En toen... ...kwam er toch dat vreemde paleis

De boosheid was groot in de wereld van de architecten in het begin van de vorige eeuw. Dit gebouw, dat de vrede moest symboliseren in de 'wereldstad voor de vrede' Den Haag, zou er nooit mogen komen. De jury die de winnaar van de prijsvraag voor het ontwerp van het Vredespaleis, een zekere Louis-Marie Cordonnier uit het Noord-Franse Rijssel (Lille) had gekozen, had zijn werk niet goed gedaan.

Het is goed om er nog eens aan te herinneren in een jaar van festiviteiten rondom het Haagse Vredespaleis, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Carnegie-Stichting (opgericht op 6 juni 1904).

Ook het Britse jurylid, de fameuze Victoriaanse architect Th. E. Collcutt kon achteraf zijn woede niet meer onderdrukken over de keuze waaraan hij zelf had meegewerkt. Hij zei bij zijn aanvaarding van het voorzitterschap van het Royal Institute of British Architects op 5 november 1906 dat het werk van de jury een disastrous failure, een rampzalige mislukking was geweest.

Maar het kwaad was al geschied. Tegen alle kritieken en adviezen in, ook van vooraanstaande Nederlandse architecten als Berlage, werd het Vredespaleis, dat als twee druppels leek op het stadhuis van het Noord-Franse Duinkerken (van diezelfde Cordonnier) toch gebouwd. En nog wel op een plek - zo meenden vele critici - die te weinig uitstraling had voor een wereldpaleis van de vrede, waar recht zou worden gesproken over internationale geschillen.

Berlage en een zevental andere bekende architecten stelden de Carnegie-Stichting verantwoordelijk voor alle misstappen, tekenden officieel protest aan, vroegen de Tweede Kamer de bouw van dit paleis van Cordonnier te voorkomen. Is het mogelijk, vroegen zij, het Vredespaleis te bouwen ,,in een omgeving zijner waardig, maar dat bovendien dat monument de uiting zij van de grootsche idée waaraan het is gewijd.'' De Kamer zou er voor moeten zorgen dat ,,moreele voldoening worde gegeven aan den architektenstand, wiens rechten, door het verloop der prijsvraag, zijn gekort''.

De architecten besloten tot het protest, nadat eerder een rechtzaak tegen de Carnegie-Stichting weinig had uitgericht, ook in hoger beroep niet. De architecten hadden het Vredepaleis liever op het Malieveld bij het Haagsche Bos, of bovenop een duin (de Mussenberg, bij Meijendel) gezien. De entourage miste een monumentale sfeer, paste niet bij een gebouw van een dergelijk statuur. Bij de prijsvraag was er sprake geweest van vooringenomenheid. En uit het eindrapport over de winnaars bleek ofwel een zeer gebrekkig inzicht ofwel totale desinteresse van de kant van de jury, meenden Berlage en de zijnen.

De jury hield zich niet aan de zelf opgestelde eisen en bij het bepalen van de eerste prijs sloeg zij stilistisch de plank volledig mis. Het ontwerp van de Fransman Cordonnier, een bouwmeester die alleen had gebouwd in het noorden van Frankrijk, was volgens de architecten allerminst waardig en gedistingeerd, zoals de eis was. Het vertoon van overbodige koepeltjes en torens was niet meer dan een ijdele aanmatiging. En technisch gezien was er heel wat mis met het gebouw van Cordonnier.

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat de Carnegie-Stichting besloot tot de oprichting van het Vredespaleis, een gebouw waar het Permanente Hof van Arbitrage gevestigd zou worden. Den Haag, regeringsstad van het toen neutrale Nederland, stond in die tijd bekend als een vredesstad. Op verzoek van tsaar Nicolaas II was er in 1899 de Eerste Wereldvredeconferentie gehouden in Huis ten Bosch, tijdelijk beschikbaar gesteld door koningin Wilhelmina. Daar werd besloten tot de oprichting van dit Permanente Hof van Arbitrage, een hof dat conflicten tussen landen moest proberen op te lossen om oorlogen te voorkomen. Het hof heeft sindsdien menigmaal zijn diensten bewezen, wijdt zich deze maand bijvoorbeeld aan het conflict tussen Israël en Palestijnen over de Muur.

De puissant rijke Amerikaan Andrew Carnegie voelde veel voor het idee om een vredestempel in Den Haag te bouwen en stelde een bedrag van 1,5 miljoen dollar beschikbaar, een gigantisch bedrag in die tijd. In 1904 werd de Carnegie Stichting opgericht, die op zoek ging naar een geschikte locatie en tevens een internationale prijsvraag uitschreef. 216 architecten stuurden hun plannen in, vergezeld van meer dan 3000 tekeningen.

Niemand in Den Haag voelde er destijds voor om zijn ruimte vrij te geven om de tekeningen tentoon te stellen. De schilder Hendrik Willem Mesdag, voorzitter van de Pulchri Studio, was woedend dat hij vanuit zijn achterraam zou uitkijken op de vredestempel en weigerde zijn ruimte ter beschikking te stellen. (Hij zou zich wellicht in zijn graf omdraaien als hij wist dat er op dit moment een tentoonstelling over het Vredespaleis is in zijn huis aan de Laan van Meerdervoort, waar verschillende andere ontwerpen te zien zijn). De toen nog jonge koningin Wilhelmina bood daarop hulp en stelde haar Paleis Kneuterdijk open voor de expositie.

De jury vond geen van de ingediende 216 ontwerpen geschikt. Ook het werk van Cordonnier niet, omdat hij er niet in was geslaagd 'de twee delen van het gebouw tot een eenheid te smeden'. Cordonnier had in 1885 al een eerste prijs gewonnen in een wedstrijd voor de Beurs in Amsterdam. Zijn ontwerp werd niet uitgevoerd, het plan van Berlage werd uiteindelijk beter geacht. Het ontwerp voor het Haagse Vredespaleis was in feite een replica van het stadhuis in Duinkerken.

Het bestuur van de Carnegie-Stichting ging in die tijd een kijkje nemen in het Noord-Franse Duinkerken en voelde zich behoorlijk bij de neus genomen toen het daar rondliep. Zij zagen daar een stadhuis met een volslagen gebrek aan stijl en smaak, zowel aan de binnen- en buitenkant. (Het is in 1940 afgebrand. De klokketorens en de balkons waren hetzelfde als het Haagse ontwerp.)

Maar, zo meende de stichting, er moest toch een knoop worden doorgehakt, andere ontwerpen waren evenmin geschikt, de tijd ging dringen en er mocht geen financieel risico worden genomen. Het bestuur ging dus toch in zee met eerste prijswinnaar L.M. Cordonnier. In 1907 werd met de bouw begonnen, Cordonnier moest veel concessies doen aan de Nederlandse bouwers. En uiteindelijk, in augustus 1913 na een lang en moeizaam bouwproces met vele tussentijdse onderhandelingen met de Franse prijswinnaar, kon het Vredespaleis worden geopend. Tot op heden is het nog een raadsel waarom de jury eigenlijk voor deze Cordonnier koos, met zijn gebouw met een mengeling van neo-gothiek en neo-barok, een paleis dat doet denken aan een bouwsel uit Disneyland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden