En toen....stortten de Erembalden zich op Karel de Goede

De tweede maart van het jaar 1127, een woensdag, was een koude, mistige dag. Omstreeks zes uur in de ochtend verliet graaf Karel van Vlaanderen zijn woonvertrekken in de Brugse burcht om zich, vergezeld door zijn kapelaans en enkele leden van zijn hofhouding, via een loopbrug naar de kerk van Sint Donaas te begeven.

Deze loopbrug kwam uit op de galerij die, hoog boven het grondniveau, de ronde kerkruimte (de Sint Donaas was gebouwd naar het model van de Akense paleiskapel) omzoomde. Op deze galerij bevond zich een aan Maria gewijd altaar. Hier nam de graaf plaats op een eenvoudige bank. Een kapelaan legde penningen in zijn uitgestrekte rechterhand, die de graaf al biddend aan de armen schonk. Onderwijl hield hij zijn blik gevestigd op de kanunniken die beneden hem, bij het hoofdaltaar op de begane grond, het koorgebed verrichtten. Hardop bad hij het onzevader mee.

Dit was het moment waarop zijn belagers, die zich via de trappen in het torengebouw toegang tot de galerij hadden verschaft, zich op hem stortten en met hun zwaarden op hem inhakten. Dodelijk gewond strekte de graaf met uiterste krachtsinspanning zijn handen omhoog en gaf in deze houding de geest. De leden van zijn gevolg waren intussen in paniek uiteengestoven; een van hen, de burggraaf van Broekburg, werd gegrepen, van de trappen naar beneden gesleurd en buiten de kerk afgeslacht. Terwijl de moordenaars in de burcht jacht maakten op aanhangers van de graaf, bleef diens lijk op de gaanderij achter.

Zo luidt, kort samengevat, het Latijnse relaas dat Galbert van Brugge, een ambtenaar van de grafelijke kanselarij, heeft opgesteld over de moord op de Vlaamse graaf Karel van Denemarken, die op die fatale maartdag werd omgebracht door leden van de clan der Erembalden. Deze Erembalden waren een oorspronkelijk onvrij geslacht dat zich had weten op te werken tot een factor van belang in het bestuur van het graafschap. Hoofd van de familie was Bertulf, die bij het aantreden van graaf Karel in 1119 al vele jaren als proost van Sint Donaas en kanselier van het graafschap een politieke sleutelpositie had ingenomen.

De aanslag op de graaf was de climax van een langdurig conflict tussen de vorst en de arrogante proost-kanselier. Getergd door het steeds openlijker machtsmisbruik van de clan had de graaf tenslotte besloten Bertulf af te zetten, waarbij hij zich bediende van het argument van de horige status van diens geslacht. Voor de Erembalden was de moord op graaf Karel een noodsprong; alleen door hem uit de weg te ruimen en een hun welgezinde opvolger op de troon te brengen, konden zij hopen hun eer en daarmee hun macht te handhaven.

De nasleep van hun daad zou bewijzen hoezeer die hoop illusoir was. Na enkele dagen van martelende onzekerheid keerden de kansen: vrijwel de gehele adel stond op tegen de Erembalden. Alle leiders van de clan werden omgebracht, hun bezittingen werden verbeurd verklaard. Koning Lodewijk VI van Frankrijk (Vlaanderen was grotendeels een leen van de Franse kroon) wees een nieuwe graaf aan: Willem Clito, een kleinzoon van Mathilde, de Vlaamse gravendochter die getrouwd was met Willem de Veroveraar. Maar Willem Clito's opvolging werd door pro-Engelse elementen betwist en al het volgende jaar stortten de troebelen het graafschap in een burgeroorlog.

Gesteld voor de moeilijke taak uit de verwarrende veelheid van gebeurtenissen een begrijpelijk verhaal te destilleren, heeft Galbert van Brugge zich aanvankelijk laten leiden door een bekend literair model: het martelaarsleven. Hij heeft Karel beschreven als een vrome vorst die als martelaar voor het geloof onder moordenaarshand het leven laat. Bij allerlei details in de weergave van Karels laatste ogenblikken - de penningen voor de armen (waren die dan aanwezig?), het hardop meebidden van het onzevader, het sterven met ten hemel geheven handen - lijkt dit hagiografische model door te schemeren.

Galbert is zeker geen ooggetuige geweest van de moord; hij heeft moeten afgaan op wat men hem vertelde. Wat de precieze toedracht is geweest, valt niet meer te achterhalen, en evenmin wie verantwoordelijk is voor deze kleuring van de feiten: Galbert zelf of zijn zegslieden. Hoe dit ook zij: toen paus Leo XIII in 1883 besloot Karel de Goede (zo luidt de bijnaam waarmee men de graaf na zijn dood vereerd heeft) zalig te verklaren, fungeerde Galberts relaas als een belangrijk bewijsstuk.

Geheel anders is de aard van het tweede gedeelte van zijn geschrift, waarin hij de crisis beschrijft die op de moord volgde. Hiervoor heeft hij een vorm gekozen waarvan in de middeleeuwse historiografie vóór hem geen voorbeeld kan worden aangewezen: zijn verslag berust op aantekeningen die hij als ooggetuige, naarmate de crisis zich voltrok, vrijwel dag voor dag heet van de naald heeft genoteerd. Het gaat dus om een soort oorlogsdagboek - een vorm die pas eeuwen later tot een journalistiek en literair genre zou uitgroeien. Een indruk van zijn werkwijze geeft het volgende citaat: '... tussen zoveel gevaren bij nacht en zoveel gevechten bij dag, heb ik, Galbert, omdat ik geen plaats had om te schrijven, de kern der gebeurtenissen op wastafeltjes genoteerd om dan, in afwachting van een ogenblik rust overdag of 's nachts, het onderhavige verhaal naar het verloop der gebeurtenissen te ordenen. En in mijn benarde positie heb ik het aldus, zoals ge hier ziet en leest, ten behoeve der gelovigen overgeschreven.'

De onhandigheden en tegenstrijdigheden die Galberts relaas hier en daar vertoont, vloeien waarschijnlijk voort uit deze werkwijze. Daartegenover staan talrijke bladzijden waarin hij zich laat kennen als een scherp waarnemer met oog voor het veelzeggende detail en als een zeer betrokken, soms sarcastisch commentator. De gevoelens van spanning, onzekerheid en angst die de chaotische gebeurtenissen bij de tijdgenoten opriepen, weet hij met groot verteltalent op de lezer over te dragen.

Galberts werk is meer dan eens vertaald, in het Frans en het Engels. Sinds 1999 kunnen we beschikken over een levendige vertaling in het Nederlands van de hand van Albert Demyttenaere, voorafgegaan door een inleidende studie door de Gentse mediëvist Raoul van Caenegem. De moord op Karel de Goede is een uitgave van het Davidsfonds te Leuven. Het is goed dat dit fascinerende ooggetuigeverslag van een diepe crisis in de geschiedenis van de Lage Landen op deze wijze ook voor niet-specialisten toegankelijk is gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden