Engels voetbal krijgt oog voor gebrek aan ontwikkeling Kritiek richt zich niet meer alleen op bondscoach

AMSTERDAM, LONDEN - Zij waren de uitvinders van het voetbal, maar toen op 30 november 1872 de officiele interlandgeschiedenis van de Engelsen begon, bleek Schotland superieur te zijn. Tussen 1872 en 1878 kon Engeland in de eerste zeven interlands maar een keer van de aartsrivaal uit het noorden winnen.

Het is deze tragische reeks uit de oertijd, waar Engelands huidige bondscoach Graham Taylor tegenwoordig nog wel eens aan wordt herinnerd. Hij is de laatste zes interlands zonder zege gebleven. Als het vanavond in de cruciale WK-wedstrijd op Wembley tegen Polen weer niet goed gaat, evenaart Taylor de negatieve prestatie van zijn voorganger Walter Winterbottom in 1958. Onder deze bondscoach bleef Engeland tegen achtereenvolgens Joegoslavie (0-5), Sovjet-Unie (11), nogmaals de Sovjet-Unie (22), Brazilie (0-0), Oostenrijk (2-2), alweer de Sovjet-Unie (0-1) en Noord-Ierland (3-3) zeven keer achtereen zonder overwinning.

Het rijtje uit 1958 had wel meer gewicht dan de serie van dit jaar. Voor de WK-kwalificatie ging het achtereenvolgens om gelijke spelen tegen Nederland (2-2, in een wedstrijd die zowaar weer eens goed Engels veldspel liet zien) en Polen (1-1), plus een kansloze nederlaag tegen Noorwegen (2-0). Vervolgens werd in Boston het dieptepunt bereikt. In het toernooi om de US Cup werd het nog gelijk tegen Brazilie (1-1), en een krappe nederlaag tegen wereldkampioen Duitsland (2-1), maar door de ontluisterende 2-0 nederlaag tegen de simpele voetballers uit de Verenigde Staten stak een nieuwe storm van kritiek op. Engeland viel die wedstrijd aan als een kip zonder kop en kreeg vervolgens twee rake counters van de Amerikanen Dooley en Lalas om de oren.

Na die nederlaag in Boston, die in de Britse pers uiteraard is vergeleken met Engelands grootste interland-afgang aller tijden (de 1-0 nederlaag in het Braziliaanse Belo Horizonte op de WK-eindronde van 1950 tegen de toen helemaal niets voorstellende USA-ploeg) heeft de kritiek op Taylor mensonterende vormen aangenomen. Zeker in de populaire pers wordt deze bondscoach min of meer als een landverrader beschouwd. De grofste beledigingen vliegen in het rond, in koppen wordt om Taylors hoofd gevraagd. De beminnelijke gentleman gaat alle kritiek niet in de kouwe kleren zitten. Eerder deze week liet hij de gebruikelijke persconferentie die aan een interland voorafgaat, aan zich voorbij gaan. “Het zou mijn voorbreiding op deze belangrijke wedstrijd alleen maar schaden”, zo verklaarde hij zijn afwezigheid. Die absentie kon de belangrijkste schutter in de selectie, David Platt van Sampdoria, wel begrijpen. “Graham heeft het heel zwaar, hij heeft een ondankbare job. Wij als spelers zijn echter tevreden over hem. Hij weet ons altijd weer enthousiast te maken, hoeveel kritiek er ook op hem is.”

In het dagblad The Independent besteedde de invloedrijke journalist Ken Jones gisteren een artikel aan recente uitspraken van Taylor in Nederlandse media. Ook Jones behoort tot de scherpe critici van Taylor, maar hij heeft wel begrip voor Taylors klacht dat in Engeland “elke nederlaag nog altijd als een ramp wordt beschouwd, terwijl we ons voetbal de laatste decennia op geen enkele manier hebben ontwikkeld”.

Dat gebrek aan ontwikkeling en de eenzijdige manier waarop in de sfeervolle Engelse stadions wordt gespeeld - veel geren, veel tackles, veel inzet en weinig inzicht - is in Engeland nu langzamerhand toch een belangrijk item geworden. In het maandblad World Soccer is dat deze maand aardig verwoord door Simon Stainrod. Hij speelde voor Queens Park Rangers, Aston Villa, Sheffield Wednesday, Sheffield United en Oldham Athletic. Tegenwoordig is Stainrod in Schotland speler-manager bij Dundee. “Als Engeland aansluiting met de wereldtop wil krijgen, moet eindelijk eens op een fundamentele manier aandacht aan de techniek worden besteed. Het is nu al zo ver gekomen dat onze spelers qua techniek achter liggen op landen uit de derde wereld. Neem een land als Ghana. Dat land produceert voetballers, van wie de technisch basis beter is dan van onze spelers.”

Engelands all time topscorer in de nationale ploeg, Gary Lineker, heeft vanuit Japan een vergelijkbare duit in het zakje gedaan. “Aan de top van ons voetbal moeten wezenlijke dingen veranderen. In Engeland worden bijvoorbeeld te veel wedstrijden gespeeld, waardoor te veel spelers geblesseerd raken. Ons spel is ook altijd te snel en te fysiek geweest. Door die twee factoren is te weinig aandacht aan de techniek besteed. In Engeland spelen kinderen van acht jaar op grote velden met grote doelen. Om te beginnen moet dat veranderen. Die kleine kinderen moeten hun techniek verbeteren op kleine veldjes met kleine doelen.”

Deze serieuze geluiden worden in de vluchtige tabloid pers als oninteressant beschouwd. In die categorie van de media gaat het om opportunistisch geschreeuw. Die kranten willen slechts koppen zien rollen. Bij Taylors voorgangers Bobby Robson, Ron Greenwood, Don Revie en Alf Ramsey was het niet anders. Taylor voedt dat opportunisme wel door ook in zijn derde jaar als bondscoach aan het goochelen te blijven met spelers. In 35 interlands (16 gewonnen, 13 gelijk gespeeld, 6 verloren, 52 doeklpunten voor, 29 doelpunten tegen) heeft hij niet minder dan 58 spelers gebruikt. Dat is 5,6 procent van de welgeteld 1 046 internationals die Engeland in 121 jaar tijd heeft voortgebracht. Zo veel spelers gebruiken en dan nog geen team hebben gevonden dat er staat; het pleit niet voor de arme Taylor.

Tenzij waar is wat The Guardian onlangs beweerde: “De bondscoach gebruikt zo veel spelers omdat zo verschrikkelijk veel voetballers in Engeland op elkaar lijken. . . .”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden