Engelse les: Telecom kan niet zonder toezicht

AMSTERDAM - KPN en zijn dochter PTT Telecom kunnen de mooiste cijfers en prachtigste produkten presenteren; het enige waar het publiek echt opgewonden van raakt, is een prijsverhoging voor lokaal bellen.

Wat kan een gemiddelde klant, die vooral plaatselijk telefoneert, verwachten, nu zijn PTT wordt omgebouwd tot beursgenoteerd bedrijf? En heeft de consument er iets aan als nieuwe telecombedrijven worden toegelaten, die PTT Telecom gaan beconcurreren?

Groot-Brittannië toont wat ook Nederland wellicht te wachten staat. In Engeland, waar tegenwoordig meerdere telefoonmaatschappijen naast elkaar bestaan, zijn de telefoontarieven aan de lage kant, zo blijkt uit onderzoek van het bureau Analysys. Maar volgens experts is dat eerder te danken aan streng overheidstoezicht op de tarieven dan aan een toegenomen concurrentie.

In 1984 werd British Telecom omgevormd tot een NV, en in datzelfde jaar werd een meerderheidsaandeel naar de beurs gebracht. Vorig jaar werd de privatisering voltooid. Belangrijker nog dan de privatisering was dat er al in 1982 een tweede telecom-exploitant was toegelaten op de Britse markt: Mercury. In de rest van de Europese Unie zal het PTT-monopolie op gewone telefonie pas in 1998 zijn opgeheven; de Britten lopen met deze liberalisering dus zestien jaar voor op het vasteland. Groot-Brittannië is daardoor een proeftuin op telecomgebied.

British Telecom (BT) zelf is er heel tevreden over dat het destijds werd gedwongen zich om te vormen tot concurrerend bedrijf. “Het was alsof de onderneming wakker werd”, zegt D. Cowles, hoofd marketing van BT in Nederland.

BT-concurrent Mercury richtte zich in de praktijk vooral op zakelijke klanten. In de City, het zakencentrum van Londen, ontstond zo concurrentie, maar voor de particuliere sector bleef BT een opgelegde keus.

TV-kabelnet

De ervaring met de twee concurrenten was mede hierdoor niet onverdeeld positief. Daarop besloot de Britse regering in 1991 meer 'PTT's' toe te laten. Nu hebben inmiddels tientallen kabelmaatschappijen toestemming om hun tv-kabelnet te benutten als telefoonnet.

Nu is er meer concurrentie, maar of dat ook leidt tot lagere tarieven, is natuurlijk de meest interessante vraag voor de consument. Onderzoeksbureau Analysys heeft in mei een studie gepubliceerd naar de kosten van telefoneren in Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Duitsland. Daaruit bleek dat Britse consumenten - of ze nu weinig belden of veel, en of het nu om particulieren ging of om bedrijven - de afgelopen tien jaar goedkoper uit waren dan consumenten in de andere onderzochte landen, zij het dat de verschillen steeds kleiner worden.

Voor een commercieel werkende telecom-exploitant zijn kleine klanten natuurlijk niet zo interessant. Jozef Cornu, de tweede man van de Franse producent van telecom-apparatuur Alcatel Alsthom, zei vorig jaar oktober dat British Telecom de lokale tarieven, waar het een feitelijk monopolie heeft, heeft verdubbeld, om de interlokale gesprekken, waar Mercury een geduchte concurrent is, goedkoper aan te kunnen bieden. “Door de verdubbeling van de lokale tarieven hebben bepaalde sociale klassen moeten afzien van telefoon”, aldus Cornu. “Het aantal telefoonaansluitingen per duizend inwoners is in Groot-Brittannië dan ook gestagneerd, terwijl het in de andere Europese landen nog doorgroeit.”

Daarmee snijdt Cornu een gevoelig thema aan: blijft de telefoon, die straks uitgroeit tot oprit naar de zogeheten elektronische snelweg, nog wel voor iedereen betaalbaar?

Lage prijzen

Andrew Entwistle van Analysys plaatst nog een kanttekening bij het liberaliseren van de telecommarkt. Volgens hem zijn de lage prijzen van het telefoneren in Groot-Brittannië niet zozeer te danken aan de concurrentie tussen verschillende 'PTT's', maar eerder aan het strenge toezicht van Oftel. Dat is een onafhankelijke overheidsinstelling die waakt over de prijzen die BT mag rekenen.

Angst voor te hoge tarieven duikt in Nederland steeds weer op, als het gaat om de beursgang van KPN en de opheffing van het PTT-monopolie. Toch komt er in Nederland geen onafhankelijke toezichthouder, zoals het Britse Oftel, die kan ingrijpen, als PTT Telecom de prijzen te veel opdrijft. Dat toezicht blijft voorbehouden aan de overheid. Dezelfde overheid, zo waarschuwt Hein Albeda van de Consumentenbond, die nog altijd meerderheidsaandeelhouder in KPN is. Niet direct een toezichthouder die belang heeft bij lage prijzen, vreest hij.

Om de prijzen te drukken lijkt Den Haag meer te verwachten van concurrentie, van een tweede telecomnet. Daartoe zijn de Nederlandse Spoorwegen en de elektriciteitsmaatschappijen, die al beschikken over interne netwerken, samen met de kabelmaatschappijen, uitgenodigd om deze aan elkaar te knopen tot een tweede landelijk telecomnet. Gunstig daarbij is dat in Nederland zeer veel huishoudens - momenteel al 95 procent - een kabeltv-aansluiting hebben. Die kan straks ook worden gebruikt als telefoonaansluiting. Zo ontstaat er echt een nieuwe situatie met twee concurrerende netten, hoopt Den Haag, waarbij de tweede aanbieder niet alleen de grote zakelijke klanten bereikt.

Of de 'tweede PTT' in Nederland hierdoor voor meer concurrrentie zal zorgen dan Mercury in Engeland, is nog onzeker. Daar moest het 'duopolie' van BT en Mercury in 1991 verder worden opengebroken, omdat de twee elkaar te weinig concurreerden. Mercury was bovendien zo zwak dat er - geheel in strijd met Thatchers ideeën - een vloedgolf aan regels nodig was om het vrijgemaakte maar in feite nog monopolistische BT in te tomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden