En voort raast Halina Reijn in haar achtbaan

Het kunstseizoen, dat morgenavond opent met de Amsterdamse Uitmarkt, wordt het jaar van actrice Halina Reijn. In vier toneelstukken staat ze dit najaar, ze speelt in de speelfilm ’Zwartboek’ en schreef en passant haar debuutroman.

’Hiervoor ben ik dus op aarde gekomen’, besefte Halina Reijn als bij donderslag toen zij als zesjarige samen met de oppas de musical ’Annie’ in de bioscoop zag. Die ’suikertaartmusical’ ging over een weesmeisje in een weeshuis, dat door Albert Finney geadopteerd wordt. Reijn was stikjaloers op het titelrolspeelstertje. Diezelfde avond schreef zij apodictisch in haar dagboek: ’Ik word toneelspeelster’.

In dezelfde handomdraai wist zij haar ouders (’verslaafd aan de antroposofie van Rudolf Steiner’) van haar voornemen te overtuigen. Haar moeder zorgde ervoor dat zij bij het jeugdtheater van Veendam terechtkwam. Nuffig als ze was, vond Halina Reijn het daar tamelijk stom en kinderachtig, met al die kleuters die nog niet eens toneel konden spelen.

Weer wist moeder Reijn raad, door een auditie bij ’De Voorziening’ (de voorloper van het Noord Nederlands Toneel) te bewerkstellingen, ook al was Halina daar nog te jong voor. Maar het lukte. Toen ze later, op haar twaalfde, in stukken als ’Caligula’ en ’Voorjaarsontwaken’ speelde, vond ze dat volstrekt normaal.

Ze leefde destijds in wat zij nu een pannenkoekenwereld noemt: ze wilde een middeleeuws meisje zijn, dat zich in lompen hulde en zich allerminst om de omgeving bekommerde.

Elke zomer ging ze op kamp, niet om boomhutten te bouwen of rietpluimen te sabbelen, maar om toneel te spelen. Daar leerde ze dat acteren niet haar beroep, maar haar roeping was. En dat het een kwestie van alles of niets zou worden. Geen middelmoot maar rechtzodiegaat richting raspaardje. Of haar dat inmiddels gelukt is? ,,Ja.”

Maar eerst was er nog de toneelschool van Maastricht. Toen ze in die tijd regisseur Theu Boermans en acteur Jacob Derwig op de televisie over hun ’Hamlet’-enscenering hoorde praten en zij nog op zoek bleken te zijn naar hun Ophelia, schreef ze meteen een brief: ’Die rol wil ik’.

Ze postte de brief niet, maar belandde wel bij een filmauditie, waarbij ook regisseur Boermans aanwezig was. Of ze één Ophelia-zin mocht zeggen? Nou vooruit. Amper begon ze met: ’Papa, papa, ik ben zo geschrokken. Zat ik op mijn kamer te naaien, en kwam Hamlet overstuur binnen’, of de regisseur begon al meteen over andere klemtonen en pauzeringen.

Toch moest Reijn nog twee weken wachten (’waarin ik niets anders deed dan op de grond liggen stressen’) totdat ze de Ophelia-rol kreeg.

Toen was ze ook meteen binnenboord, want aangenomen in de glorietijd van toneelgezelschap de Trust. Samen met minnaar en medestudent van de Maastrichtse toneelschool Fedja van Huêt trok ze ’als Adam en Eva in gekkenland’ van Maastricht naar Amsterdam. Daar kwam ze in een ’achtbaan’ terecht: de Trust-’Hamlet’ met Jakob Derwig als de Deense prins was een overrompelend succes.

,,Ik had het gevoel dat we iets heel belangrijks deden. Bijna elke zin van ’Hamlet’ gaat over de zin van het bestaan.”

En voort raast Reijn (30) in haar achtbaan: ze speelde Lulu in ’Shopping and Fucking’ (bekroond met de Columbina voor beste vrouwelijke bijrol), de titelrol uit ’Lulu’ van Frank Wedekind, en nu Ibsens ’Hedda Gabler’, Kate uit Shakespeare’s ’De getemde feeks’, in de ’Oresteia’ en ’Rouw siert Elektra’ in hetzelfde seizoen.

Allicht verwonderde zij zich over wat haar overkwam: „Knijp eens in m’n arm, gebeurt dit echt?” Alles was nieuw, fantastisch en geweldig, met even plotselinge kenteringen als: „Nu moet ik datgene evenaren wat ik al gedaan heb. Met het verwerven van inzicht verdwijnt ook het mooie van kind-zijn, verdwijnt het nederige. Iedereen wil opeens wat van je.”

Voor een jaar onderbrak Halina Reijn haar roeping, om haar debuutroman ’Prinsesje Nooitgenoeg’ te kunnen schrijven. Hoofdpersonage daarin is Anna Verbrugge, jong en veelbelovend actrice die niet meer toneel wil spelen.

Uit de roman: „Als ik de badkamer uit loop, struikel ik over Hedda Gabler. Ik schop haar in een hoek en pak twee truien en een joggingbroek van de vloer. Het is koud. Midden in de kamer ga ik op de grond zitten, want er is nergens anders plek. Overal liggen boeken, papieren, kleren. Hedda staart me aan, ze wil gelezen worden. Met een ruk sta ik op en smijt haar in de prullenbak. Zo. Dat is beter, kutwijf. Geen tekst meer. Mijn geheugen is vol. Nog even en mijn harddisk explodeert. Getoast noemen ze dat. Een getoaste harddisk.”

Toen Reijn dat schreef, wist ze nog niet dat ze bij Toneelgroep Amsterdam zelf ook ’Hedda Gabler’ zou gaan spelen.

In min of meer gelijke tred kruisen sterke of wankelmoedige (en in ieder geval balsturige) vrouwen het pad van Halina Reijn. Kniertje en Lady Macbeth komen vast ook nog wel langs. Ze kruipt niet in de huid van die vrouwen, maar moet iets van hun beweegredenen zien te achterhalen.

„Als de Lulu van Wedekind alleen op het toneel is, heeft ze eigenlijk niet meer tekst dan: ’Ik weet het niet’. En wat Hedda Gabler nou precies wil? Die wil dood. Ik vind het nog steeds een actueel stuk, ik herken die verveling van Hedda, die onrust, die hang naar iets groots, die decadentie. Hedda is niet gevangen in haar huwelijk, ze kan doen wat ze wil, ze is intelligent, mooi en grappig, maar ze doet niets. Die lethargie en apathie herken ik bij mezelf en bij leeftijdgenoten. Iedereen heeft wel eens een zekere mate van elementaire crisis. Als je dat niet hebt, dan ben je een eend.”

,,Als het personage fragmentarisch is, zoals Ophelia, moet je je fantasie, je empathisch vermogen, de eigen zooi uit je trauma-achtertuin gebruiken. Nee, geen maniertjes of ’Ophelia-gebaartjes’.”

Van de titelrol Kaat uit ’De getemde feeks’ dacht ze al bij lezing van de eerste bladzijden: ,,Die heeft adhd. Haar zus is een sereen prinsesje, naast wie Kaat zich een nijlpaard voelt. ’Gaweg, gaweg, ik ben boosboos, niemand mag mij zien!’ Als iemand met adhd tot rust komt, blijkt dat een lief mens. Dat gebeurt met Kaat ook, nadat haar temmer Petrucchio maar blijft zeggen dat hij haar mooi vindt. En andersom temt zij hém ook.”

Nina uit Tsjechovs ’De meeuw’ speelde zij als het van jeugdigheid blakende meisje, met de onbezonnenheid en vergankelijkheid van de jeugd. Zelf wilde Halina Reijn nooit jarig worden „want voor je het weet lig je al weer te sterven”.

„Alle toneelstukken gaan over het leven. Op één avond trekt er voor spelers en voor toeschouwers een heel leven voorbij; allemaal illusie. Ondertussen moet je niet vergeten ook nog te léven!”

Desondanks knoopte Reijn de waarschuwing die zij van regisseur Johan Simons kreeg in de oren. Simons, met wie zij in het najaar Aischylos’ ’Oresteia’ gaat doen, zei haar: ’Pas op: voor je ’t weet ben je uitgefêteerd en uitgerangeerd’. Als mentor zette hij haar aan het ’Project Mijmeren’. Even geen toneellessen, repetities noch scripts. Maar wandelen, nadenken en theedrinken. In het begin viel Reijn dat zwaar: ze sjokte de hele dag over de Limburgse Pietersberg en dacht dat ze stemmen hoorde. Ja, er was al zoveel ellende in de wereld.

„Dan kun je drie dingen doen. Zelfmoord plegen, spiritueel worden of een creatieve uitlaatklep zoeken.”

Ze leverde haar verslag van het ’Project Mijmeren’ in, en verkoos de derde mogelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden