'Energiek, enthousiast, jong'

Zeventig topstudenten worden opgeleid tot vernieuwend leider aan de Universiteit Utrecht. Trouw volgt er dit jaar zes: Renée, Jan-Kostijn, Esmé, Matthieu, Jan-Willem en Merel. Wat drijft hen, en in wat voor wereld zullen zij hun leiderschap moeten laten zien?

Iedere dag als Matthieu Bardout (26) langs het tentenkamp van Occupy Utrecht fietst, denkt hij even: wat betekent dit? Al fietsend gaan zijn gedachten uit naar het boekje van de 93-jarige verzetsman Stéphane Hessel: 'Indignez-vous!' Verontwaardig u. Een hit in zijn thuisland Frankrijk. Het pamflet dat de naam gaf aan de beweging van werkloze jongeren in tentenkampen op Spaanse stadspleinen: Indignados.

En vervolgens dwaalt zijn geest zuidelijker, naar Caïro, Tunis, Homs of Sana'a, waar mensen de straat op gaan in opstand tegen het regime in hun land. En westelijker: naar Wall Street, dat bezet wordt door de Occupy-beweging. Het Utrechtse nederzettinkje lijkt ineens een stuk gewichtiger. Matthieu: "Iedereen heeft andere belangen. Maar er is één overeenkomst: mensen voelen zich wereldwijd niet meer in staat over zichzelf te beschikken."

Dat is de wereld op het moment dat Matthieu en bijna zeventig andere studenten beginnen aan een speciaal programma van de Universiteit Utrecht. De Young Leaders League (YLL) moet hen opleiden tot vernieuwende leiders. Het programma ging in september van start. Onderwijsdirecteur Fried Keesen: "Deze tijd vraagt om kritische geesten. We zitten aan het eind van een tijdperk. Twintig jaar geleden ging het om management, nu om leiderschap. Dat zien de UU en het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap heel goed in. We moeten getalenteerde studenten in staat stellen leiderschapsposities op een goede manier in te nemen. Ze moeten nieuwe processen bedenken. Wij zien een leider als een reflective practitioner. Iemand die goed is in zijn vak, in staat is snel beslissingen te nemen en gevormd is door levenservaring. Hij kan, eventueel in een oogwenk, een complexe situatie op alle facetten inschatten."

Matthieu gelooft in zichzelf. Als zijn medestudente, 'jonge leider' Renée schetst wat de krachten van de studenten in het YLL zijn ("energiek, enthousiast, jong"), dan zegt hij een beetje schertsend dat hij zich door die opsomming tekortgedaan voelt. Renée en Matthieu vormen een studiegroep met Esmé, Merel, Jan-Kostijn en Jan-Willem. Allemaal behoren ze tot de topstudenten binnen verschillende richtingen, hebben in het buitenland gestudeerd of gewerkt, bestuurservaring opgedaan of sport bedreven op een hoog niveau. Ze drukken zich graag uit in het Engels. Wat ze naar eigen zeggen ook zijn: avontuurlijk, gepassioneerd, creatief, ambitieus en pragmatisch. "Een club die blij is met zichzelf en met elkaar", omschrijft Keesen zijn studenten.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek. Angst om hun hoofd boven het maaiveld uit te steken, hebben ze ook niet. Toch zal niemand roepen dat hij president-directeur van Philips wil worden, denkt Keesen. "Liever worden ze zelfstandig, innovatief ondernemer. Ze zijn niet door salaris gedreven, maar wel door maatschappelijke vernieuwing. Zo zijn er bijvoorbeeld artsen die als ziekenhuisbestuurder de zorg willen vernieuwen. Ze zijn misschien een beetje naïef en optimistisch. Het gaat er in deze cursus om levenservaring op te doen."

Het is moeilijk inschatten wat een goede student nu tot een potentiële leider maakt. Keesen: "Kijk je alleen naar de cijfers, bijvoorbeeld gemiddeld een 8,5, dan krijg je vaak vlijtige meisjes met een keurig cv. Ze hebben bestuurservaring hier en daar, zijn in buitenland geweest. Maar zijn zij de leiders van de toekomst? Ze missen die levenservaring. Daarom heb je ook graag anderen, met lagere cijfers, die tegen de verdrukking in iets voor elkaar hebben gekregen. Dit zijn vaker jongens.

"We hebben een jongen die op z'n 23ste zijn diploma haalt voor scheidsrechter in het betaald voetbal. Die staat straks wel voor zijn 30ste een wedstrijd Ajax-Feyenoord te fluiten in een stadion met 60.000 man."

De jonge leiders in Utrecht zijn vrijwel geen corpsstudenten, of gelieerd aan het old boys network. Keesen: "Niemand heeft de mentaliteit van 'op de bagagedrager van een ander'. Dat is niet waar deze tijd om vraagt. Als ze al ouders in het old boys network hebben, dan hebben ze dat goed verborgen weten te houden."

Om welk type leider vraagt deze tijd dan wel? "Het is moeilijk", zegt Esmé. "Zelfs iemand als Obama krijgt het niet voor elkaar echte verandering te bewerkstelligen. Het komt omdat hij teveel vastzit in bestaande structuren. Daar om is zo'n Occupy-beweging ook goed; om mensen te bevrijden van de systemen waarin we allemaal verstrikt zijn geraakt."

Wie zal straks kunnen opstaan om vernieuwing te leiden? "Iemand die erkent dat leiderschap niet draait om efficiency en organisatie", denkt Jan- Kostijn. Merel is het eens met Matthieu die stelt dat mensen wereldwijd hun vermogen tot zelfbeschikking denken te hebben verloren. "Een leider stelt anderen in staat om hun leven in eigen hand te nemen."

Zes leiders van de toekomst
'Iets meemaken is veel belangrijker dan boekenkennis'
Esmé Cartens (23)

"Je moet een tikje brutaal zijn. Dan bereik je veel meer. In New York leerde ik die houding af van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Ik stapte gewoon op het Nederlandse consulaat af om een onderzoek te doen naar Nederlandse mode-ondernemers in de VS. Het was geen vriendjespolitiek, geen kwestie van netwerken, maar puur op kwaliteit namen ze me aan. Dat is mijn houding. Zoiets als het corps vind ik dan ook vreselijk.

"Mijn toekomst ligt in New York. Ik studeer conflictstudies en mensenrechten, en de banen liggen in Nederland niet voor het oprapen. Zeker nu niet. Ik denk dat ik in New York door heel hard te werken meer van de grond kan krijgen. Misschien zelfstandig, misschien als lobbyist of beleidsmaker bij een organisatie als de VN of Human Rights Watch. Ik zou willen bijdragen aan het oplossen van internationale conflicten, maar of ik die leider ben?

'Jou vind ik intimiderend. Zullen we samenwerken?'
Merel Steinweg (26)

"Ik ben geen student met de allerhoogste cijfers, maar ik heb levenservaring opgedaan in Parijs en New York. Ik wil snel naar Egypte om te zien hoe ze daar een nieuwe regering opzetten. Iets meemaken is veel belangrijker dan boekenkennis."

"Ik ben vaak de enige die iets hardop zegt. Die een verhaal in een context plaatst, die richting geeft. Dan word je vanzelf de leider. Ik doe vervolgens veel werk, zodat niemand kan zeggen dat ik achterover leun en delegeer. Ik voel me niet altijd prettig in die rol.

"Een topstudent was ik niet zozeer. Vanaf mijn 14de heb ik geroeid, ook wereldkampioenschappen. Met een sportbeurs ging ik op mijn 18de naar Amerika. Een harde wereld, waar je als individu niet meetelde. Daarna ging ik verpleegkunde studeren. Ik haalde zesjes. Pas toen ik stopte met roeien, begon ik achten en negens te halen. Nu studeer ik maatschappelijke opvoedingsvraagstukken. Manager bij Jeugdzorg hoef ik niet te worden, maar op strategisch niveau lijkt het me interessant. Ik wil het verschil maken. Wat was het nut van mijn werk in een openluchtkliniek in Zuid-Afrika als mensen niet structureel hulp krijgen? Dichtbij huis kun je ook veel betekenen.

"Ik wil creatief zijn. Liever denk ik na, dan dat ik uitvoer. Dat kan nu eindelijk. Ik wil verbindingen leggen om een probleem op te lossen, ook met andersdenkenden. Bijvoorbeeld met Matthieu. 'Jou vind ik intimiderend', zei ik hem. 'Zullen wij samenwerken?'"

'Verantwoordelijkheid nemen is de kern van leiderschap'
Jan-Kostijn Dieben(25)

"Verantwoordelijkheid nemen is voor mij de kern van leiderschap. Of ik zelf een leider ben? Dat moet blijken als de situatie zich voordoet.

"Hoe goed te leven? Als arts wilde ik sociaal en wetenschappelijk interessant werk doen. Maar na mijn doctoraal geneeskunde ervaarde ik de wereld van het ziekenhuis als te geïsoleerd. Was dit alles? Een zinvolle invulling geven aan je leven is een fundamentele uitdaging. Je leest het al in Prediker. Ik hoop de kennis die ik bij geneeskunde opdeed, op een dag te combineren met die van mijn rechtenstudie.

"Ik studeer nu anders dan toen ik met geneeskunde begon. De achten die ik eerst haalde, zakten door efficiënt studeren naar zessen. Sta je aan een ziekbed zonder precies te weten hoe het zit. Daardoor ging ik toch weer harder werken. Die inspanning lever ik voor rechten ook. Dat opent deuren: ik ben voorzitter van de vereniging voor excellente privaatrechtstudenten.

"Lid zijn van het Utrechts Studenten Corps is voor mij zeker leerzaam. Ik weet niet of het nog zo belangrijk is als vroeger. Er ontstaan allerlei nieuwe netwerken, elk in potentie net zo goed een old boys network. Ik geloof wel in netwerken, maar belangrijker voor een leider zijn de mensen om hem heen. Hij is vaak alleen het gezicht van een groter team."

'Als buddy met een verslaafde op stap, dat helpt echt'
Renée Engelsman (23)

"Vroeger dacht ik dat ik de wereld moest veranderen. Yitzhak Rabin was wel een inspiratiebron. Niemand is zo dicht bij vrede in het Midden-Oosten gekomen als hij. Maar ik ben teruggekomen op die ambitie. De VN of de EU, het zijn logge apparaten, waarin ik niet per se hoef te werken. Ik vind het moeilijk om te bepalen hoe je het beste een leider kunt zijn. Misschien moet je klein beginnen. Zoals een jaar als buddy met een drugsverslaafde een middag per week op stap gaan. Dat is werk dat echt helpt, heb ik gemerkt.

"Ik ben een expat-kind, heb mijn halve leven in India, Nieuw-Zeeland en Australië gewoond. Ik reis nog steeds veel. Wat ik bijdraag in deze groep is levenservaring, niet zozeer goede cijfers. Ik studeer Europees recht en zat in het bestuur van de studievereniging voor Europese studies. Ik heb er geleerd dat ik moet delegeren. Ik voel mij erg verantwoordelijk en trek te veel werk naar me toe.

"Leiderschap is een kwestie van het goede voorbeeld geven, luisteren naar anderen en respect opbrengen. Ik hoop dat ik dat kan. Sinds ik een jaar au pair in Parijs ben geweest, ben ik meer over kinderen gaan nadenken. Maar als je ook ambitieus bent, moet je hen soms teleurstellen. Die schuldgevoelens, die vooral vrouwen hebben, lijken me heel moeilijk."

'Ik baal soms dat ik een leider ben'
Jan-Willem Meijerink (22)

"Ik baal soms dat ik een leider ben. Sta ik in een groep, dan kijkt iedereen naar mij. Stelt de docent een vraag, dan geef ik antwoord. Ik kan niet stilzitten, voel mij verantwoordelijk, wil niemand teleurstellen.

"Ik heb geluk met mijn hersens . Ik studeer meteorologie en scientific computing om de wiskundige modellen achter het weer te begrijpen. Voor mijn master had ik een 8,5, terwijl ik twee dagen per week bestuurswerk deed. Ik coördineer nu de eerstejaarsstudenten. Iedere donderdagochtend geef ik les op een kinderboerderij in Gouda. En in het weekend fluit ik bij handbal. Ik heb die afleiding nodig.

"Een wetenschappelijke carrière lijkt mij mooi, of bij het KNMI. Erwin Kroll was voor mij als kind een inspiratiebron. Klimaatwetenschap is nu ineens hot. Maar ik doe het omdat ik het een prachtige studie vindt.

"Het corps heb ik niet nodig voor een carrière. Ik drink geen alcohol, dat remt de groei van je hersens tot je vijfentwintigste. Corpsstudenten zijn geen toekomstige leiders, die nemen genoegen met zesjes en zevens.

"Ik ben de enige echte bèta in deze groep. Ik zoek concrete oplossingen, alfa's blijven theoretiseren. Maar voor het eerst peppen andere studenten mij op, en niet omgekeerd. Zij regelen opdrachten eerder dan ik. Ik raak de controle kwijt, maar ik vertrouw ze."

'Ik wil me bekwamen in duurzame ontwikkeling'
Matthieu Bardout (26)

"Leiderschap is niets meer dan een bedachte constructie. Dus of ik een leider wil zijn? Ik wil iemand zijn die goed nadenkt over wat hij doet. Ik handel naar aanleiding van observatie en analyse. Ik probeer altijd open te staan voor anderen, me menselijk op te stellen. Alleen zo kun je eventuele volgers achter je krijgen.

"Die open houding is het resultaat van mijn jeugd in Frankrijk. Ik ging naar een internationale school in Genève, met kinderen van VN-medewerkers. Ik leerde dat ieder verhaal een andere kant heeft. Bovendien werd ik tweetalig: Frans en Engels. Ik koos daarna ook voor een Engelse universiteit, en niet voor de elitescholen in Frankrijk. Daar word je opgeleid tot een keiharde werker. Dat is niets voor mij. Op de Engelse universiteiten is veel meer aandacht voor persoonlijke belangstelling en brede ontwikkeling.

"Ik ging aardwetenschappen studeren en kreeg een goede baan in Australië. Ik moest bepalen of de grond goed genoeg was om er bruggen of wegen op aan te leggen. Maar ik wil er niet in door. Het milieu verbeteren is geen doel op zich. Dat komt pas als sociale processen verbeterd zijn, als bijvoorbeeld minder mensen in armoede leven. Dat zijn de thema's van duurzame ontwikkeling waarin ik me nu wil bekwamen. Waar ik hierna ga werken? Een eigen bedrijf of een baan bij de Verenigde Naties, het zou allemaal kunnen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden