EO-jongerendag: Bekering is niet meer het hoofddoel

De EO-jongerendag in 2008. De steevast massaal bezochte bijeenkomst lijkt nog maar weinig op de editie van 1975. ©ANP

Tienduizenden jongeren zijn vandaag bijeen op de 37ste EO-jongerendag. Ze luisteren er naar optredens van gospelbands en naar christelijke toespraken. In bijna veertig jaar is het karakter van de jongerendag op belangrijke onderdelen veranderd.

Wie tijdens de EO-jongerendag een rondje loopt over de busparkeerplaats bij stadion Gelredome in Arnhem, heeft het gevoel dat hij in een levend lesje aardrijkskunde is beland. Een blik op de plaatsnamen op de touringcars leert dat in alle hoeken en gaten van het land vervoersbedrijven bestaan die ingehuurd worden om groepen jonge christenen naar Arnhem te brengen. Onder de passagiers zijn de meisjes in de meerderheid, de gemiddelde leeftijd is een jaar of 16.

Waarom jongeren van Zeeland tot Friesland de reis ondernemen? Omdat de Jongerendag zo indrukwekkend is, verklaarden twee Groningse meisjes eens in deze krant. "Zoveel mensen van onze leeftijd die allemaal christen zijn, dat is heel bijzonder om te ervaren."

Vandaag is in Arnhem de 37ste EO-jongerendag. Wat in Groningen begon (zie inzet) als een regionale bijeenkomst is in bijna vier decennia uitgegroeid tot een van de grootste christelijke festivals van Europa. "Er wordt gelachen, gezongen, gehuild en gebeden", staat opgetekend in een boek dat de EO publiceerde bij het veertigjarig jubileum van de omroep. "De EO-jongerendag is niet geslaagd als er niet even flink gehost en gejoeld wordt."

Het klinkt ietwat verontschuldigend - dat hossen en joelen is misschien niet helemaal betamelijk voor een christen, maar voor jongeren hoort het er nu eenmaal bij. "We deden vaak baanbrekende dingen, maar we wisten altijd dat we voorzichtig moesten opereren", zei oud-presentator Jan van den Bosch eens over de EO-jongerendag. "Nooit aantrappen tegen wat heilig is."

De hippe uitingsvormen - vlotte muziek, snelle lichtshow - op de jongerendag zijn voor de organisatoren een instrument: God heeft deze muziek geschapen, dus mag die gebruikt worden om het evangelie te verkondigen. Oud-directeur Ad de Boer van de EO zei erover: "Als ik met leden over de jongerendagen sprak, en ik vroeg ze: wat zou u ervan vinden als uw kind of kleinkind dat Jezus niet kent naar zo'n dag gaat en daar over Gods boodschap van genade hoort en Jezus leert kennen? Dan stonden ze met tranen in de ogen en waren ze vol met begrip."

De paragraaf over de EO-jongerendag in het jubileumboek van de omroep gaat verder: "Is het alleen maar plezier? Nee, zeker niet. Nog elke keer staat God centraal, komen jongeren tot geloof en leren bezoekers weer iets belangrijks uit de Bijbel."

Dat 'tot geloof komen' gaat min of meer op afroep. Een vast element van elke editie van de EO-jongerendag is een oproep tot bekering. De jongeren wordt gevraagd hun 'hart aan Jezus te geven' of hem 'te volgen'. Henk Binnendijk verwoordde het in 2002, bij de laatste jongerendag die hij presenteerde, zo: "Ook jij kunt je kruis op je nemen, je oude leven stoppen en een nieuw leven krijgen." Binnendijks collega Bram Grandia een jaar later: "Zou jij vandaag je hart aan hem willen geven? God gelooft in jou. Het is de vraag die God door mijn mond stelt: durf jij 't met mij aan?"

Het oorspronkelijke doel van de EO-jongerendag mag dan zijn om jongeren bekend te maken met het christelijk geloof, toch is die oproep tot bekering in de loop der jaren steeds minder het centrale element van de dag geworden.

"Zeker vanuit het perspectief van de jongeren", zegt Johan Roeland, docent Media, Religie en Cultuur aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij deed uitvoerig onderzoek naar evangelische jongeren en meent dat zij in de eerste plaats naar de EO-jongerendag komen om naar de optredende gospelartiesten te luisteren. "Daarnaast ervaren ze er saamhorigheid, een gevoel van herkenning om met gelijkgestemden deel uit te maken van zo'n evenement." De massale aanwezigheid van leeftijdsgenoten en de professionele wijze waarop de dag wordt vormgegeven, denkt Roeland, geven de jongeren de kans op een moderne religieuze ervaring.

Het klassieke evangelische repertoire van geef-je-hart-aan-Jezus mag dan langzamerhand uit de mode raken, signaleert Roeland, maar weg is het niet. Op de EO-jongerendag van 2009 ging het zo: Henk Stoorvogel van Athletes in Action - een evangelisatieorganisatie van sporters - mocht het publiek toespreken. Hij vroeg de jongeren op de grond te gaan zitten. Hij hield hen voor dat zij niet als een kip in een hok moeten leven, maar als een arend die hoog door de lucht vliegt - waarop prompt een echte arend door het Gelredome vloog. Op het podium, naast de spreker, stond een hok met levende kippen. Stoorvogel: "De Here Jezus is vandaag hier. En hij zegt: kom uit je kippenhok en volg mij. Want wij hebben hier wel een gezellige dag met prachtige muziek, maar het gaat erom dat Jezus je tot leven wekt. Als je dat goddelijke leven, die relatie met Jezus nog niet kent, dan nodigt de Here Jezus je vandaag uit om te gaan staan en je hart te openen en te zeggen: ja ik wil."

"Doe het maar", zei Stoorvogel vervolgens. "Ga maar staan." En nog een keer: "Ga maar staan. Trek je niets aan van wat je vrienden denken, dit is iets tussen de Here Jezus en jou."

De meerderheid van de jongeren bleef, de dringende oproep ten spijt, op de grond zitten. Naar de enkeling die wel ging staan, kwam een camera toegezwaaid. Op de grote televisieschermen in het stadion was in close-up te zien wie 'ja tegen Jezus' zei.

Inderdaad, zegt Johan Roeland, zo'n oproep te gaan staan te midden van duizenden die zitten, en jezelf vervolgens levensgroot in beeld zien - het is nogal confronterend. "Het is een rigide missionaire aanpak. Maar die is volgens mij op zijn retour. In het karakter van de EO-jongerendag verschuift de nadruk naar 'authenticiteit', naar hoe je gelovig kunt leven."

Ook bij de EO zelf is de confronterende werkwijze omstreden, weet Roeland. "Het bekeringsmoment zit ook niet in de televisieregistratie van de dag."

Dat klopt, zegt Tim Dik, die bij de EO eindverantwoordelijke is voor het programma van de jongerendag. De gedachte dat je moment van bekering live op tv te zien is, wil de EO de jongeren niet aandoen. "Dan zouden we het té spannend maken."

Overigens, zegt Dik, is het op de jongerendag een 'subdoel' om niet-gelovigen of 'zoekenden' "de weg te wijzen naar Jezus". De hoofdzaak is volgens Dik: "Jongeren bemoedigen in hun geloof, laten zien wie zij mogen zijn als kind van God."

Voor de niet-gelovigen die met christelijke vrienden zijn meegekomen is er niettemin ieder jaar een verkondiging van het evangelie. Dat mondt inderdaad uit, zegt Dik, in een uitnodiging om de weg van Jezus te gaan. "Maar de manier waarop dat gaat is in de loop der tijd veranderd. Tegenwoordig vragen we de jongeren niet meer om helemaal naar voren naar het podium te komen. Dat is logistiek nogal ingewikkeld."

En is het ook niet erg confronterend, afschrikwekkend misschien? Dik: "Natuurlijk, ook als je alleen maar hoeft te gaan staan, is dat een beetje eng. Maar er zit geen enkele dwang achter. Wie besluit gehoor te geven aan de oproep doet dat uit eigen innerlijke drang. Het is een heel bewuste keuze, dat horen we later vaak terug."

De EO-jongerendag van nu lijkt al met al nog maar weinig op de editie van 1975. De ontwikkeling die het evenement in bijna veertig jaar heeft doorgemaakt is misschien wel het best te zien aan de informatiekraampjes rond het stadion. Nog altijd geven uiteenlopende religieuze organisaties een indruk van hun activiteiten. Maar misschien wel de grootste stand van de laatste jaren is van een volkomen seculiere organisatie: de Koninklijke Landmacht.


Van een voormalige veehal naar het Gelredome

Op 20 september 1975 organiseerde de EO in de Martinihal in Groningen een 'jeugdappèl' waar zo'n tweeduizend bezoekers op afkwamen. 'Jongeren slaan de Bijbel open' was het thema van de dag, die werd gepresenteerd door Henk Binnendijk. In kleine groepjes gingen de bezoekers uiteen om samen de Bijbel te lezen.

Over die voorloper van de huidige EO-jongerendag doet onder betrokkenen van het eerste uur een anekdote de ronde. In de hal zou 's ochtends nog veemarkt zijn gehouden, en de EO'ers moesten eerst de koeienmest opvegen voordat zij stoelen konden plaatsen of het podium opbouwen. Een mooie geschiedenis. Maar niet waar, leert navraag bij de stadshistoricus van Groningen. Zeker, in de Martinihal werd ooit vee verkocht. Maar niet meer ten tijde van de eerste EO-jongerendag. De veemarkt was vijf jaar eerder naar elders in de stad verhuisd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden