En toch loopt het steeds weer fout

Hulpverleningsdossiers reizen vaak langs veel verschillende instanties, zonder dat iemand een knoop doorhakt. (FOTO ARIE KIEVIT, HOLLANDSE HOOGTE )Beeld arie kievit/Hollandse Hoogte

De hulpverlening mist samenhang en slagkracht. Dat zegt het Haagse raadslid Wil Vonk (CDA) naar aanleiding van het drama rond ’Suat’, een meisje dat op haar dertiende trouwde en nu verdwenen is. Haar advies aan hulpverleners: „Blijf bellen tot er een oplossing is”.

Hoe kon het dat er in Den Haag een meisje van dertien tegen haar wil ’trouwde’ met een man van 24? Wil Vonk, Haags raadslid voor het CDA, breekt er haar hoofd over. „We hebben in Nederland alle soorten van hulpverlening, maar die werkt niet”, zegt ze. Trouw berichtte op 14 oktober over de zaak (zie kader), in de Haagse gemeenteraad wordt er vandaag over gesproken.

Bijna vijf jaar lang was of werd het verhaal van het meisje – het is niet haar echte naam, maar ze wordt ’Suat’ genoemd – bekend bij allerlei instanties: de school, Bureau Jeugdzorg, de Advies- en meldkamer kindermishandeling (AMK), de politie, zonder dat iemand haar redde. Met als resultaat dat het meisje afgelopen maart vermoedelijk naar haar herkomstland is vertrokken. Met als reële mogelijkheid dat ze daar is vermoord.

Sinds het verhaal in Trouw zijn er Kamervragen gesteld, en in de wandelgangen van de Haagse raad en het maatschappelijk werk woeden discussies. Maar gebeurt er concreet iets? Vonk, somber: „Zie ik de wethouder jeugdzaken bewegen? Nee. Nemen we het serieus? Nee. Gaan we de barricaden op? Nee.”

„Ik weet niet hoeveel andere Suats er zijn in Den Haag”, bekent ze. Voor Den Haag kun je elke andere migrantenstad invullen. Welke kennis is er wel en welke niet? En als er kennis is, bij wie dan? En als die kennis niet breed doordringt, hoe komt dat dan?

Ruim veertig jaar na het begin van de immigratie en zo’n dertig jaar na de eerste gezinsherenigingen zijn er nog geen echte antwoorden op die vragen. Wat Wil Vonk, na zeven jaar raadslidmaatschap, evenmin weet: hoeveel migrantenmeisjes na de zomervakantie niet zijn teruggekeerd naar hun school in Nederland, doordat ze zijn uitgehuwelijkt.

Er is gebrek aan informatie, samenhang en slagkracht. Toch heeft Vonk een advies voor elke hulpverlener, hoog of laag, die een urgente noodtoestand tegenkomt als die van Suat: „Pak de telefoon. Er staat niet de doodstraf op het bellen van een wethouder. En blijf bellen tot er een oplossing is.” Die oplossing hoeft van haar niet aan de kleinste lettertjes van de regels te voldoen. „Er komt nooit een sluitend netwerk”, zegt ze. „Maar het kan beter dan nu.”

Ze bewondert maatschappelijk werker Celal Altuntas, die Jeugdzorg in november 2008 afraadde om Suat terug te laten gaan naar haar ouders. Jeugdzorg sloeg dat advies in de wind, waarna Altuntas tenslotte de krant inlichtte. Vonk: „De eerste reactie tegen Altuntas was: dat kan niet. Je moet de bureaucratische wegen bewandelen. Je ziet dat beeld nu kantelen.” Mocht hij wel de vertrouwelijkheid van het Kernteam Eergerelatieerd Geweld (KEG) schenden? Vonk: „Dat heeft hij toch niet zomaar gedaan?”

Ze is geschrokken van de GGD. Een functionaris van die organisatie weigerde Trouw informatie te geven over Suat en zei: „Ik wil geen gelazer.” Vonk: „Wat bedoel je met gelazer? Gaat je kop er soms af? Krijg je geen bevordering?”

Vandaag houdt ze in de Haagse raad een spoedinterpellatie over Suat. Niet iedereen is daar blij mee. David Rietveld, prominent Haags GroenLinks-lid, schreef op Vonks website dat de zaak Suat natuurlijk tragisch was. Maar hij zou het toch ’erg gek en ongepast’ vinden als Vonk mondelinge vragen ging stellen. Vonk is wel meer gewend van GroenLinks: „Als je het met ze over genitale verminking van vrouwen hebt, dan zeggen ze dat we de mensen moeten ’verleiden’ om dat niet te doen.”

Ze vindt dat veel mensen, vooral in ’progressieve partijen’, zijn blijven steken in de jaren tachtig. Niet iedereen in die partijen reageert overigens als Rietveld. GroenLinks-raadslid Bircan Bozbey wil precieze uitleg over de zaak Suat en PvdA-raadslid Saskia Mulder heeft vragen gesteld in het stadsgewest Haaglanden over de rol van Jeugdzorg.

Zelf probeert Vonk vastroesten te voorkomen door via directe contacten met burgers te ontdekken wat er speelt. Over eerwraak praat ze met mannen en vrouwen uit de migrantengemeenschappen. Roddel in theehuizen (’Ik zag je dochter gisteren lopen’) kan eerwraak uitlokken. „Jullie kunnen beter roddelen dan vrouwen”, zei Vonk tegen theedrinkende mannen.

Maar ook migrantenvrouwen pakt ze aan. Ze vreest dat hun emancipatie, als de mannen er niet bij worden betrokken, het gevaar voor eerwraak kan vergroten. De spanningen binnen gezinnen zullen dan toenemen.

Ze denkt aan de jaren zeventig: „Vrouwen liepen toen in tuinbroeken en zetten zich af tegen mannen. Een migrantenvrouw zei laatst tegen me: ’Ik ben geëmancipeerd. Als mijn man thuiskomt, zet ik geen thee voor hem’. Ik zei: ’Jij bent niet geëmancipeerd, jij bent vervelend’.” In theehuizen zingt ze bij mannen de lof van emancipatie, hoe leuk het ook voor hen is als de vrouw salaris krijgt.

Met haar interpellatie beoogt ze niet om extra informatie over Suat te krijgen. Burgemeester Van Aartsen weigert te praten over Suat zolang er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de ’bruidegom’. Vonk steunt die opstelling. Wel wil ze, naar aanleiding van Suat, praten over hulpverlening. Ze wil vooral de wethouder jeugdzaken, Sander Dekker (VVD) ’opporren’.

Er zijn minstens drie wethouders, die zich het drama Suat kunnen aantrekken. Wethouder Dekker (VVD) beheert jeugdzaken en onderwijs. Wethouder Van Alphen (GroenLinks) doet emancipatie en Baldewsing (PvdA) integratie. En de burgemeester gaat over de politie, ook een hoofdrolspeler in het drama Suat.

En het is nog ingewikkelder, want Van Alphen, die ook eerwraak ’doet’, is coördinerend wethouder. Dekker heeft ’jeugd-interventieteams’, maar krijgt het geld daarvoor van Van Alphen.

Aan verwarring valt ook een burger ten prooi, die moet kiezen uit allerlei hulpverlening, zoals het zorgteam op school, de centra jeugd en gezin, het consultatiebureau, de huisarts, de politie of de GGD. Vonk roept visioenen op van dossiers, die langs al die verschillende instanties reizen, zonder dat iemand een beslissing neemt. Er zijn ’coördinatoren’, maar die mogen geen knoop doorhakken.

„Iedereen heeft zijn eigen belangen”, zegt Vonk. „Alles hangt van subsidies aan elkaar. Hulpverlening is een markt. Wat we nodig hebben zijn onafhankelijke, professionele beslissers.”

Ze noemt de Haagse hulpverleners ’parels’. Maar ze vormen geen snoer. Een andere vergelijking, uit het voetbal: een massieve verdediging van bijvoorbeeld vijf spelers, die niet ingrijpen maar naar elkaar kijken, terwijl de bal het doel in zeilt.

Ze ziet paralellen tussen Suat en een ander drama in Den Haag, in de Hindostaanse gemeenschap, waarbij een man zijn vrouw vermoordde en daarna zijn twee kinderen. Ook daar waren allerlei hulpverleners op de hoogte, maar net als bij Suat had niemand ’slagkracht’. „Iedereen had de beste intenties. Bureau Jeugdzorg, Blijf van mijn lijf, de huisarts en al die anderen. Allemaal lieve, zorgzame mensen en toch loopt het fout.” Net als met Suat.

(Trouw)Beeld arie kievit/Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden