En toen... wijzigde Helmut Herzfeld uit protest zijn naam

Welke zou de bekendste zijn? Die van de Olympische Spelen van 1936, waarop nazi-kopstukken nieuwe sporten als bijlzwaaien en onthoofden beoefenen? Of die, refererend aan de Rijksdagbrand, waar Göring de wereld in brand steekt? Of misschien toch de foto waarop Hitler van een topindustrieel geld aanneemt, daarmee de betekenis van de Hitlergroet onderstrepend en dat alles onder het motto 'Millionen stehen hinter mir'.

De onlangs gepubliceerde foto van de Amerikaanse presidentskandidaat John Kerry in gezelschap van Vietnamcritica Jane Fonda, was net zo 'echt' als de foto's waarmee de graficus John Heartfield in de jaren dertig bekendheid verwierf. Het hierboven beschreven drietal is uit zijn atelier afkomstig en vormt met 233 andere afbeeldingen het indrukwekkende oeuvre aan fotocollages- of liever: fotomontages. Zoals als de foto's van het duo Kerry/Fonda niet het laatste knip-en-plakwerk zullen zijn geweest, zo waren die van Heartfield ook niet het eerste; hij verhief het kunstje echter wel als een der eersten tot kunst, waarbij zijn politieke overtuiging de boventoon voerde.

Heartfield werd als Helmut Franz Joseph Herzfeld in 1891 in Berlijn geboren. Na een studie aan kunstnijverheidopleidingen in Wiesbaden en München werkte hij vanaf 1911 onder meer in een aantal drukkerijen, waar hij in de eerste plaats reclamedrukwerk ontwierp. In 1915 nam hij dienst in het Duitse leger, maar al in december van dat jaar werd hij als 'zenuwziek' afgekeurd. Later gaf hij toe dat hij had gesimuleerd, maar zijn afkeer van wapentuig was voortaan definitief. Als protest tegen de vooral tegen Engeland gerichte oorlogspropaganda liet hij zijn naam verengelsen: John Heartfield wilde hij worden genoemd, maar de burgerlijke stand van Berlijn, waar hij inmiddels weer woonde, accepteerde de naamswijziging niet.

Samen met onder meer Georg Groß (na 1916: George Grosz), Walter Mehring en Raoul Hausmann beijverde Heartfield zich na de oorlog voor de introductie van het dadaïsme in Duitsland, de stroming die-mede beïnvloed door het oorlogsleed-vooral tegen het traditionele in de kunst ageerde en een bijna anarchistische sfeer ademde. Daarnaast toonde hij zijn politieke betrokkenheid door één dag na haar oprichting lid te worden van de communistische KPD. Tot 1933 zou hij voor deze partij plakkaten, folders en andere uitgaven ontwerpen.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien had Heartfield verscheidenene baantjes. Hij werkte als illustrator mee aan (linkse) tijdschriften, maar was ook decorontwerper bij het maatschappij-kritische Proletarisches Theater van acteur, regisseur en schouwburgdirecteur Erwin Piscator. Het verhaal wil dat Heartfield op zekere avond nog geen decorstukken bij de schouwburg had afgeleverd, waarna Piscator op een kaal toneel de voorstelling toch maar liet beginnen. Pas tegen het einde van het eerste bedrijf kwam Heartfield met grote rollen achterdoek het toneel opgerend en verweet Piscator geen auto te hebben gestuurd, waardoor hij, Heartfield, zijn decor met de tram had moeten komen brengen. Piscator startte het stuk ten slotte in arren moede maar opnieuw.

In de jaren twintig ontwikkelden Heartfield en zijn vriend Grosz verder fotocollage-het woord 'montage' kwam pas later in zwang-verder, te meer omdat met het betrekkelijk nieuwe medium 'foto' een breed publiek in beeldtaal kon worden bereikt. De werking daarvan had Heartfield in zijn reclameperiode ervaren. In kunstkringen en door de officiële kunstcritici werden de nieuwe technieken overigens nauwelijks geaccepteerd. Dat lag vooral aan het feit dat veel collages een duidelijke linkse politieke signatuur droegen: pacifistisch, anti-bourgeois en opkomend voor de belangen van de arbeider. En politieke bedoelingen en kunst verdroegen elkaar niet, volgens de kenners althans. De arbeidersklasse waardeerde de activiteiten van Heartfield overigens wel, maar zij kon door gebrek aan opleiding en kennis het kunstzinnige karakter van zijn bijdragen niet beoordelen.

Heartfield bleek een Pietje Precies bij elk nieuw werkstuk, temeer toen zijn bijdragen regelmatig in de Arbeiter-Illustrierte-Zeitung (AIZ) verschenen: bij het fototechnische wordingsproces van elke plaat mocht niets misgaan. Illustratief voor Heartfields zorgvuldigheid is de ontstaansgeschiedenis van de montage 'Het duizendjarig rijk', waarvoor hij met een medewerker gedurende twee dagen kaartenhuizen bouwde, net zolang tot ze voor de foto 'bevredigend' instortten. Daarna begon voor Heartfield het eigenlijke werk, met het vervangen van de afbeeldingen door nazihoofden en het invoegen van teksten en titels.

De schrijfster Anna Seghers bracht de werkwijze van Heartfield als volgt onder woorden: ,,Hij sneed een geweldige hoeveelheid stukjes uit de wereld, schudde ze door elkaar, plakte ze weer aan elkaar-en ziedaar! Een compleet nieuwe, opwindende wereld ontstond, een wereld die haar geheimen niet langer verborg, maar onverbiddelijk toonde.'' Platen als 'Diagnose' ontstonden, waarop twee artsen een röntgenfoto van een patiënt bekijken en de merkwaardige vergroeiing van diens ruggengraat van commentaar voorzien: 'Dat zijn de organische gevolgen van het steeds moeten brengen van de Hitlergroet'. Maar niet alleen een oordeel achteraf, ook een waarschuwende roep kenmerkte Heartfields bijdragen. Zo bracht de AIZ op 21 augustus 1932, nog een half jaar voor Hitlers aantreden, een fotomontage waarop Heartfield de Führer uitdost in het uniform en met de karakteristieke knevel van Wilhelm II. Als 'Zijne Majesteit Adolf' legt hij Hitler de bekende uitspraak van de voormalige keizer (Ich führe euch herrlichen Zeiten entgegen) in de mond, maar dan verbasterd tot: 'Ich führe euch herrlichen Pleiten entgegen'.

Nadat bij een razzia een groot deel van zijn werk in beslag was genomen (en vernietigd), vluchtte Heartfield in april 1933 naar Praag, waar hij verder ging met het maken van zijn montages die in de inmiddels ook in ballingschap verschijnende AIZ (latere titel: Volks-Illustrierte) bleven gepubliceerd. Later week hij uit naar Londen, waar hij tot 1950 als boekdrukker en grafisch ontwerper werkzaam was en waar ook tentoonstellingen werden georganiseerd. Daarna woonde Heartfield tot zijn dood in 1968 in Oost-Berlijn. Weliswaar werden met enige regelmaat exposities aan zijn werk gewijd, maar zijn slechte gezondheid-hij overleefde een aantal hartaanvallen-en het feit dat zijn werk nú niet in de in de DDR heersende kunstopvattingen bleek te passen, verhinderden een definitieve revival van Helmut Herzfeld, alias John Heartfield. Zijn laatste rustplaats vond hij op het Dorotheenstüdtische Friedhof: toch nog een laatste erkenning, omdat de prominente plaatsen op deze begraafplaats aan de grote cultuurdragers van de DDR waren voorbehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden