energie / De warmte vliegt de winkel uit

Winkels en horeca blazen warmte zo de koude lucht in. Maar terwijl in Utrecht de terrasverwarming ter discussie staat, zet Amsterdam de verwarming juist hoger.

Openstaande winkeldeuren en verwarmde terrassen zorgen in de winter voor meer uitnodigende winkelgebieden. Tegelijkertijd vormen deze taferelen aanleiding voor discussie. Door het hele land klinkt de roep om milieuvriendelijke maatregelen, aangezien de warmte vaak zo de koude lucht in wordt geblazen.

„Het is gewoon weggegooide energie”, zegt Jan Uitzinger, als onderzoeker verbonden aan IVAM, een onderzoeks- en adviesbureau op het terrein van duurzaamheid. Exacte cijfers kan hij niet noemen, maar het gaat om een ’substantiële hoeveelheid’. „Het is toch vreemd dat we consumenten aansporen om spaarlampen aan te schaffen, terwijl de energie ergens anders met bakken de deur uit wordt gegooid?”

Wethouder Marijke Vos uit Amsterdam stelde daarom twee maanden geleden voor dat winkeliers hun deuren zouden sluiten in de winter, om zo energie te besparen. En in Nijmegen wil GroenLinks-raadslid Noël Vergunst de terrasverwarming verbieden. Vergunst vindt het ’te bezopen voor woorden’ dat er lampen met een vermogen van een paar 1000 watt, warmte leveren en die vervolgens de koude lucht inblazen.

Volgens Uitzinger wordt op een verwarmd terras op één avond een hoeveelheid energie weggegooid die een huishouden in een jaar met spaarlampen uitspaart. „Maar het energieverbruik van de terrasverwarming valt relatief gezien nog mee als je het vergelijkt met de winkels, die iedere dag van negen tot zes hun deuren open hebben staan.”

Ondernemers zien klimaatvriendelijke maatregelen echter niet zitten. Dichte deuren zouden klanten wegjagen en horeca-eigenaren bieden hun gasten graag een verwarmd terras aan – zeker nu het rookverbod eraan komt. Op een terras met een aangename temperatuur hebben bijvoorbeeld rokers toch de mogelijkheid een sigaret op te steken, zonder te vernikkelen van de kou.

Niki Schipper, GroenLinks-raadslid in Utrecht, vreest daarom dat er steeds meer verwarmde terrassen komen. Dit levert volgens Schipper een averechtse bijdrage aan het voornemen van Utrecht om in 2030 een CO2-neutrale stad te zijn. „Ik wil zeker niet alle rokers een longontsteking bezorgen, maar ik kan me wel een winterweerscenario voorstellen waarbij de cafés jassen en poncho’s bij de ingang hebben liggen.”

In de Amsterdamse binnenstad is de terrasverwarming dit jaar juist voor het eerst toegestaan, omdat de horecagelegenheden erom vroegen. Ook stadsdeel Oud-Zuid mocht meedoen aan de pilot, maar het bestuur bedankte daarvoor. In een brief aan burgemeester Cohen werden de hoge CO2-uitstoot en het hoge energiegebruik als reden genoemd.

Uit Duits onderzoek blijkt dat de gemiddelde ’hittepaddestoel’ – zoals de terrasverwarming wordt genoemd – per uur 3,5 kilogram koolstofdioxide uitstoot, evenveel als een auto tijdens een rit van 25 kilometer. Amsterdam deed ook zelf onderzoek gedaan naar het energieverbruik van terrasverwarming: 200 verwarmde terrassen zouden in vier maanden hetzelfde verbruiken als elf basisscholen in een jaar.

Om het milieu toch enigszins te sparen, moeten Amsterdamse ondernemers aan twee voorwaarden voldoen. Ze mogen alleen gevelverwarming gebruiken die het milieu zo min mogelijk belast. Ook moet er klimaatcompensatie betaald worden. Uitzinger ziet er weinig in: „Je kunt slechte dingen wel efficiënt aanpakken, maar het blijft slecht. Je kunt niet blijven compenseren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden