En zijn ogen vonkten

De vervaarlijke leeuw, die u hier ziet, daarover spraken we nog niet. Terwijl de opgravingen in die immense grafheuvel in Amphipolis doorgaan, even onderbroken door enige dagen van regen, moeten we het even hebben over de leeuw. Die metershoge leeuw van marmer.

Op de top van de grafheuvel zou hij hebben gestaan, in de vierde eeuw voor Christus, wakend en uitziend over het landschap. Met sokkel rees hij vijftien meter de lucht in. De leeuw is teruggevonden, zij het niet op die heuveltop, maar zo'n 25 kilometer verder naar het zuiden, in een oeverbedding van de rivier de Strymon, niet ver van de kust.

Daar lag hij in stukken, half bedolven, voor het eerst waargenomen in 1912 door Griekse soldaten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog dachten Engelsen die in de omgeving gelegerd waren erover delen van het marmer mee te nemen, daarin kenden de Engelsen sinds Lord Elgin al een traditie. Maar een aanval van Bulgaren kwam tussenbeide.

Terzijde: vorige week publiceerde het British Museum nog een brief waarin het ontkende dat Britse soldaten destijds voorwerpen uit de grafheuvel van Amphipolis aan het museum zouden hebben overgedragen. Er waren wel een paar vazen en zo uit die omgeving meegebracht, maar die waren ouder en konden onmogelijk uit de grafheuvel afkomstig zijn.

Men wist dus al langer van de heuvel, met dank aan Bulgaarse artilleriebeschietingen, want zo werd de heuvel blootgelegd, maar het zou bijna honderd jaar duren voordat men zou ontdekken welke schatten de heuvel verborg. Want pas in augustus dit jaar legde een Grieks archeologisch team de hoofdingang tot het graf bloot, een ingang bewaakt door sfinxen.

Enfin, u weet er alles van.

Terug naar de leeuw. Want die werd in de buurt van zijn vindplaats gereconstrueerd en gerestaureerd; ik gebruik beide begrippen omdat missende delen werden aangevuld.

Die restauratie vond plaats in het interbellum, op initiatief van een Amerikaanse minister met een grote liefde voor de archeologie. Eleanor Roosevelt was een van de sponsors.

Zo stond die leeuw daar, op een twintigste-eeuwse sokkel, tot het team van Griekse archeologen dat in Amphipolis werkte, het marmer van de leeuw analyseerde en tot de ontdekking kwam dat exact dezelfde marmersoort, met exact dezelfde datering, was gebruikt in de muur rondom de tombe.

De leeuw is, vermoed men, al in de oudheid weggehaald, in de Romeinse tijd wellicht, mogelijk om met de brokken een dam in de rivier te bouwen.

Dus stel u voor, in de vierde eeuw voor Christus, ten tijde van Alexander de Grote. Een reusachtige grafheuvel, een perfect cirkelvormige 497 meter lange muur van marmer. En op de top, 33 meter hoog, die leeuw. Fabelachtig.

Zijn ogen, las ik onlangs, zijn bij de reconstructie door een paar van cement vervangen, maar oorspronkelijk fonkelden ze, en spatte het licht uit zijn kop. Een angstaanjagende godheid. Phobos.

Je kunt huiveren bij zoveel vreeswekkende schoonheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden