Ensemble Musikfabrik

KLASSIEK

****

Wat heeft de muziek van Nicolò Paganini uit 1805 te maken met die van György Ligeti uit 1985? En hoe verhoudt die zich dan weer tot de noten van Anthony Fiumara waarvan de inkt amper opgedroogd is? Het antwoord werd gegeven in de NTR ZaterdagMatinee. Met behulp van het geweldige Ensemble Musikfabrik uit Keulen werden de grenzen van het (on)mogelijke opgezocht. Muziek die uitvoerders én luisteraars voor schier onoverkomelijke obstakels stelt - die stond zaterdagmiddag op het progamma. Virtuositeit gekoppeld aan complexiteit.

Voor virtuoze muziek heb je virtuoze oren nodig. Op steeltjes. In wezen is het luisteren naar de 'Capricci' voor viool solo van Paganini net zo ongemakkelijk als het tot je nemen van 'Mouvement (- vor der Erstarrung)' van Helmut Lachenmann. In de aartslastige dubbelgrepen en andere technische hoogstandjes van 'duivelskunstenaar' Paganini - hier formidabel gespeeld door Ilya Gringolts - worden dezelfde grenzen van het instrument opgezocht als in Lachenmanns uiterst complexe muziek.

Lachenmann schrijft als het ware elektronische muziek, maar dan zonder elektronica. De zuchtjes, piepjes, krakjes en bliepjes zijn er allemaal, maar ze worden akoestisch geproduceerd, door gewone instrumenten. Nou ja, gewoon. Op de klarinetten wordt zonder mondstuk geblazen en er wordt met de kleppen geklepperd. Strijkers spelen niet op de snaren, maar op de hals van hun instrument, trompettisten slaan op hun mondstuk en er zijn deurbellen à la Ligeti.

Ik hoor u denken. Maar nee, het werkte. De ogenschijnlijk complete anarchie kreeg vorm, en er zat een opbouw in naar een gigaclimax die schitterend gerealiseerd werd door dirigent Peter Rundel. In Ligeti's Pianoconcert behield Rundel ook al zo mooi overzicht. Er is al veel geschreven over de onspeelbaarheid van dit werk, en onze oren konden onmogelijk registreren of alle noten er waren en op hun plek stonden. Maar het leek er in de spectaculaire uitvoering van pianist Benjamin Kobler verdacht veel op. Ligeti's swing zat ook in Louis Andriessens 'On Jimmy Yancey' (1973) dat in deze omgeving wat gedateerd aandeed.

Met 'I dreamed in the cities at night' voor strijkkwartet, waarvan zaterdag de wereldpremière klonk, voegde Anthony Fiumara (1968) een gaaf werk toe aan zijn almaar groeiende lijst bijzondere composities. Harmonisch en thematisch lijkt er in de drie delen niet zo veel te gebeuren, maar dat is schijn. Fiumara kent zijn klassiekers, en dat zijn in zijn geval Morton Feldman, John Luther Adams en Arvo Pärt. Hij gaat met die invloeden op volstrekt eigen wijze om en koppelt minimalisme zonder blozen aan de cantus firmus-technieken van Renaissance- componisten. De uitvoering door de vier strijkers van Ensemble Musikfabrik was al net zo gaaf en onderhoudend als de compositie zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden