En toen.... veranderde Sinterklaas in Santa Claus

Het was december 1931. Ineens was hij er en kon men hem nergens meer ontlopen. Op reclamezuilen, billboards en in krantenadvertenties - overal keek zijn schalkse, ronde, bebaarde fysionomie de Amerikanen aan. Sindsdien is dit standaardbeeld van Santa Claus niet meer weg te denken.

Haddon Sundblom tekende (letterlijk) voor dit publieke uiterlijk van de kerstman. In opdracht van de Coca-Cola Company. Die wilde rond de kerst haar bruine drankje extra promoten, en wat lag meer voor de hand dan daarvoor Santa Claus te gebruiken. Nog steeds doet de mythe de ronde dat Sundblom het moderne beeld van 'Santa' heeft ontworpen. Maar in zijn tijd was het veelvoud aan kerstmannen al een jaar of twintig teruggebracht tot één standaardtype: de dikke, joviale man met snor, korte baard en roze wangen, gekleed in een soort Russische boerendracht, inclusief bruine laarzen en een rode 'slaapmuts'.

Wat Sundblom wel deed, was dit standaardbeeld verder uitwerken en algemene bekendheid geven. De cola-reclame met de kerstman startte in het gerenommeerde weekblad Saterday Evening Post. Ze zou het beeld van Santa Claus voortaan bepalen: een schalkse snaak die de koelkast plundert, cookies bunkert en flink aan de coke is, zonder het overigens ooit te snuiven. Een figuur met wie elke volwassene zich kan identificeren en voor wie kinderen niet, als voor Sinterklaas, bang hoeven te zijn.

De Zweedse Amerikaan had het gezicht van zijn kerstman gemodelleerd naar het uiterlijk van de buurman, ene Lou Haddon, gepensioneerd handelsreiziger. Toen de man overleed gebruikte Sundblom zichzelf als model, want in de 35 jaar dat hij voor Coca-Cola kerstmannen tekende bracht hij steeds veranderingen aan.

Santa is al een keer eerder gefacelift. Dat gebeurde in 1863 en de tekenaar heette Thomas Nast, een uit Duitsland afkomstige Amerikaan. In een kinderboek veranderde hij de strenge Klaas van daarvoor in een elfachtige figuur met humane trekjes. Al had Santa wel licht dreigend een lijst in de hand met namen van alle kinderen, de brave én de stoute. Nast verfijnde zijn oorspronkelijk beeld in de kersttekeningen die hij 23 jaar lang maakte voor het blad Harper's Weekly. Hij verzon ook de werkplaats van Santa Claus op de Noordpool, waar elfen cadeautjes maken die de zoete kinderen krijgen op kerstavond.

Hoe Santa Claus is ontstaan? Als spin-off van Sint Nicolaas. Toen Nederlandse immigranten zich midden zestiende eeuw in New York vestigden brachten ze het fenomeen Sinterklaas mee. 'Sinty Claus' zoals Engelstalige kinderen hem al spoedig noemden.

De transformatie van de statige bisschop van Myra/Madrid met schimmel tot een gezette kindervriend uit de poolcirkel die zich verplaatst in een door rendieren getrokken arrenslee verliep heel geleidelijk. Als men de kranten van die dagen moet geloven vierden in december 1774 Nederlandse immigranten nog steeds een feest dat verdacht veel leek op dat van Sinterklaas. En zelfs in 1809 beschreef de populaire schrijver Diedrich Knickerbocker (pseudoniem voor Washington Irving) in zijn satirisch boek 'History of New York' een baardige figuur die, gezeten op een paard, over de daken rijdt. Wel droeg hij geen mijter en paarse toog meer, maar een breedgerande hoed en rode slobberbroek.

Twaalf jaar later schreef William Gilley een gedicht over 'Santeclaus' die in bont gekleed ging en reed in een slee, getrokken door één rendier. Een jaar later was Sint helemaal in Santa veranderd. In zijn gedicht 'The night before Christmas' (de nacht voor kerst) vertelt een andere Amerikaan, Clement Moore, hoe Santa cadeautjes stopt in kinderkousen die bij de haard hangen. Ook hier verplaatste hij zich per slee, maar met acht rendieren er voor. Het gedicht werd een bestseller. Moore beschrijft Santa als een oud mannetje met een vollemaansgezicht en een ronde buik ,,die wanneer Santa lachte schudde als een kom vol gelei''. Kort daarop kregen de rendieren ook namen: Blitzen, Comet, Cupid, Dancer, Dasher, Donner, Prancer en Vixen. En Rudolf the Red-Nosed Reindeer dan? Die verscheen pas rond 1939 op het toneel, als creatie van Robert May, een reclamejongen van de Montgomery Ward Company. Rudolf was volgens May door zijn mede-rendieren verstoten uit de Santa-groep omdat hij zo'n opvallende rode neus had. Maar rehabilitatie volgde. Op een kerstavond, toen het er naar uitzag dat Santa Claus niet kon uitrijden vanwege zware mist, leidde Rudolf dankzij z'n lichtgevende rode neus hem veilig naar zijn bestemming. Als beloning werd hij het negende rendier.

Sinds 1841 trekt de kerstman, net als Sint, over de daken, en gooit hij geschenken door de schoorsteen. Aanzet daartoe gaf de Amerikaanse winkelier J. Parkinson die in dat jaar een stuntman inhuurde. Deze klom, verkleed als Santa, op het dak van de winkel en ging naast de schoorsteen zitten.

In de hele negentiende eeuw bestonden er allerlei afbeeldingen van Santa Claus naast elkaar. Op de een was hij klein en dik, op de ander lang en mager. Ook had hij wisselende uitmonsteringen, zoals een rood vest, blauwe driehoekige steek en gele slobkousen. Maar in 1885 bracht Louis Prang, een drukker uit Boston, kerstkaarten op de markt waarop een gedrongen, in het rood geklede, bruin gelaarsde Santa Claus te zien was, met een zak over zijn schouder. Dit beeld verdrong geleidelijk alle andere voorstellingen. Zodat de New York Times op 27 november 1920 tevreden kon melden: ,,Overal in de stad zien kinderen dezelfde Santa Claus.''. Elf jaar later zou Sundblom dat beeld vervolmaken.

In december 1925 meldden Amerikaanse kranten dat Santa Claus niet op de Pool woonde, maar in Lapland. Daar was gras voor de rendieren. En twee jaar later onthulde de Finse radio de preciese plek: Korvatunturi.

Tijdens Wereldoorlog Twee lifte Santa met de Amerikaanse troepen mee naar West-Europa en werd hij ook hier een bekende verschijning. Sinds de jaren veertig, toen de Verenigde Staten voorgoed afscheid namen van de Grote Depressie en het geld weer ging rollen, nam de populariteit van Santa Claus alleen maar verder toe. Ook in Europa.

Ons werelddeel kent overigens een kerstman van eigen makelij. Die is van veel oudere datum dan zijn Amerikaanse collega. In Engeland staat hij bekend als Father Christmas, in Frankrijk als Père Noël en in Duitsland als der Weihnachtsmann. Hij heeft niets van doen met Sinterklaas, maar zou een gekerstende versie zijn van oude goden als Neptunus en Thor. De laatste tijd wordt hij echter meer en meer verdrongen door de luidruchtige Santa Claus die je in warenhuizen en winkelgalerijen, vanaf wenskaarten en op tv ongevraagd toeroept: ,,Ho, ho, ho, merry Christmas''.

'Waar gáát dit over' dacht de Amerikaanse kunstenaar Robert Cenedella. En dus hing hij vijf jaar geleden in de etalage van de New Yorks Art Students League een schilderij op met Santa Claus aan het kruis. Het leidde tot grote verontwaardiging in orthodox-christelijke kring. Maar wat Cenedella er mee wilde aangeven was dat de materialistische Santa Claus in de kerstijd de figuur van Christus geheel heeft verdrongen. En gelijk had-ie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden