Opinie

En zo wordt 4 mei langzaam uitgehold

Natuurlijk, het applaus dat maandagavond golfde over de Dam tijdens de speech van Job Cohen was indrukwekkend. Net als de ontroering daarover bij de vorstin.

En toch, en toch. Het zat me niet lekker hoe ook nu weer de actualiteit doorsijpelde bij de Nationale Dodenherdenking. Niet alleen de burgemeester refereerde aan wat er op Koninginnedag in Apeldoorn is gebeurd, ook talloze bezoekers verklaarden expliciet dat de dodemansrit van dat zwarte autootje hen naar de Dam had gedreven.

Het past, vrees ik, in een bredere trend. De doden uit 1940-1945 moeten tegenwoordig hevig concurreren met onrecht en leed van recenter datum.

Als ik me niet vergis, begon de omslag zo’n vijftien, twintig jaar geleden. Wij dienden, hoorde je alom, de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog „door te trekken naar onze tijd”. Naar hedendaagse vormen van ’rassendiscriminatie’, naar eigentijdse uitbarstingen van geweld. Lieten we dat na, zo was de gedachte, dan zou het ’draagvlak’ voor Dodenherdenking en Bevrijdingsdag onder jongere generaties rap slinken.

Rond 1995 verschoof het accent ook officieel van terugblikken naar vooruitkijken, van ’bevrijding’ naar ’vrijheid’. En bij het Nationaal Monument op de Dam klonk op 4 mei voortaan de mededeling dat wij twee minuten stilstaan bij „allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties”.

Eerlijk gezegd heb ik de ratio achter die verbreding nooit begrepen. Hoezo zou je álle slachtoffers van álle conflicten ’waar ook ter wereld’ moeten herdenken?

Wat is er eigenlijk op tegen om je op die ene, afgebakende dag, te beperken tot die ene, afgebakende periode? Waarin wandaden zijn gepleegd op een schaal die nog steeds alle verstand te boven gaat? Persoonlijk heb ik daar mijn handen tot op de dag van vandaag meer dan vol aan.

Logischerwijs had die gulle uitbreiding tot gevolg dat de betekenis van de meidagen allengs verwaterde. Of, zoals een blogger deze week triomfantelijk schreef: je hoeft echt ’niet speciaal’ te herdenken op 4 mei, omdat er toch ’steeds maar weer nieuw onrecht’ bijkomt. En je hoeft evenmin te vinden dat het op Bevrijdingsdag feest is. „Welke bevrijding?”

Waar een en ander toe leidt werd zondagmiddag treffend geïllustreerd in een aflevering van InFocus, televisiemagazine van de Nederlandse Moslim Omroep. Drie gasten debatteerden onder leiding van een goedgemutste gespreksleider over ’Vrijheid en identiteit’ – het thema dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei voor dit jaar had uitgeschreven.

Nou ja, debatteren. De deelnemers en hun gastheer waren het roerend met elkaar eens. De ’exclusiviteit’ van de meidagen diende nu maar eens te verdwijnen. Dodenherdenking moest ’losgekoppeld’ worden van de Tweede Wereldoorlog. Belangrijkste argument: die oorlog was vast vreselijk geweest, maar wat er nu in Nederland gebeurt, is minstens zo vreselijk.

Uiteraard zweefde binnen de kortste keren de schim van PVV-leider Geert Wilders boven hun pratende hoofden. Die doet, zoals wij allen weten, óók niets liever dan „mensen tegen elkaar opzetten”. En even fijntjes werd de positie van de moslims hier te lande vergeleken met die van geloofsgenoten onder Afrikaanse dictaturen – jawel.

De term Jodenvervolging, om maar eens wat te noemen, heb ik de hele uitzending niet horen vallen.

Het is deze onthistorisering die 4 en 5 mei om zeep zal helpen. Want wie alles herdenkt, herdenkt uiteindelijk niets.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden