En weer liggen de filosofen onder vuur

Hongaren in protest tegen de nieuwe mediawet. Op het protestbord wordt premier Viktor Orbán afgebeeld als de koning van de televisie. ( FOTO AP ) Beeld AP
Hongaren in protest tegen de nieuwe mediawet. Op het protestbord wordt premier Viktor Orbán afgebeeld als de koning van de televisie. ( FOTO AP )Beeld AP

Filosofen hebben altijd een actieve rol in het Hongaarse politieke debat gespeeld. Maar nu zitten vijf prominente denkers in de beklaagdenbank. Niet omdat ze zich in de oudheid verdiepen, maar omdat ze zoveel over het heden zeggen.

Runa Hellinga

Een politieke heksenjacht of terechte beschuldigingen over misbruik van fondsen? Daar draait het om in het schandaal dat de Hongaarse filosofische wereld momenteel in zijn greep houdt. Midden januari schreef de rechtse, regeringsgezinde krant Magyar Nemzet dat een vijftal links-liberale filosofen, met als bekendste de inmiddels 81-jarige Ágnes Heller, onder de vorige socialistisch-liberale regering samen een half miljard forint (ruim 1,85 miljoen euro) subsidie hadden gekregen. En dit terwijl ze niet aan de subsidieregels voldeden.

Volgens de krant ging het om een subsidieregeling bestemd voor onderzoek naar de huidige sociale verhoudingen in Hongarije en de aansluiting van het land bij de EU, maar kregen de aanvragers geld voor bijvoorbeeld een studie naar filosofie en wetenschap in de oudheid en voor een onderzoek naar Nietzsche, Lukács en Heidegger.

Nog de dag dat het eerste krantenartikel verscheen, werd een officieel onderzoek naar de subsidietoewijzing aangekondigd. Het bedrag dat de filosofen hadden gekregen ging overigens wel snel omlaag, van een half miljard naar ruim 70 miljoen (260.000 euro), uitgespreid over een periode van drie jaar.

Kort voordat de beschuldigingen boven tafel kwamen, hadden de vijf filosofen zich kritisch uitgelaten over de omstreden Hongaarse mediawet en over premier Viktor Orbán. Heller had de premier daarbij bijvoorbeeld van dictatoriale neigingen beschuldigd. Artikelen in de Magyar Nemzet en andere regeringsgezinde kranten maakten al snel duidelijk dat subsidies niet het hoofdpunt waren.

’Onder de subsidieontvangers duikt een deel van de elite op die sinds tientallen jaren een belangrijke (de-)formerende invloed heeft op het publieke debat in Hongarije’, aldus de Magyar Nemzet in een hoofdredactioneel commentaar. ’Als we het werk van de betrokkenen een beetje kennen, weten we dat we tegenover een professionele culturele strijdbrigade staan, die sinds de systeemwisseling (de val van het communisme – red.) met volle overtuiging democratisch rechts probeert dood te slaan en daarbij beschuldigingen over antisemitisme als slaghout gebruikt.’

Vier van de vijf betrokken filosofen zijn joods. Antisemitisme speelt in hun werk inderdaad een belangrijke rol.

Het commentaar vervolgt: ’In tegenstelling tot alle overlijdensberichten heerst in Hongarije vrijheid van meningsuiting, en we zullen in de toekomst ook met deze meningen moeten samenleven. Desondanks hebben we enkele stille vragen. Vanwaar komt de diepe neerbuigendheid waarmee deze intellectuelen op dit land neerkijken en samenwerken om het voor het buitenland aan de schandpaal te nagelen?’ Wat de krant dwarszit, is duidelijk: niet het feit dat de filosofen zich in de oudheid verdiepen, maar juist, dat ze zoveel over het heden zeggen.

Voor Ágnes Heller is het een déjà vu-gevoel. Als kritische marxistische filosofe werd ze in 1973, onder het communisme, samen met enkele collega’s beschuldigd van anti-marxisme. Haar man, ook filosoof, werd gearresteerd en beschuldigd van overtredingen met deviezen, officieel een misdaad tegen de staat. „Ik kreeg te horen dat ik ongeschikt was voor wetenschappelijk onderzoek”, zei Heller in januari in een interview. „De toenmalige minister-president zei dat hij mijn pen uit mijn hand zou nemen.” Uiteindelijk besloot het echtpaar in 1977 naar Australië te emigreren.

De problemen begonnen destijds nadat ze als kritische filosofen met buitenlandse journalisten hadden gepraat. Dat werd door de staat als opruiing gezien. Heller is ervan overtuigd dat haar recente uitlatingen en die van collega’s over de perswet, over het onteigenen van de private pensioenen en over premier Viktor Orbán nu de aanleiding zijn om hen van subsidiemisbruik te beschuldigen. „Het is een masker voor politieke beschuldigingen, bedoeld om onze naam bij het publiek te besmeuren. Ze proberen mensen zwart te maken, omdat ze hen politiek willen afmaken.”

Gábor Gulyás, directeur van het MODEM-museum in Debrecen en zelf filosoof, is een van de weinige conservatieven die zijn steun voor de liberale filosofen uitsprak. Ook hij ziet een bewuste campagne. Nadat de Magyar Nemzet een ingezonden brief van hem had geweigerd, schreef hij op Facebook: „Ik zou me schamen als ik nu zou zwijgen, terwijl mensen met een andere mening om partijpolitieke redenen worden bestookt met een als vakkritiek vermomde aanval (...). Ik denk ook niet dat wie dan ook beperkt moet worden in de vrijheid om zijn politieke mening in de openbaarheid te brengen.”

Hongaarse filosofen hebben de afgelopen eeuw altijd een actieve rol in het politieke debat gespeeld. Die traditie is aan het einde van de Eerste Wereldoorlog ontstaan, zegt Róbert Somos, hoofd van de afdeling filosofie van de Universiteit van Pécs en schrijver van een boek over de politieke betrokkenheid van Hongaarse filosofen. Voor die tijd was de filosofie overwegend apolitiek. Maar de kortstondige communistische radenrepubliek van 1919 en de opsplitsing van Hongarije bij het vredesverdrag van Versailles, leidden tot politisering van de hele maatschappij. Het bracht ook filosofen ertoe actief stelling te nemen.

De kloof tussen links-liberaal en rechts-conservatief loopt diep in Hongarije, in de hele maatschappij en in de filosofie. De druk op linkse filosofen neemt toe, sinds vorig jaar bij het filosofische instituut van de Hongaarse Academie van Wetenschappen een nieuw hoofd werd benoemd. János Boros – een conservatieve filosoof die gekozen werd tegen de zin van de leden van het instituut – besloot de bezem door het personeelsbestand te halen.

Onderzoekers brachten volgens hem te weinig tijd op kantoor door. De ouderen onder hen hadden geen doctorstitel en waren daarom volgens hem niet gekwalificeerd voor hun positie. Ook bleken sommigen geen taaldiploma te hebben. Om die reden stuurde Boros de voormalige anticommunistische dissident en liberale filosoof Gáspár Miklós Tamás, een man die diverse talen vloeiend spreekt en ondermeer in Yale heeft gedoceerd, met vervroegd pensioen. Tamás, de afgelopen twintig jaar een uitgesproken criticus van iedere regering, is ervan overtuigd dat daar politieke motieven achter zitten. „Al zullen ze dat niet zeggen.”

Ágnes Heller: „Er is sprake van jaloerse en haatdragende filosofen. In ieder vak vind je haatdragende mensen die de ander graag zwart maken.” Zij verwacht dat de hele kwestie uiteindelijk nergens toe leidt. „We worden beschuldigd van ketterij en die ketterij kunnen ze aantonen, maar financieel misbruik zullen ze niet vinden.”

En dat is een verschil met de communistische tijd, zegt Heller: „Op basis van ketterij is het niet mogelijk mensen in de gevangenis te stoppen. Destijds was het anti-marxistische stempel genoeg om ons op te sluiten, maar de beschuldiging dat we liberaal zijn, is vandaag de dag niet voldoende.”

Daarmee is de zaak juridisch ten einde, zegt Heller. Maar: „We zijn zwartgemaakt. Dat blijft staan.”

null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden