En toen & #133; werd Bonifatius bij Dokkum vermoord

Volgende week is het 1250 jaar geleden: op 5 juni 754, 'bij de plaats die Dokkum wordt genoemd': stond de 82-jarige angelsaksische aartsbisschop Wynfreth (Wynfrith) alias Bonifatius, samen met 52 gezellen te wachten op de komst van Friese dopelingen die uit zijn handen het vormsel zouden ontvangen. In plaats daarvan verscheen er een groep 'heidense' Friezen die het gezelschap aanviel en velen afslachtte, inclusief de kerkvorst.Een golf van ontzetting trok door de westerse wereld, vergelijkbaar met de emoties die in onze tijd de moord op aartsbisschop Romero van San Salvador teweegbracht.

Zes jaar later was er reeds een 'biografie', geschreven door de benedictijner monnik Willibald in opdracht van aartsbisschop Lullus, opvolger van Bonifatius als hoofd van het aartsdiocees Mainz. Al had hij ooggetuigen bevraagd, Willibald was, conform zijn tijd, toch meer geïnteresseerd in een devoot verhaal dan in een historisch kloppend verslag. En dus maakte hij van de moord op de al snel heilig verklaarde Bonifatius een gloedvolle hagiografie:

,,(...) Zodra hij het aanstormen van de tierende massa gewaar wordt, verzamelt de man Gods meteen zijn schare geestelijken om zich heen, neemt de relikwieën van de heiligen die hij steeds bij zich placht te hebben (...) en verbiedt de wapenknechten (zijn lijfwacht, red.) verder te vechten, met de woorden: 'Laat af, mannen, van de strijd, houd op met oorlog voeren, want het ware getuigenis van de Heilige Schrift leert ons, niet kwaad met kwaad te vergelden, maar kwaad met goed. Nu is de dag waarop wij zo lang hebben gehoopt aangebroken, en daarmee naakt de vrijwillig gekozen tijd van onze ontbinding. (...)' En tot de priesters die in de buurt stonden, tot de diakenen en de mannen die de lagere wijdingen hadden ontvangen sprak hij de vaderlijk vermanende woorden: 'Weest goeden moeds, en vreest niet hen die het lichaam doden, maar de ziel die eeuwig zal leven, niet kunnen verwoesten. (...)' Terwijl hij met dergelijke aansporingen zijn leerlingen aanzette tot de martelaarskroon, stortte de hele woedende menigte heidenen zich met zwaarden en volle wapenrusting over hen heen en hieuw hun lichamen neer in heilbrengende moord.”

Daarna plunderden de overvallers het kampement en roofden er alle bezittingen. Ook de in de buurt afgemeerde schepen waarmee het vrome gezelschap naar Friesland was gekomen, werden doorzocht en alle proviand en de (mis)wijn meegenomen. Het Frankische gezag sloeg bikkelhard terug. Men ondernam een strafexpeditie waarbij het merendeel van de moordenaars over de kling werd gejaagd. En, zo besluit het verhaal tevreden:,,De christenen keerden met de buitgemaakte vrouwen, kinderen en dienstmaagden van de afgodendienaars naar huis terug.”

In onze dagen kijkt men nuchterder tegen de moord op Bonifatius aan. Eigen schuld dikke bult, luidt kort samengevat het oordeel van Paul Noomen, als historicus verbonden aan de Fryske Akademy in Leeuwarden. ,,De man kwam ineens, pats boem, naar Noord-Friesland, zonder dat we de indruk krijgen dat hij vooraf contact had opgenomen met de plaatselijke machthebbers. Geen wonder dat hij werd doodgeslagen. Men zag de hoogbejaarde aartsbisschop en zijn gezellen als handlangers van het Frankisch imperialisme.”

Overigens verschillen de meningen van de hedendaagse experts over de reden waarom de aartsbisschop op zijn oude dag alle schepen in Mainz achter zich verbrandde – hij benoemde Lullus tot zijn opvolger – en een uitputtende tocht naar het huidige Friesland ondernam om er als missionaris te gaan werken. Volgens Daniela Müller, hoogleraar kerk-en dogmageschiedenis aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, laten de bronnen doorschemeren dat hij naar het noorden kwam met het vooropgezette doel de marteldood te sterven. ,,Hij vond dat zijn levenswerk – het hervormen van de Frankische kerk – was mislukt en dat hij daardoor zijn hemelse opdracht niet had vervuld. Gezien de religieuze instelling van Bonifatius is het vermoeden verdedigbaar dat hij dacht: 'Nu ik als hervormer mislukt ben kan ik beter als martelaar sterven'.”

Auke Jelsma, auteur van de biografie 'Bonifatius, zijn leven, zijn invloed', (2003) is het met Müllers visie oneens. De emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen wijst op een tweede vita (levensverhaal) van Bonifatius, geschreven door een andere monnik, Willehad, die, twaalf jaar na de slachting, bij Dokkum missioneerde. Hij voert een stokoude vrouwelijke ooggetuige op die beschrijft hoe de aartsbisschop een boek boven zijn hoofd hield, in een vergeefse poging de zwaardhouwen van zijn moordenaars af te weren. Als dit verhaal klopt, en Jelsma is geneigd dat te geloven omdat het indruist tegen de gebruikelijke hagiografische teksten, dan bewijst het dat Bonifatius helemaal niet dood wilde, maar juist een gezonde overlevingsdrang bezat. Anderen vragen zich echter af of de vrouw wel ooit heeft bestaan.

Ook al is dit wel het geval dan blijft

onduidelijk of de Codex Ragyndrudis, een vroeg-middeleeuws theologieboek met (door een zwaard toegebrachte?) scheuren aan boven-en onderkant, zoals beweerd, het desbetreffende werk is.

Volgens professor Müller zou de moord op Bonifatius wel eens een blessing in disguise kunnen zijn geweest.

,,Zijn dood gaf de Franken een goed motief in handen om de rebelse Friezen definitief te onderwerpen.”

Hans Mol, bijzonder hoogleraar geschiedenis-van-de-Friese-landen aan de Universiteit Leiden, ziet dat anders. Hij wijst op het feit dat de Frankische koning Pippijn III zich op 5 juni 754 met een groot leger in Italië bevond om de paus te helpen tegen de oprukkende Longobarden. De vorst kon daarom volgens Mol geen troepen vrijmaken voor ook nog een uitgebreide veldtocht tegen de Friezen en beperkte zich tot een kleine strafexpeditie. En de historicus Marco Mostert van de Utrechtse universiteit beschrijft in zijn studie '754: Bonifatius bij Dokkum vermoord' (1999), hoe de Friezen pas in de dertiende eeuw, na tal van opstanden, definitief deel van het (Duits) Frankische rijk gingen uitmaken. De moord op Bonifatius c.s. was slechts een episode in een lange ontwikkeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden