ENQUETE

Wie een universitaire studie wil volgen naast zijn baan moet een doorzetter zijn, zo worden deeltijdstudenten gewaarschuwd. Nu is een studielast van twintig uur per week inderdaad geen kattepis. Dat deeltijders daarbij worden opgezadeld met hoogleraren die hen geen les willen geven, gesloten studentenvoorzieningen en slechte roosters 'is niet te verkroppen', aldus een studentenvertegenwoordiger.

MARJAN AGERBEEK

De deeltijdstudent recht haar schouders en loopt dapper over een slecht verlicht pad naar het gebouw waar hoorcollege wordt gegeven. Dat is niet open, de portier sluit de voordeur om klokslag zeven uur af. De portier gaat dan op bewakingsronde, de twintig laatkomers moeten een kwartiertje buiten wachten. Dan kunnen ze alsnog de zaal in, waar zo'n honderd mede-studenten verstoord opkijken. De docent 'gaat ervan uit dat ze de gemiste stof wel van iemand overnemen'. Niemand protesteert. Het is bekend dat deze docent een hekel heeft aan college geven, dat heeft hij zelf aan het begin van de collegereeks gezegd. Deeltijden is lijden.

Uit een nog niet gepubliceerde enquete van de faculteit sociale wetenschappen blijkt dat de eerstejaars deeltijdstudenten verre van tevreden zijn over de manier waarop ze worden behandeld. De helft klaagt dat boekenlijsten, boeken en readers niet tijdig verkrijgbaar zijn. Veertig procent heeft problemen met de openingstijden van voorzieningen. Bureau studentenzaken is nooit 's avonds open, studieadviseurs en decanen zijn er ook niet. De lokalen waar studenten op computers werkstukken kunnen tikken gaan om negen uur 's avonds dicht en zijn in het weekeinde gesloten.

Directeur propedeuse Willibrord de Graaf, die het onderzoek uitvoerde, is niet erg verbaasd over de uitkomsten. "Je hoort natuurlijk wel eens wat. Ik had zelfs erger verwacht: dat docenten soms niet komen opdagen, bij voorbeeld. Maar daar zijn geen klachten over." Volgens 98 procent van de ondervraagden beginnen docenten keurig op tijd aan de colleges. Wel klaagt eenderde dat de colleges te vroeg beeindigd worden. Officieel zijn er twee lesavonden met elk drie uur college. Maar in de praktijk blijken de docenten vier uur college per week voldoende te vinden.

De enqueteresultaten komen opvallend overeen met een onderzoek dat de Vereniging van deeltijdstudenten en de vereniging 'Cui Bono?' van de Universiteit van Amsterdam vorige week presenteerden. Dat was wat breder van opzet: er waren ook ouderejaars bij betrokken. Naast studenten in de sociale wetenschappen werden deeltijders bij de juridische faculteit, onderwijskunde, pedagogiek, economie, econometrie, scheikunde en psychologie ondervraagd. Ze klagen net als de deeltijdstudenten in Utrecht over de openingstijden van studentenvoorzieningen en over de organisatie van het onderwijs. De conclusie van meer dan de helft van de ondervraagden: deeltijdstudenten worden achtergesteld ten opzichte van voltijdstudenten.

De problemen worden vooral door deeltijdstudenten gesignaleerd die alleen 's avonds colleges kunnen volgen, stelt Arjeh Gomes de Mesquita, die voor de beide Amsterdamse verenigingen de enquete organiseerde. "Neem de identiteitspas van de universiteit. Die moet je bij het secretariaat ophalen. Dat kan dagelijks tussen twaalf en twee, dat gaat dus niet als je fulltime werkt. En je kunt het niemand anders vragen want de pas moet persoonlijk worden afgehaald."

De oplossing is simpel, vindt Gomes de Mesquita. "Stel in het begin van het studiejaar het secretariaat een maand lang twee avonden per week open, dan is er al heel wat leed geleden." Maar dat gebeurt niet. "Ik kan dat niet verkroppen. Deeltijdstudenten maken iets minder dan tien procent van het totaal uit aan deze universiteit. Dat lijkt niet veel, maar het zijn ruim tweeduizend studenten. Die zouden door kleine veranderingen in het voorzieningenaanbod veel aangenamer studeren."

Uit de opmerkingen van de geenqueteerden blijkt dat er ook met het onderwijs problemen zijn die simpel kunnen worden verholpen. Zo schrijft een rechtenstudent: "Aanwezigheidsplicht is voor deeltijdstudenten een extra handicap, die contraproduktief werkt." Blijkbaar gelden regeltjes om dagstudenten aan het werk te houden zonder pardon ook voor deeltijders. Nog meer nonchalance is te vinden bij de faculteit politieke en sociaal culturele wetenschappen: "Drie a vier avonden college is wat veel, ik heb liever twee avonden met colleges die op elkaar aansluiten" , schrijft een student. Twee avonden college is ook de bedoeling, maar in roosteren is de faculteit blijkbaar geen uitblinker. Colleges op zaterdag vinden de studenten geen probleem, maar dat de kachel dan niet aan is, vinden ze wel vervelend.

Ook storen studenten zich eraan dat de college-avonden per trimester veranderen. Dus de deeltijdstudent die een avondje in de week wil sporten kan maar het beste een schaakcomputer kopen. Het lidmaatschap van een volleybalvereniging zit er niet in.

Opvallend is dat de studenten hun ergernissen zeer terughoudend presenteren. "Ik heb veel problemen met de studie, maar ja, ik heb een fulltime baan" , schrijft iemand verontschuldigend. De bekende waarschuwing dat het niet eenvoudig is om naast een baan te studeren heeft deze student blijkbaar monddood gemaakt. Gomes de Mesquita kan zich aan dat soort opmerkingen flink ergeren. "Studenten moeten opkomen voor hun belangen. Ze hebben daarvoor weinig tijd, maar het moet toch. Nu zijn ze een gemakkelijk slachtoffer omdat iedereen weet dat ze toch niet protesteren."

Zo zijn er hoogleraren die weigeren les te geven aan deeltijdstudenten 'omdat deeltijders geen 'echte' studenten zijn of omdat de hoogleraren gewoon geen zin hebben om 's avonds te werken', aldus Gomes de Mesquita, die het een schandalige situatie vindt. "Je biedt studenten een studie aan en geeft ze vervolgens minder dan anderen. Maar deeltijdstudenten zijn wel de cash cows van de universiteit. Ze zijn goedkoop omdat ze in verhouding minder college krijgen." Waarvoor ze relatief veel collegegeld betalen: 1475 gulden. Dagstudenten betalen 1950 gulden.

De student organisatie en beleid is vast van plan eens uit te rekenen hoeveel de universiteit precies op deeltijders verdient. Dat zou de universiteitsraad de mogelijkheid geven het college van bestuur weer eens op de vingers te tikken. "Problemen in de deeltijdopleidingen staan al jaren op de politieke agenda, maar er gebeurt niets. Daarom hebben we ook de enquete gehouden. Om de klachten, gekwantificeerd en al, zichtbaar te maken."

Misschien dat de concurrentie met Universiteit Utrecht de Amsterdammers tot inkeer brengt. Utrecht streefde Amsterdam onlangs in studentenaantal voorbij, niet in de laatste plaats door de groei van het deeltijdonderwijs. Tussen 1985 en 1990 nam het aantal deeltijders toe van 1466 tot 2852. In Amsterdam hebben de ontwikkelingen daarentegen bijna stilgestaan. In 1990 waren er 2477 deeltijders, vijf jaar eerder waren dat er 2418.

Gomes de Mesquita hoopt dat de steeds verdergaande studieduurbeperking de ogen van de bestuurders zal openen. "Wie meer wil dan een korte studie kan alleen terug als deeltijdstudent. Er zullen dus meer deeltijders komen. Dan kan de universiteit niet op deze visieloze manier met ze blijven omgaan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden