Enquêtes over ziekenhuizen missen de kern

Gezondheidszorg wordt verkocht alsof die een auto is. Onder het mom van nietszeggende enquêtes worden patiënten verleid naar het ene of andere ziekhuis te gaan.

door Ronald Bartels

Meer en meer krijgen onderzoeken naar de kwaliteit van de gezondheidszorg aandacht. Hierbij wordt vaak verwezen naar enquêtes in bladen die een duidelijk commerciële achtergrond hebben. Zij verwijzen naar een groot aantal ondervraagden, maar gaan niet in op de wijze van ondervraging. Zelf ben ik twee keer benaderd om een vragenlijst in te vullen. Daarbij kwamen volstrekt subjectieve zaken aan de orde en zijn medisch inhoudelijke niet besproken.

Ofschoon deze vorm van enquêtering verwerpelijk is, is kwaliteitsmeting wel zinvol. Voor bepaalde ziektebeelden bij bepaalde patiënten zijn sommige ziekenhuizen misschien beter. In een patiënt-artsrelatie komen meer aspecten aan de orde dan de smaak van de koffie of dat je hebt horen zeggen dat het een goede of slechte arts is.

Ten eerste is er de manier van communiceren. Voelt de arts mee met zijn patiënt. Geeft hij of zij voldoende en de juiste aandacht. Brengt hij of zij uiteindelijk de boodschap duidelijk en in begrijpelijke termen over. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat een consult van vijf minuten slechter is dan een van dertig of zestig minuten. De manier van communiceren door de arts is een onderwerp dat alleen de patiënt aangaat. Hij of zij kan via vooraf vastgestelde vragenlijsten hierover een beeld weergeven. Het beste is als dit niet direct maar na een week of twee gebeurt. Op dat moment is beter te testen of de boodschap helder was. Op dit moment zijn deze vragenlijsten niet ontwikkeld, laat staan gangbaar.

Ten tweede moet de arts vaardig zijn. Hij of zij moet de juiste behandeling kunnen instellen en eventueel uitvoeren. Voor de patiënt geldt natuurlijk als hij of zij beter is, dan is het goed. Maar soms voeren meerdere wegen naar een goed resultaat. De enigen die de behandeling kunnen beoordelen zijn ter zake kundige collega’s.

Dit geeft dus twee zaken ter toetsing. Het eerste is het resultaat. Voor verschillende ziektebeelden en bijbehorende behandeling zijn vragenlijsten in omloop die bijvoorbeeld het functionele en subjectieve herstel beoordelen. Voor het herstel na een operatie voor een rughernia is bijvoorbeeld de ’Roland disability score’ zeer handzaam. De vragenlijst wordt door de patiënt met bijvoorbeeld een verpleegkundige ingevuld om toch vooral geen beïnvloeding door de behandelend arts te krijgen. Ook het aantal complicaties en welke zijn inzichtbaar te maken. Wetenschappelijke verenigingen zijn in opdracht van het ministerie bezig met de ontwikkeling van prestatie-indicatoren. Die geven mogelijk inzicht in dit punt.

De tweede vraag is lastiger te toetsen. Een mogelijkheid is om via de zorgverzekering te vragen naar de opgegeven indicatie en de uitgevoerde behandeling. Om weer op de rug terug te komen, discusprothesen (kunstgewrichten) zijn erg in de mode bij lage rugpijn. Er is geen enkel bewijs dat een discusprothese beter is dan bijvoorbeeld het vastzetten van de rug. Op het moment dat een arts alleen maar discusprothesen plaatst, moet men zich achter de oren krabben.

Hiermee komen we meteen op het derde punt: de categorie behandelde patiënten. Dit is iets wat voor zowel specialisten als patiënten volstrekt niet inzichtelijk is. Alvorens we een oordeel geven over de vaardigheid van de arts gemeten naar resultaat en de juistheid van de behandeling, moeten we inzicht hebben in de groep patiënten en de grootte daarvan die behandeld is. Zijn die vergelijkbaar of in het geheel niet. Om op de discusprothese terug te komen, heeft de specialist gemiddeld geen of weinig jonge mensen met rugpijn? Heeft de specialist die alleen maar discusprothesen plaatst uitsluitend jonge mensen met langdurige rugpijn die niet reageert op uitgebreide conservatieve therapie met de juiste bevindingen op de MRI? Op dat moment is het verschil wellicht verklaarbaar. Het krabben achter de oren kan achterwege blijven.

In de vorige alinea noemde ik het bijwoord wellicht om daarmee het vierde punt in te luiden. Als arts moeten alle besluiten en behandelingen of het achterwege laten daarvan gebaseerd zijn op achterhaalbare kennis. Achterhaalbaar wil zeggen dat het in goede bladen staat of op congressen gepresenteerd is. Enerzijds is dat toetsbaar, anderzijds kan de arts ook bijdragen aan de te verkrijgen kennis. Hij of zij kan onderzoeken publiceren in goede bladen zodat ook controle op de inhoud gewaarborgd is. Hetzelfde geldt voor voordrachten op spraakmakende congressen.

Als vijfde en als laatste punt geldt voor een goede gezondheidszorg maatschappelijke betrokkenheid. Als een dure behandeling niet leidt tot minder complicaties of een evident beter resultaat dan de gangbare therapie, moet deze niet uitgevoerd worden. Toch zijn er omstandigheden te bedenken om het wel te doen. Een voorbeeld is een experiment onder gecontroleerde omstandigheden met als doel aan te tonen dat het dure middel wel beter is.

Een andere mogelijkheid is dat het dure middel het ziekteverzuim verkort. Op dat moment moet een kosten-batenanalyse uitwijzen welke therapie te prefereren is.

Concluderend zijn minimaal vijf punten aan te wijzen waarop de specialist informatie moet geven om de door haar of hem geboden gezondheidszorg uiteindelijk te bestempelen tot slecht, goed of misschien wel uitstekend. De huidige gepresenteerde enquêtes slaan nergens op. Ook is het op zijn minst twijfelachtig of de door het ministerie gewenste prestatie- indicatoren zullen bijdragen aan een meer transparante gezondheidszorg. Het is slechts een heel klein deelgebied van datgene dat uiteindelijk de kwaliteit van zorg bepaalt. Minister Hoogervorst wil concurrentie. Van concurrentie wordt niemand slechter. Laten we dan wel zorgen voor juiste, objectiveerbare criteria en er geen mediacircus van maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden