En... wat je ook doet, kind, wees digne!

Het Concertgebouw noemt de ingelijste namen van componisten aan zaalwand en balkon 'De eregalerij'. In de Amsterdamse Stadsschouwburg heet de hoefijzervormig gerangschikte parade van toneelschrijvers, acteurs of schouwburgdirecteur 'Het eerste balcon'. Deze zomer morrelt Trouw aan de muzikale en theatrale beroemdheden, die hun bestaan daar zo gebeiteld en omlijst verzekerd weten. Zijn hun wapenfeiten wel zo vanzelfsprekend? Moet er geen naam wijken voor een levende componist, dirigent, acteur, regisseur of toneelschrijver? Of moet juist een grootse dode alsnog van plaats wisselen met een nóg dodere grootsheid? En waartoe dan wel? Als oriëntatie voor de zomerserie Renommée eerst een rondgang door Concertgebouw en Stadsschouwburg. Wie prijken er waarom aan die muzische balkonwanden?

Zul je net zien: de eerste keer van je leven dat er eens tijd, licht en ruimte is om de theatrale namen aan het eerste balkon van de Amsterdamse Stadsschouwburg te lezen en te duiden, testen technici op de toneelvloer hun belichting, waardoor het in de zaal pikdonker moet blijven. Zodra zij theepauze nemen, floepen de zaallichten tot en met de kroonluchter aan, maar dan slaan de geluidjongens toe als voorbereiding op 'Het huis van Alba', dat Het Nationale Toneel die avond komt spelen. En vallen de woorden van schouwburggids Klaus Oenema weg in de aanzwellingen van het componistenkoppel 'Het Paleis van Boem'.

Oenema is apetrots op zijn 'prachtige bonbonnière', al vindt hij de schouwburg van Leiden nóg intiemer. Hij kent de Amsterdamse schouwburggeschiedenis van 1638 tot nu vrijwel uit het hoofd. Grofweg waren er drie schouwburgen in Amsterdam: de Nederduitse Academie aan de Keizersgracht, die afbrandde door kaarsvetlonten na de première van de Vlaamse opera 'De deserteur'. Vervolgens de eerste aan het Leidseplein (1774), die in 1890 in vlammen opging, vermoedelijk door smeulend bengaals vuurwerk ter gelegenheid van de verjaardag van Willem III, en sinds 1894 de 'huidige' Stadsschouwburg.

Bovenin de toneellijst prijkt het embleem 'Uit liefde bloeyende' van de Rederijkerskamer, daar pal tegenover achterin de zaal de vier kapitalen SPQA van 'senaat en volk van Amsterdam'.

Klaus Oenema begint zijn schouwburgrondleiding steevast hardop met Vondels woorden: ,,Het hemelse gerecht heeft zich ten lange lesten / erbarremd over mij, en mijn benauwde vesten, / en arme burgerij; en op mijn volks gebed, / en dagelijks geschrei, de bange stad ontzet'. Bij de opening van de schouwburg in 1616 ging Vondels 'Gijsbreght' in première. Volgens nestor Ben Albach van het Nederlandse toneel komt de Gijsbreght tegemoet aan smaak en verlangens van de Amsterdamse burgerij in de zeventiende eeuw, waarin men veel leest, dicht en zingt, en wordt het versdrama met zijn emotionele kracht als hoogste vorm van dramatische expressie beschouwd. Jaarlijks werden achttien stukken van Vondel opgevoerd. Tot 1970 werd de 'Gijsbreght' ieder jaar in een traditie van 300 jaar opgevoerd. Oenema koestert nog mooie herinneringen aan Ank van der Moer en Ellen Vogel als Badeloch.

De vier zijloges haaks op de toneelvloer worden wegens het matige zicht niet meer voor publiek gebruikt; in de bovenste twee hangen nu toneellichten. Op het balkon van de onderste twee zijloges staan de namen gebeiteld van de toneelspelende broer en zus Bouwmeester.

Links Louis Bouwmeester sr (1842-1925), die zijn glorieuze toneelcarrière als jeune premier begon met Phidias uit 'Marmeren Beelden en IJskoude Harten'. Bouwmeester vertolkte Shylock uit Shakespeare's 'De koopman van Venetië met 'rollenden oogs en machtigen gebaars'.

Rechts zijn zus, de grote tragedienne Theo Mann-Bouwmeester (1850-1939). De Nieuwe Rotterdamsche Courant recenseerde haar spel van Fédora uit het gelijknamige toneelstuk in 1883 aldus: ,,(...) een toppunt van onzettende schoonheid bereikte, dat huiveringen van bewondering door de zaal deed gaan.'

De schouwburggids bootst de geaffecteerde stem van Theo Mann-Bouwmeester trefzeker: ,,Ik sphéél in het bóó-venhuis', waarmee de tragedienne naar het onder de schouwburg stromende Lijnbaanwater verwees. Er zit een lijn in de twaalf ogenschijnlijk willekeurige balkonnamen: ze vertegenwoordigen de drie Amsterdamse schouwburgen en ruim driehonderd jaar theater.

Dichter, etser en schilder Pieter Langendijk (1683-1756) was lid van de Haarlemse rederijkerskamer 'Trou moet blycken', en schreef kluchten en blijspelen als 'Het wederzijds huwelyks bedrog', 'De wiskunstenaars of 't Gevlugte juffertje' en 'Het booze wyf des filosoofs Socrates beteugeld'.

Jacob van Lennep (1802-1868) schreef voor de schouwburg vooral gelegenheidsstukken, zoals het dramatisch gedicht over Van Speyk (1831) bij de Belgische opstand. In 1846 wordt Vondels 'Lucifer' in Frascatie opgevoerd, althans de rollen worden opgezegd. Regisseur en declamator Van Lennep spreekt namens aartsengel Michaël.

Toneelspeelster Maria Johanna Kleine-Gartman (1818-1885) floreerde met haar 'levensechte en ingetogen spel' als Jane Eyre en de zingende en dansende zigeunerin Kathinka uit 'De ster van het Noorden'. Op de toneelschool gaf Kleine-Gartman haar leerlingen te verstaan: ,,Zeg alles, wat je te zeggen hebt, eerst in andere woorden, zoo natuurlijk mogelijk, houd dan dien toon vast, en tracht daarna de woorden van je rol in dien zelfden toon weer te geven. En... wat je ook doet, kind, wees digne!'

Napoleon noemde Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier (1762-1827) 'de grootste tragedienne van Europa'. Toneelcriticus Haug typeerde Ziesenis-Wattier in zijn 'Toneelbrieven': ,,Welke bijeenkomsten men bijwone, in welke koffiehuizen men verschijne, op het raadhuis, ja zelfs op de beurs, midden onder het gedruisch des koophandels, is zij aan de orde van de dag. Hare verschijning op het tooneel is het sein tot een donderend handgeklap, dat allengs toeneemt, naarmate zij in de gelegenheid is hare talenten meer of minder te doen merken, en dat eindelijk tot woeste zinneloosheid overgaat.'

Ziesenis-Wattier kreeg geregeld Andries Snoek (1766-1829) als tegenspeler. De recensent van het toneelblad 'De spectator': ,,Eene hem aangeborene ridderlijkheid, straalde door in zijn manlijk schoonen bouw, en schonk hem eene schilderachtige, ongezochte bevalligheid in houding en standen. Waarheid, eenvoudigheid, edele natuurnabootsing, kenmerkten al zijne bewegingen, zoo in bedaarde toestanden, als in het slingeren der felste hartstochten.'

Jan Punt (1711-1779) was de belangrijkste acteur van de eerste schouwburg, classicistisch toneelspeler en administratief directeur. Hij woonde in de schouwburg, en raakte bij de brand alles kwijt.

Geneesheer in het Sint-Pietersgasthuis en in het Spinhuis plus toneeldichter Samuel Coster (1579-1665) schreef onder meer 'Boereklucht, van Teeuwis de Boer, en men Juffer van Grevelinckhuysen' en het treurspel 'Ithys' naar Ovidius' 'Metamorphosen'. Samen met Bredero en Hooft richtte Coster de Nederduytsche Akademie op, waar Costers 'Iphigenia' in première ging. Coster zorgde voor deining en ophef door daarin als Grieken vermomde contraremonstrantse predikanten te hekelen.

De dichter Gerbrant Adriaensz Bredero (1585-1618) schreef liederen, kluchten en bijspelen. 'Treurspel van Rodd'rick ende Alphonsus', 'Klucht van de Koe', 'Klucht vande Molenaer', 'De Hoochduytschen Quacksalver', 'Spel op 't oudt Liedt Het daget uyt den Oosten' en de blijspelen 'Moortje' en 'Spaanschen Brabander Jerolimo', dat Bredero baseerde op de Spaanse schelmenroman 'Lazarillo de Tormes'.

'Prins der Nederlandse dichters' Joost van den Vondel (1587-1679) schreef de 'Gijsbreght van Aemstel', 'Joseph in Dotan', 'Joseph in Egypten', 'Lucifer' en de modeltragedie 'Jephta of Offerbelofte'. 'Adonias' en 'Batavische gebroeders' gaan over het verdriet van het mislukte leven van zijn zoon Joost. In 1664 schrijft Vondel 'Adam in ballingschap'.

Acteur en operazanger Theodorus Johannes Majofski (1770-1836), van wie ook een portret in de schilderijengalerij hangt, was directeur van de schouwburg. Majofski triomfeerde in 'Tartuffe', 'de Gijsbreght' en 'De Toverfluit'. Hij stierf in het harnas: tijdens de voorstelling 'Zij is krankzinnig' van Van Metesville kreeg hij een hersenbloeding en overleed op 66-jarige leeftijd in de kleedkamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden