Enschede wordt cultuurmetropool

 Grote Finale. Nationaal Muziekkwartier Enschede. (Anouk Timmerman) Beeld
 Grote Finale. Nationaal Muziekkwartier Enschede. (Anouk Timmerman)

Enschede herrijst. Na de teloorgang van de textielindustrie en de ontploffing van de vuurwerkfabriek, voorziet het nieuwe Muziekkwartier de stad van cultureel elan. De ambitie: na Amsterdam de tweede muziekstad van Nederland worden.

Henny de Lange en Peter van der Lint

Bij de oefenruimtes van Poppodium Atak in het gloednieuwe Nationaal Muziekkwartier in Enschede hangen advertenties aan de muur voor popmuzikanten. Eén band is dringend op zoek naar een bassist; in het genre HERRIE staat er met koeienletters bij. Herrie maken mág hier, ook al zijn iets verderop in hetzelfde gebouw medewerkers van de Nationale Reisopera geconcentreerd aan het repeteren voor de wereldpemière van Willem Jeths’ opera ’Hôtel de Pékin’. Dankzij een stelsel van geluidwerende gangen en een slimme bouwconstructie kunnen allerlei voorstellingen en concerten – van opera, musical, symfonieorkest, toneel, cabaret en ballet tot fanfare, harmonie en popmuziek – tegelijk plaatsvinden, zonder dat dit leidt tot geluidsoverlast over en weer.

Maar liefst zes muzikale instellingen zijn ondergebracht in het Muziekkwartier, dat deze week wordt geopend door koningin Beatrix. Poppodium Atak, Podium Twente, Orkest van het Oosten, Nationale Reisopera, Muziekschool Twente en ArtEZ Conservatorium. In combinatie met het bestaande Muziekcentrum, pal naast de nieuwbouw, is er op een paar minuten lopen van het station van Enschede een kleine wijk uit de grond geschoten waar het allemaal draait om muziek. De kern wordt gevormd door het nieuwe muziek- en theatercentrum van architect Jan Hoogstad met een duizend stoelen tellende muziektheaterzaal, twee popzalen voor respectievelijk 700 en 300 bezoekers, oefenruimtes en leslokalen voor de muziekschool en het conservatorium, foyers, kantoorruimtes en terrassen. Er is zelfs een schoolplein, beschut op het dak, dat in de zomer omgetoverd kan worden tot een plek voor straatfestivals. Met de voltooiing van het Muziekkwartier zal ook deze wat doodse hoek hopelijk veranderen in een bruisend stadsdeel.

Met het Nationaal Muziekkwartier wil Enschede zich niet alleen presenteren als de belangrijkste cultuurstad aan de oostgrens van Nederland. De gemeente richt zich ook nadrukkelijk op het Duitse achterland met steden als Münster en Dortmund, waarmee een gebied van in totaal een miljoen inwoners wordt bestreken. „Het kan haast geen toeval zijn”, zegt cultuurwethouder Roelof Bleker, „dat de stad Münster zojuist, na langdurige gesprekken, heeft besloten om geen nieuwe concertzaal en geen nieuw theater te bouwen”.

Volledigheidshalve moet daarbij wel vermeld worden dat een referendum de doorslag heeft gegeven. Maar kennelijk vond ook de bevolking van Münster dat er op muzikaal gebied al voldoende te beleven valt in deze regio. Sinds de heropening eind 2001 van de spoorlijn van Enschede naar Gronau, Münster en Dortmund weten de Duitsers toch al steeds vaker Enschede te vinden. Ze bezoeken er de markt of het Rijksmuseum Twente, komen winkelen of gaan naar concerten van het Orkest van het Oosten en voorstellingen van de Nationale Reisopera.

Ruim 50 miljoen euro is er geïnvesteerd in het Muziekkwartier, waarvan 35 miljoen door de gemeente. Enschede wil daarmee definitief afrekenen met het imago van oude industriestad en zich als cultuurstad presenteren. Na de teloorgang van de textielindustrie had de stad behoefte aan een nieuw draagvlak, zegt burgemeester Peter den Oudsten. De Universiteit Twente, die in 1964 werd geopend, was daarvan het begin.

De beslissing om zich als muziekstad te profileren ligt volgens de burgemeester voor de hand, omdat muziek niet taalgebonden is, wat van belang is in een grensgebied. Bovendien heeft het muziekleven altijd al een belangrijke rol gespeeld in deze stad. Met geld van de textielbaronnen zijn er tal van koren, drumbands, harmonie- en fanfareorkesten opgericht. In de jaren zestig kwamen daar de nodige popbands bij, waaronder Teach Inn en The Buffoons. Met het Orkest van het Oosten en de Nationale Reisopera beschikt de stad bovendien over twee gezelschappen met een landelijke uitstraling. Verder heeft Enschede nog een conservatorium, muziekschool en poppodium. Het muzikale potentieel is dus groot genoeg, meent het stadsbestuur, om Enschede stevig op de kaart te zetten als muziekstad. De tweede van Nederland na Amsterdam, hoopt het ambitieuze Enschede zelfs.

Pas de afgelopen tien jaar is deze ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen, al was daar wel een tweede dieptepunt in de geschiedenis van Enschede voor nodig. Door de ontploffing van de vuurwerkfabriek in 2000 kreeg de stad er, naast de gaten die al waren geslagen door de sloop van voormalige fabrieken en leegstaande textielgebouwen, nog een enorme krater bij. De wijk Roombeek werd nagenoeg van de kaart geveegd. Maar deze ramp heeft volgens de burgemeester ook tot grotere saamhorigheid geleid in de stad, waardoor in relatief korte tijd Roombeek weer kon worden opgebouwd.

Het nieuwe Roombeek is zo aantrekkelijk geworden dat het gemeentebestuur het nu presenteert als het tweede centrum van Enschede. In het hart van de wijk is de honderd jaar oude katoenverwerkingsfabriek van de familie Rozendaal omgebouwd tot een modern cultuurcomplex. Het Museum Twentewelle en 21 Rozendaal, centrum voor actuele kunst, zijn er ondergebracht, evenals acht kunstenaarsateliers, een museumcafé, een sterrenwacht en woningen. In 2010 komt er nog een museum bij in het aangrenzende Balengebouw, gewijd aan de beeldende kunst en literatuur van Jan Cremer. Het kunstzinnige karakter van Roombeek, waar ook voor de vuurwerkramp al veel kunstenaars zaten, komt verder tot uiting in de diverse ateliers die er zijn gevestigd. Ook ligt het Rijksmuseum Twente om de hoek.

Het historische stadscentrum bevindt zich rondom de Grote Kerk en de Oude Markt. Niet ver daar vandaan werd de afgelopen jaren een modern winkelcentrum gerealiseerd, het Van Heekplein. Om de twee centra – enerzijds het oude stadshart en het winkelgebied, anderzijds het nieuwe kunstzinnige centrum in Roombeek – met elkaar te verbinden was een ’scharnier’ nodig. Het Muziekkwartier moet die verbindende schakel worden. Om dat nog eens extra te onderstrepen, is er een verkeersluwe verbindingsroute aangelegd, die loopt van het Muziekkwartier aan de rand van het oude centrum naar Roombeek. Deze ’cultuurmijl’ leidt bezoekers over een lengte van 1,6 kilometer langs monumenten, kunstwerken en culturele instellingen, waaronder het Rijksmuseum Twente. Hij is nog niet helemaal af. Zo zijn er plannen om op verschillende plaatsen langs de route geluidskunstwerken aan te leggen. Ook komt er naast de Oude Markt en het Van Heekplein nog een derde stadsplein bij: het Willem Wilminkplein, vernoemd naar de in 2003 overleden dichter en schrijver uit Enschede. Dit plein moet het cultuurplein worden en zal worden aangelegd tussen het Nationaal Muziekkwartier, het voormalig klooster De Wonne en de oude Fabrieksschool. Het Willem Wilminkplein zal naadloos overgaan in het Stationsplein, zodat mensen die met de trein arriveren haast vanzelf naar het Muziekkwartier worden gelokt.

Naast alle investeringen in de binnenstad, kwam dit jaar ook nog het nieuwe stadion van FC Twente gereed en werden de scholingsboulevard en de IJsbaan Twente opgeleverd. Je zou haast kunnen zeggen dat 2008 het jaar van de oplevering is van Enschede, constateert burgemeester Den Oudsten. Met als onverbiddelijk hoogtepunt het Nationaal Muziekkwartier, dat zich als een kolossale walvis heeft neergevlijd naast de spoorlijn naar Duitsland met als blikvanger het nu nog roodbruine koperen dak, dat gaandeweg zal verkleuren.

Op het eerste gezicht moet het voor de architect een lastige klus zijn geweest om zo’n brede verzameling instellingen uit alle geledingen van de Twentse muziekcultuur bij elkaar onder één dak te brengen, zonder dat ze elkaar voor de voeten lopen. Maar de Rotterdamse architect Jan Hoogstad nuanceert dat, omdat de gebruikers veel gemeen hebben en het ook de bedoeling is dat ze gaan samenwerken. „Ik moet alle zes complimenteren, want er is in het overleg geen onvertogen woord gevallen”, zegt hij. Het bindende element is dat ze allemaal een publiekszone hebben (de foyers), een speelzone (de zalen) en een logistieke zone (alles wat zich buiten het zicht van het publiek afspeelt). Elke zone heeft Hoogstad een eigen sfeer gegeven. Omdat de drie foyers met elkaar verbonden kunnen worden tot één grote festivalruimte, is op de achterwanden een doorlopende 150 meter lange en gemiddeld twaalf meter hoge versiering aangebracht van Petra Blaisse. Het beeldverhaal is opgebouwd uit een vloeiende compositie van mensen, natuur en muziek, waarbij de achtergrondkleur verloopt van bijna zwart naar helder geelgroen. De witte borstels die in het vinyl behang zijn aangebracht, geven samen de melodie van het Twents volkslied weer. Ook het rode voordoek in de muziektheaterzaal heeft Blaisse ontworpen.

Om de exploitatie van het Muziekkwartier te garanderen – er zijn gemiddeld 440 producties per jaar, inclusief het Muziekcentrum en de Grote Kerk – is een onafhankelijk fonds in oprichting waarin 10 miljoen euro aan kapitaal zal zitten. Het rendement van dat bedrag kan voor de exploitatie gebruikt worden. Vermogende families dragen bij aan het maatschappelijk culturele gezicht van het fonds dat eind 2008 rond moet zijn. Verder wordt gedacht aan stoelsponsoring in de zaal.

In 2011 zou alles, inclusief het Willem Wilminkplein, gereed moeten zijn. De bedoeling is om elk jaar een multimediaal festival in het Muziekkwartier te houden, te beginnen in 2009. Vooralsnog is er in het Nationaal Muziekkwartier van 20 tot en met 30 november een groot openingsfeest onder de titel ’Ik ga los’, wat in het Twents ook betekent: ’Ik ga open’.

Het Nationaal Muziekkwartier wordt op 21 november officieel geopend. In aanwezigheid van koningin Beatrix presenteren de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten olv Ed Spanjaard de opera ’Hôtel de Pékin’ van Willem Jeths en Friso Haverkamp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden