. Toen we een keer de succesvolle én christelijke Amerikaanse atleet Carl Lewis naar Nederland wilden halen, klonk er protest.” Want Lewis sportte ook op zondag.

„Maar als ik dan op ontmoetingsavonden met leden over de Jongerendagen sprak”, vertelt De Boer, „en ik vroeg ze: Wat zou u ervan van vinden als uw kind of kleinkind die Jezus niet kent naar zo’n dag gaat en daar over Gods boodschap van genade hoort en Jezus leert kennen? Dan stonden ze met tranen in hun ogen en waren ze vol begrip.”

In het contact met de achterban was en is dominee Arie van der Veer een belangrijke schakel. Hij was jarenlang voorzitter van de omroep en nog steeds een prominent EO-gezicht. Hij hield de achterban vaak voor dat het nodig is de grenzen op te zoeken en te vernieuwen.

„Hij haalde daarbij vaak de door Jezus vertelde gelijkenis over het verloren schaap aan”, vertelt Wim de Knijff. In zijn, door de achterban veelgelezen, weblog deed Van der Veer dat onlangs weer: „In de gelijkenis van het verloren schaap gaat de herder op zoek naar dat ene schaap, terwijl hij ondertussen de overige 99 niet thuis brengt maar in de wildernis achterlaat. Het lijkt wel alsof hij de belangen van de 99 vergeet, en zich alleen richt op die ene. (...) De 99 schapen hadden terecht kunnen zeggen: waarom bent u er voor hem en niet voor ons. Ik ben er van overtuigd dat Jezus deze opvallende en vreemde accenten gelegd heeft om ons te stimuleren alles te doen om het verlorene te bereiken, om in contact te komen met de ander.” En om die reden, zegt Van der Veer, moet de omroep niet in de eerste plaats programma’s maken voor de eigen achterban. Niet te veel zorgen over de achterban, de 99, maar vol gaan voor de ongelovige doelgroep, dat ene verloren schaap. „Dat heeft ons bij de EO enorm geïnspireerd”, zegt De Knijff.

Maar dat laat onverlet dat de klacht dat de EO zich in dat streven steeds meer van de achterban vervreemdt wel degelijk klinkt. ’Je kunt pogen de randgroepen zo veel mogelijk binnen te halen’, schreef het Reformatorisch Dagblad eind juli, ’maar als de kern van de achterban wegvalt, ben je als organisatie je basis kwijt’.

Die zorg is niet nieuw. In november 1985, bijvoorbeeld, schreef dominee J.H. Velema, toen voorzitter van de Stichtingsraad van de EO, een notitie: „Er zijn rond en binnen de EO ontwikkelingen gaande en symptomen te constateren die ons met zorg vervullen. Er is al eerder gewezen op het gevaar water bij de wijn te doen. Dat zou een verbleking van onze identiteit tot gevolg kunnen hebben.” En: „Als het bedrijf de basis van de EO niet meer kent en begrijpt en geestelijk aanvoelt, zijn we in feite al verloren en gaan we de weg van de NCRV op.”

Drie jaar later, februari 1988, spreekt ook het dagelijks bestuur van de omroep die zorg uit: „Na twintig jaar EO dreigt er een situatie te ontstaan dat de achterban van de EO zich niet meer herkent in de verkondiging voor het brede publiek”.

„Het is waar dat de kloof tussen de achterban en de ongelovige doelgroep groter wordt”, zegt directeur Lock. „Maar over onze missie bestaat geen twijfel, niet bij ons, niet bij de achterban. We willen mensen over Jezus vertellen. Dat was ook de intentie bij het cabaretprogramma: een kwetsbaar gesprek over Jezus aangaan. We blijven zoeken naar nieuwe vormen, nieuwe manieren om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Dat moet ook: de netmanagers zijn veeleisend, er is veel concurrentie. Soms lukt het, zoals met ’40 dagen zonder seks’. Daar was van tevoren veel debat over, maar het is een succes gebleken, ook voor de achterban.”

„We zijn ook nog steeds erg goed in het maken van programma’s voor de achterban”, zegt Andries Knevel. „Die zijn van levensbelang, dat weten we en ik maak ze met erg veel plezier.”

Maar wil je mensen bereiken die Jezus niet kennen, zegt De Boer, dan moet je dichtbij ze komen en met ze in gesprek gaan. „Wie dat niet aan den lijve ervaart – en dat geldt voor veel kerkleden – kan zich daar soms moeilijk in inleven. Dat is een deel van de verklaring van de onrust die soms in de achterban heerst.”

Bovendien, zegt De Knijff, is tv in de loop der tijd een veel lastiger medium geworden voor de boodschap van de EO. „Tv is steeds meer een vermaaksmedium. En daarmee minder geschikt voor verkondiging, voor educatie. Maar je moet daar als omroep wel in mee. Dezelfde boodschap, een nieuwe toon, een nieuwe vorm – dat is lastig. De jongste generatie EO’ers (waar Boomsma en zijn collega-presentator Manuel Venderbos de belangrijkste vertegenwoordigers van zijn) is daar enthousiast mee bezig. Soms gaat dat mis. Maar het is belangrijk dat de achterban ook die generatie begrijpt en niet, als de oude mannen in de muppetshow, toekijken en brommen: Wat zijn ze nou weer aan het doen?”

Bezoeksters van de EO Jongerendag in het Arnhemse Gelredome, 2002. Het meisje links heeft op haar arm een plaktattoo met de tekst www. volgjehart.nl. ( FOTO VINCENT JANNINK, ANP) Beeld
Bezoeksters van de EO Jongerendag in het Arnhemse Gelredome, 2002. Het meisje links heeft op haar arm een plaktattoo met de tekst www. volgjehart.nl. ( FOTO VINCENT JANNINK, ANP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden