En toch geen spijt van aangifte tegen Wilders

Dat de PVV van Wilders garen spint bij de rechtszaak over zijn uitspraken, doet er niet toe. De rechtszaak moet er in elk geval komen.

Nederland is na de laatste peiling van Maurice de Hond danig in paniek: de PVV is misschien wel de grootste partij! De verklaringen voor deze spectaculaire stijging van de PVV liggen volgens de commentatoren voor het oprapen. Velen wijzen naar de strafzaak tegen Geert Wilders, wegens zijn uitlatingen over de islam.

Ik was een van degenen die aangifte deden, op persoonlijke titel, wegens het aanzetten tot haat en discriminatie, na Wilders’ oproep de Koran te verbieden. Het hof bepaalde eind januari dat het Openbaar Ministerie eerder ten onrechte had besloten om Wilders niet te vervolgen.

Spijt heb ik niet. Wilders mag er door de strafzaak wat virtuele stemmen en zetels bij hebben gekregen (het is maar een peiling, geen verkiezingsuitslag), toch is dit geen reden zo boos te zijn over de zaak tegen hem waarvoor ik en anderen hebben gepleit. Dat het onderzoek door het OM er nu komt is goed, ondanks het electorale gewin van de PVV.

Wie verstandig is, laat zich niet uit het veld slaan door de peiling van Maurice de Hond. Je ziet dat bij verschillende politieke partijen echter wel gebeuren. Tot mijn verbijstering las ik in verschillende politieke commentaren dat het een schande is, dat in strafrechtelijke zin tegen Wilders wordt opgetreden. Het zou niet aan de strafrechter, maar aan de politiek zijn om te debatteren over de vraag of, en zo ja waar, er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting moeten worden gesteld. Ik zou zo zeggen: doe dat dan ook!

Op een enkele uitzondering na, hebben alle partijen in de Kamer het onderwerp behoorlijk links laten liggen. De Honds Peil.nl kan dan wel zeggen dat de PVV de grootste partij is, als uit hetzelfde onderzoek naar voren komt dat 18 procent van de kiezers nu op de PVV zouden stemmen, dan is ook waar dat 82 procent dat niet doet. Dat is bemoedigend.

Feit is dat parlementariërs wanneer zij binnen de politieke arena optreden, een hoge mate van vrijheid van meningsuiting toekomt. Dit is echter niet een absoluut recht in de zin dat alles wat aan uitingen wordt gedaan buiten het parlement kan rekenen op bescherming, en dit geldt ook voor de burger.

In het bijzonder geldt voor volksvertegenwoordigers, het woord zegt het al, de bijzondere zorgplicht te waken voor de rechten van alle burgers en niet alleen voor hen die op hem hebben gestemd.

Wás het maar zo dat Wilders beoogt een bijdrage te leveren aan een maatschappelijk debat. Het tegendeel is waar. Hij gaat de discussie over het ’vrije woord ’, zijn uitspraken en film, niet aan met zijn medelanders. Waarom voert hij liever de discussie binnen de parlementen van omringende landen? Actualiteitenrubrieken bieden hem vergeefs met regelmaat een podium. Wilders wil alleen van camera’s gebruik maken als hij zijn boodschap kan verkondigen. Zie zijn vergeefse ’soapreis’ naar Engeland. Zodra hij in debat moet geeft hij niet thuis.

Bij het debat in Nederland, lijkt het fenomeen ’vrijheid van meningsuiting’ te zijn gegijzeld door lieden die deze vrijheid alleen voor zichzelf als onvervreemdbaar recht zien.

Juist een volksvertegenwoordiger dient zich iets aan te trekken van de proportionaliteit van zijn uitingen en van het belang dat iedere burger heeft bij een vreedzame samenleving. Het is ongepast zoveel angst aan te jagen dat deze door alle geledingen in de maatschappij heen gevoeld wordt.

Uitingen als „sluit de grenzen voor moslimimmigranten”, „verbied de Koran” verdienen het te worden ingeperkt. Dat geldt echter ook voor aanmoedigingen om homoseksuelen van flatgebouwen af te gooien. Dergelijke uitingen zetten immers evenzeer aan tot haat jegens een groep.

Het is duidelijk dat het debat over de vrije meningsuiting niet zozeer meer gaat over ’Wilders en de moslims’. Veel mensen hebben het gevoel dat zij niets meer mogen zeggen, ten onrechte. Dit gevoel wordt door Wilders aangejaagd, niet om de vrije meningsuiting te dienen maar uit electoraal gewin en om de kiezers op zijn hand te krijgen.

Er zijn grenzen, zo onderkent ook de advocaat-generaal in zijn advies aan de Hoge Raad, die dinsdag in een uitspraak het beledigen van een godsdienst als toelaatbaar achtte. Hij merkt ’geheel terzijde’ op dat de uitlatingen van Wilders over de islam hem ernstiger voorkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden