En toen ... ging Luns warempel even om

Joseph Luns bestierde van 1952 tot 1971 onafgebroken als minister de Nederlandse buitenlandse politiek. Hij was een meester in het soms onverholen tonen van zijn minachting voor het parlementair bedrijf (misschien behoorde hij daarom tot één van de populairste Nederlandse politici van zijn tijd). Hij was nogal conservatief en als in de buitenlandse pers zijn naam werd genoemd, werd die menigmaal met het begrip koppig verbonden.

Jan Kuijk

Het wordt tijd om, met uitzondering van het op zijn naam staande jaarrecord, dit beeld enigszins te herzien. Luns had vaste overtuigingen, maar - net als in 1962 op het punt van de status van Nieuw-Guinea - hij toonde zich in 1968 eventjes een gewiekst diplomaat toen het om het Nederlands beleid ten aanzien van de Amerika en Vietnam ging. Dat is in elk geval de voorzichtige conclusie die te trekken is uit de beschouwing 'De Nederlandse regering en de Amerikaanse interventie in Vietnam, 1965-1973' van Rimko van der Maar in het laatste nummer van het Tijdschrift voor geschiedenis. Van der Maar verricht aan de Utrechtse universiteit een promotieonderzoek over de kwestie-Vietnam in de Nederlandse politiek.

Van het begin van de Amerikaanse betrokkenheid met het Vietnamconflict af hadden de Nederlandse kabinetten gekozen voor een Atlantische koers. In het kabinet-Cals (1965-1966) hadden weliswaar enkele PvdAministers hun twijfels, maar die golden vooral de door Amerika gehanteerde strijdmethoden, niet het nagestreefde doel. Ook een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer steunde deze politiek, al werden in die tijd de eerste buitenparlementaire (soms gewelddadige) acties gevoerd en werden de bezwaren steeds duidelijker verwoord: dat Amerika de Zuid-Vietnamese bevolking opofferde voor eigen strategische belangen en het Zuid-Vietnamese bewind corrupt en autoritair was. Ook drongen de eerste kritische geluiden uit Amerika door en begonnen de Nederlandse kranten vragen te stellen. Trouw bijvoorbeeld op 11 mei 1966: 'Wie vrienden en wie vijanden zijn, wie bondgenoten en wie niet, is een groot raadsel. (....) We mogen, zo wordt gezegd, geen wantrouwen hebben in de Amerikaanse bedoelingen. Maar wat is hier eigenlijk nog te bedoelen?'

Aan Luns was dit alles niet besteed. Een door 60 000 Nederlanders ondertekend verzoek aan de Tweede Kamer om een speciaal debat over Vietnam te houden ('dat zou zeker worden opgemerkt door de VS') ontlokte Luns het commentaar dat ,,het een niet passende procedure zou zijn om door een aantal handtekeningen, van wie dan ook, de volksvertegenwoordiging tot een standpunt te brengen”.

In 'de nacht van Schmelzer' (13 op 14 oktober 1966) viel het kabinet-Cals, dat na de verkiezingen van februari 1967 werd opgevolgd door het kabinet-De Jong, waardoor de PvdA in de oppositie kwam en binnen het kabinet de neuzen weer in dezelfde richting stonden. Maar in de Tweede Kamer werd het langzamerhand toch wat anders. De steeds luider wordende protesten van buiten drongen door en in augustus van dat jaar werd er voor het eerst een kamerdebat gevoerd over Vietnam. Daar tekende zich een meerderheid af voor een motie van de KVP'er Schuijt, waarin de regering werd gevraagd in Washington stopzetting van de acties in Vietnam te bepleiten. Voorzichtiger formulering was haast niet mogelijk. Toch wilde De Jong geen gehoor geven aan de motie, hoewel hij inzag dat het niet uitvoeren de val van het kabinet betekende. Daarom zou Luns in de Kamer verklaren dat de regering de motie niet zou uitvoeren, maar deze wel als de mening van de Tweede Kamer naar de Amerikaanse regering zou doorgeven.

De kou was een ogenblik van de lucht, maar de motie-Schuijt was een lang leven beschoren. In februari 1968 wilde de Kamer wel eens weten hoe het ermee stond. Al bij voorbaat had Luns de scherpe kantjes van het debat afgehaald door de KVP-en AR-fractie vertrouwelijk te vertellen dat hij in het geheim de Amerikaanse regering had gevraagd de bombardementen te stoppen. Toch moest Luns een nieuwe motie slikken, nu van de PvdA'er Van der Stoel. Daarin werd de regering gevraagd bij alle partijen aan te dringen op onderhandelingen en zelfbeschikking voor het Vietnamese volk.

Toen ging Luns om. Met verbazing werd in Washington geconstateerd dat de Nederlandse regering met 'verrassende extremiteit' de motie uitvoerde door 'bijna elke Europese hoofdstad te benaderen voor een niet duidelijk omschreven plan ter bevordering van de vrede'. Tot Nederland is die stap van Luns nooit doorgedrongen, want Luns stopte met zijn (niet zo voorspoedig verlopende) actie toen de Amerikaanse president Johnson op 31 maart 1968 een stop van de bombardementen op Noord-Vietnam afkondigde.

Ondanks deze actie kon Luns in Amerikaanse ogen kennelijk geen kwaad doen, want in oktober 1971 werd hij benoemd tot secretarisgeneraal van de Navo. Zo'n baan krijg je alleen maar als je lief bent geweest voor Amerika.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden