Energiewende stopt niet bij Lobith

Het succes van de groene energie heeft een keerzijde: het gaat te hard bij de oosterburen. Duitsland legt een lijntje uit naar Nederland.

De buren stuiten op de grenzen van de voorsprong. De 25.000 windmolens en de ruim 150 miljoen zonnepanelen in Duitsland leveren op winderige, zonnige dagen domweg te veel stroom.

De capaciteit van duurzame elektriciteitsopwekking is in Duitsland zo groot, dat er aan intensieve samenwerking met omringende landen als Polen, Denemarken, Frankrijk én Nederland niet meer valt te ontkomen.

De Bondsrepubliek heeft intussen aan wind zo'n 35.000 megawatt aan productiecapaciteit. Nederland bereikt, als alles meezit, pas over zes jaar met 12.000 MW een derde van dat vermogen. Alleen zonnecellen leveren op zomerse dagen al een derde van de totale Duitse stroombehoefte. In de eerste helft van dit jaar kwam bijna 29 procent van de Duitse elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Nederland haalde net iets meer dan 4 procent.

De stroomvoorziening in Duitsland is door de opmars van de nieuwe bronnen volatiel geworden - het elektriciteitsaanbod wisselt soms zo heftig dat het netwerk de stroom niet goed kwijt kan. Dat levert risico's op. Overspanning kan gaan leiden tot uitval van netwerken. Op dit moment is het probleem in Duitsland nog niet acuut. Afgelopen maand bleek dat het Duitse netwerk nog steeds stabiel en betrouwbaar is. In 2013 was de totale duur van stroomuitval per afnemer gemiddeld krap 16 minuten. In Nederland was dat ruim 33 minuten.

Experts in Duitsland broeden al op plannen om op piekmomenten met groot aanbod en kleine vraag elektriciteit maar 'weg te gooien' door tijdelijk windmolens stil te zetten en zonnepanelen van het net los te koppelen. Groei-stuipjes van een succesvolle energietransitie.

Nederland heeft in de voorbije zes jaar twee keer geprofiteerd van de overproductie in Duitsland. Op enkele winderige, zonnige dagen werd er in Duitsland zo veel elektriciteit opgewekt dat het aanbod de vraag ver oversteeg en het net overbelast dreigde te raken. Duitsland betaalde Nederland om gratis duurzame stroom af te nemen. In die gevallen is het uitschakelen van bronnen goedkoper.

Het zal de komende jaren vaker voorkomen, landen die op piekmomenten hun eigen productie uit hernieuwbare energiebronnen niet op de eigen markt kwijt kunnen. Zolang er geen grote opslagmogelijkheden zijn voor wind en zonnestroom moeten vraag en aanbod, in een aanzienlijk grotere energiemarkt, meer op elkaar worden afgesteld.

Duitsland is te lang eenzijdig, vooral in eigen land, met de Energiewende bezig geweest, zeggen de beleidsmakers bij de ministeries van economische zaken en buitenlandse zaken in Berlijn nu. Het Duitse ministerie van buitenlandse zaken nodigde onlangs Nederlandse journalisten uit voor een tweedaagse informatiereis over de Energiewende. Samenwerking was het sleutelwoord.

De Duitsers willen met Nederlanders verder bouwen aan een groen Europees elektriciteitsnetwerk. Christoph Podewils, woordvoerder van Angora, een onafhankelijke denktank die de Duitse overheid adviseert over energievraagstukken, wijst erop dat de Duitse energietransitie niet iets is van de laatste tien jaar. "De Energiewende was al vele jaren in gang, ver voor de ramp met de Japanse kerncentrale in Fukushima."

Dat ongeluk leidde in 2011 tot de beslissing van de Duitse regering om tot 2022 alle Duitse kerncentrales uit te schakelen. Het besluit gaf de energietransitie in Duitsland vleugels, maar leverde ook nieuwe problemen op: om conventionele elektriciteitscentrales te kunnen laten draaien, moet de extreem vervuilende bruinkoolwinning worden opgevoerd, waardoor Duitsland grote moeite heeft om de EU-afspraken over CO2-uitstoot te halen.

Het energiebeleid is per definitie een Europese kwestie. Zolang je stroom niet efficiënt kunt opslaan, is een slim, wijdvertakt en flexibel intern Europees netwerk nodig, om de elektriciteit daar te brengen waar het op dat moment nodig is. Want vrijwel nooit schijnt de zon of waait de wind in heel Europa gelijktijdig.

De Bondsrepubliek wil uit welbegrepen eigenbelang meewerken aan de energiedoelstellingen van Nederland. Maar ook Nederland heeft belang bij een sterke partner. Minister Kamp (Economische zaken): "Door meer samen te werken, kunnen Nederland en Duitsland hun ambities op energiegebied eerder realiseren. Ook kunnen Nederland en Duitsland door nauwere samenwerking beter gebruik maken van elkaars ervaring in de transitie naar een duurzame energiehuishouding."

Er zijn inmiddels politieke stappen gezet. Eind juli tekende Kamp een politieke overeenkomst met de Duitse milieuminister Sigmar Gabriel over vergaande samenwerking op energiegebied tussen beide landen. Het nieuwsfeit bleef in Nederland onbelicht, door de dramatische nasleep van de vliegramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in de Oekraïne.

De deal tussen beide landen is verstrekkend. Duitsland en Nederland gaan hun energiemarkten integreren, niet alleen op papier, maar ook fysiek: de stroomnetten worden nog meer met elkaar verbonden.

Beide landen overleggen over mogelijkheden om de netwerken flexibeler te maken, om de grote schommelingen in het aanbod te kunnen opvangen. De buurlanden gaan verder oplossingen zoeken om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening op langere termijn veilig te stellen en willen gezamenlijk werken aan plannen om de CO2-uitstoot verder terug te dringen. Ook de opslag van CO2 is daarbij een belangrijk gespreksonderwerp.

Kamp: "De samenwerking richt zich ook op het verbeteren van het elektriciteitsnet in de grensstreek, zodat stroom makkelijker de grens over kan. En een belangrijk element van het akkoord is het verkleinen van de verschillen in energieprijzen tussen beiden landen."

Bij BWE, het Duitse Bundesverband Windenergie - de windmolenlobby -, wordt met zorg gekeken naar de ontwikkeling op de Duitse energiemarkt. "Wat wij nodig hebben, zijn flexibele stroomtarieven", zegt Wolfram Axthelm van BWE in Berlijn. "We moeten toe naar een systeem dat consumenten of grote bedrijven een bericht krijgen als het stroomaanbod hoog is, zodat zij de wasdroger of productieprocessen met een hoog energiegebruik in gang kunnen zetten. De stroomprijs zou bij groot elektriciteitsaanbod tijdelijk dan ook aanzienlijk lager moeten zijn."

Het is een oplossing waarover ook in Nederland wordt nagedacht. Want Nederland komt voor dezelfde dilemma's te staan. "Duitsland heeft nu de problemen die wij over vijf of tien jaar krijgen", aldus Pieter Boot, hoofd energie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Duitse consument betaalt 2 keer zoveel

De Duitse consument betaalt fors mee aan de enorme kosten van de energieomslag. De stroomprijs voor particulieren is in Duitsland sinds 2000 bijna verdubbeld (nu euro 0,29 per kWh, Nederlander betaalt euro 0,22). Door die verhoogde prijs groeit ook in Duitsland de oppositie tegen windmolens. In Beieren neemt de deelstaatregering in december een wet aan die nieuwe, krachtige windturbines van 200 meter alleen nog toestaat als er binnen een straal van 2000 meter geen huizen staan. Volgens de Duitse windbranche betekent dit in feite dat er in Beieren geen grote windmolens meer kunnen worden gebouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden