En weer slaat het regime in Soedan aan het vechten

Nauwelijks heeft de regering van Soedan afstand gedaan van Zuid-Soedan, dat zich onlangs afsplitste, of het regime verhevigt de strijd in het zuidelijke deel van Noord-Soedan. In de Nuba-bergen bijvoorbeeld wonen moslims die de islam licht opvatten en vreedzaam samenleven met christenen. Daar laat de Soedanese regering nu haar bommen op los.

REPORTAGE | ILONA EVELEENS

Een vliegtuigje met hulpgoederen komt tot stilstand aan het einde van een grasveld. Uit het struikgewas duiken gewapende mannen op. Vanachter een paar bomen komt een rammelende vrachtwagen aangereden. Zodra de deuren van het toestel opengaan, laden de mannen razendsnel balen met muskietennetten, dekens en teiltjes uit. De piloot leunt uit zijn cockpitraampje en rookt een sigaret. "Schiet op, ik wil geen seconde te lang aan de grond blijven." Twintig minuten later stijgt het vliegtuigje weer op en verdwijnt in de dreigende regenwolken.

Haast is geboden omdat het een illegale vlucht is. Het vliegtuigje arriveert zo nu en dan in het onbeduidende plaatsje Julud met hulpgoederen voor de bewoners van de Nuba- bergen, een gebied in het zuiden van Soedan. Begin juni brak er een conflict uit tussen de regering van president Omar al-Basjir en Nuba-opstandelingen.

De meeste Soedanezen zijn van Afrikaanse origine, slechts een klein percentage heeft Arabische voorouders. Die kleine groep Arabieren vormt de kern van de regerende elite in de hoofdstad Khartoem. Het bewind zet etniciteit en godsdienst in als politieke middelen om aan de macht te blijven. Eerder dit jaar verklaarde de Basjir dat Soedan een zuiver Arabisch en islamitisch land moest worden. Het was een reactie op de onafhankelijkheid van het voornamelijk christelijk-animistische Zuid-Soedan in juli, waardoor het grootste land van Afrika met een derde werd verkleind.

In de rest van Soedan is de strijd niet voorbij. Sterker nog: de regering is verwikkeld in gewapende conflicten in het westelijke Darfur en in de provincies Blauwe Nijl en Kordofan, waar de Nuba-bergen deel van uitmaken. De zwart-Afrikaanse bevolkingsgroepen daar voelen zich gemarginaliseerd en onderdrukt. "De regering wil van ons Arabieren en strikte moslims maken. Maar wij willen onze Afrikaanse cultuur houden", vat Badi Khamis, luitenant van het opstandelingenleger in de Nuba-bergen, het probleem samen.

Samen met andere mannen in een theehuis in Tima, één van de twee grotere plaatsen in de Nuba-bergen, bespreekt de luitenant de ongelijkheid in Soedan. Ze zitten onder een rieten afdak op wankele plastic stoelen. Op houten krukjes staan glaasjes mierzoete thee. Het is een divers gezelschap: de marktdag in Tima trekt handelaren en kopers van heinde en verre. "De leiders kijken op ons neer", meent Hassan Abdallah, die voor een lokale ontwikkelingsorganisatie werkt. Hij bestelt nog een rondje thee voor zijn gesprekspartners.

Hoewel de meeste Nuba's moslim zijn, ziet het islamitische regime in de hoofdstad hen toch als vijanden. Zo tellen de Nuba's christenen in hun gelederen, en gaan de moslims daar goed mee om.

Zeker een derde van de Nuba's is moslim, de rest is christen. Er bestaat een grote tolerantie. Sommige families bestaan uit moslims, christenen en atheïsten. Nuba's vermengen de islam met een flinke dosis Afrikaanse tradities. Zo wordt zelfgestookte alcohol genuttigd tijdens traditionele feesten. De hoeveelheid gebeden per dag en het tijdstip waarop gebeden wordt, zijn persoonlijke keuzes. De meeste vrouwen dragen losjes een sluier maar de enkeling zonder heeft niets te vrezen. "Basjir vindt ons geen goede moslims omdat wij seculiere rechtspraak willen", zegt onderwijzer Najeb Musa.

In de ogen van president Basjir mogen de Nuba dan onvoldoende Arabisch zijn, toch heeft hun cultuur veel van de Arabieren overgenomen. De djellaba, de lange witte gewaden die Arabische mannen dragen, is vast onderdeel van de volkskledij. De eigen talen van de Nuba maken plaats voor Arabisch. "We zijn ons ervan bewust dat onze culturen en tradities terrein hebben verloren", merkt ontwikkelingswerker Abdallah op. "Daarom is er sinds het begin van de oorlog een trend ontstaan onder ouders om hun kinderen dansen en gezangen van de Nuba te leren. Het belang van onze tradities wordt uitgelegd. En mensen proberen vaker hun stamtaal te spreken."

Met bommen en artilleriebeschietingen poogt de regering in Khartoem de stammen de mond te snoeren. Sinds juni bestookt het regime de provincies Blauwe Nijl en Zuid-Kordofan. Ook probeert de Soedanese regering de Nuba's op de knieën te dwingen door ze uit te hongeren. De opstandelingen hebben, ondanks de ongelijke bewapening, meer grondgebied in handen dan het regeringsleger.

De Nuba's hadden maar al te graag bij het afgescheiden Zuid-Soedan gehoord, maar helaas voor hen zijn ze aan de verkeerde kant van de nieuwe grens beland. Het volk was in 1989 al in oorlog tegen Khartoem. Toen schaarden de Nuba's zich bij Zuid-Soedan. Na een lange belegering van het berggebied, die een hongersnood veroorzaakte, werd onder druk van de internationale gemeenschap in 2002 een staakt-het-vuren afgekondigd. Een jaar later tekenden Noord en Zuid een vredesakkoord, dat de grens trok ten zuiden van het gebied waar de Nuba's wonen. Zo blijven ze uitgeleverd aan Khartoem.

De vrachtwagen van het Nuba-opstandelingenleger rijdt in Julud naar een opslagplaats voor de hulpgoederen van een plaatselijke hulporganisatie. Kalm lossen mannen de lading. Plotseling staakt iedereen het werk en tuurt gespannen naar de lucht. Een monotoon gebrom wordt luider. "De Antonov", fluistert een van de rebellen. Als het geluid van het Russische vliegtuig wegsterft, mompelt een van de mannen: "Die gooit zijn bommen ergens anders eruit."

De bommen uit Khartoem worden lukraak boven het berggebied met de hand uit de Antonovs gerold. Zelden raken ze doelen van het opstandelingenleger, het Noord-Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA-N). De angst voor de bommen is echter zo groot dat een deel van de twee miljoen Nuba's hun dorpen in de vruchtbare valleien verlieten en hun toevlucht zochten in grotten.

In zo'n spelonk bij het dorpje Kurmiti wonen zeven families. Vanuit hun schuilplaats hebben ze mooi uitzicht op Dilling, een stadje tien kilometer verder en in handen van het Soedanese regeringsleger (SAF). Een vrouw hangt kinderkleding aan een geimproviseerde waslijn naast de ingang van de grot. Oude mannen en vrouwen zitten dicht bijeen. Ze zwijgen vooral.

Ruwaida Nuren (10) zit op een rotsblok en staart voor zich uit. "Ik ben bang voor de bommen. Ze vallen overdag maar ook 's nachts. Daardoor kan ik niet naar school", zegt de vierdeklasser. Haar moeder geeft haar een bord bosspinazie met wilde vruchten. De enige maaltijd vandaag. Tussen een paar happen door mompelt het meisje: "De grotten zijn vreselijk. Er zijn slangen en veel muggen en het is 's nachts zo koud."

Haar moeder, Digela Adam, maakt zich grote zorgen over voedsel. Het begin van het conflict viel samen met de start van het zaai- en plantseizoen. De meeste mannen sloten zich aan bij het SPLA-N. De ouderen en de vrouwen durven niet te werken in de open akkers uit vrees voor de bombardementen. Alleen in moestuintjes naast hun huizen staan enkele gewassen. Eind deze maand stopt het regenseizoen en verdwijnen de bosspinazie en wilde vruchten.

Logli Drod, commandant van de SLPA-N in het westelijk deel van de Nuba-bergen, vreest nu vooral het gebrek aan brandstof. Brandstoffen moeten met groot risico uit Dilling worden gesmokkeld. Zijn opstandelingen hebben tientallen terreinwagens buit gemaakt op de SAF. "Basjir koopt, wij rijden", grapt hij.

Serieuzer gaat hij verder: "Wat heb je aan een wagen als je geen brandstof en onderdelen hebt. Bovendien kost diesel twee derde meer dan voorheen."

Een andere kopzorg zijn mogelijke aanvallen met chemicaliën. In een bomkrater bij Kurmiti heeft zich roodgekleurd regenwater verzameld. Bomen in de omgeving verdorren midden in het regenseizoen en het gras en de stenen veranderen van kleur. "Er zat wit poeder dat op peper lijkt in die bom. Mensen die ermee in aanraking komen, klagen over een droge keel, hoofdpijn, jeuk en soms huiduitslag", zegt commandant Drod.

De SPLA-N staat bekend als gedisciplineerd en is populair onder de bevolking. De strijders worden overal begroet met gejuich. Als terreinwagens van de opstandelingen zich vastrijden in de hardnekkige modder komen dorpelingen een helpende hand bieden. Een van de toegeschoten helpers is Abdalla Kuku, een verpleger. Hij stroopt de mouwen van zijn blauwe uniform op en duwt uit alle macht mee. Als hij later zijn handen in een plas water wast, vertelt hij hoe frustrerend het nu is om verpleger te zijn. "Er zijn geen medicijnen. Ik kan weinig doen behalve wonden verzorgen. Verder rijd ik op mijn fiets langs dorpen om voorlichting te geven over gezondheidszorg".

Er zijn geen buitenlandse hulporganisaties in de Nuba-bergen. Wel verleent een handjevol lokale groepen steun. Ze leren vrouwen wilde vruchten en knollen te herkennen en geven tips voor bereidingswijzen omdat de meeste zuur, bitter of zelfs giftig zijn. Natuurgenezers delen hun kennis over bomen en planten die als alternatief dienen voor medicijnen. Jonge mensen worden getraind in het verzamelen en documenteren van schendingen van mensenrechten.

Luitenant Khamis, die al theedrinkend het conflict tussen de Nuba en Khartoem beschreef, ziet één lichtpuntje. President Basjir maakt een fout door het regeringsleger tegelijkertijd in de provincies Blauwe Nijl en Kordofan in te zetten. "Basjir vecht op te veel fronten, tegen te veel vijanden", zegt de verzetsstrijder. "Het drijft zijn tegenstanders samen. Die eenheid zal zijn bewind de das om doen."

Eén maaltijd van bonen en uien per dag, met soms een stukje geitenvlees
De Nuba-bergen zijn een verfrissende afwisseling in het anders zo monotone landschap van Soedan. De bergen bestaan uit enorme rotsblokken, op elkaar gestapeld in een spel dat de zwaartekracht tart. De valleien zijn vruchtbaar dankzij vijf aaneensluitende maanden met hevige regens. Tijdens vrede is regen een zege. Maar in oorlogstijd is regen een belemmering. De rebellen hebben hulpgoederen als medicijnen nodig en willen journalisten tonen wat er gebeurt. Maar de hulpgoederen en de journalisten kunnen alleen met vliegtuigjes worden vervoerd. De regens veranderen de landingsbanen in enorme zwembaden; piloten vrezen vast te komen in de blubber en doelwit te worden van beschietingen.

De auteur van dit artikel verbleef hierdoor, in plaats van de geplande drie dagen, drie weken in de Nuba-bergen. Ze leefde, zonder contact met de buitenwereld, op één maaltijd van bonen en uien per dag, met soms een stukje geitenvlees. Maar de Nuba-bevolking leeft al tijden zo.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden