En toch dat lege gevoel naderhand

Mijn rust is heen, mijn hart is zwaar. Hij drijft me mijn huis uit, ik ben op zoek naar zin. En daarin ben ik wel alleen, maar niet de enige. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft bevestigd dat hordes met mij een ware exodus zijn begonnen. Een uittocht waarvan ik de herkomst niet goed in het vizier heb, laat staan dat ik weet waar mijn bestemming ligt. Toch voelt het prettig, die legitimatie aan mijn rusteloze zoeken. De WRR heeft zelfs aanbevolen om zingeving te faciliteren. Wonderlijk, hoe de raad begrijpt wat zin is, terwijl ik daaromtrent volslagen in het duister tast. Wat die zin werkelijk te betekenen heeft, dat blijft onderbelicht.

Als de WRR meent dat zoiets gefaciliteerd kan worden, dan zou ik haast denken dat ik zin kan maken. En inderdaad, er is allerwegen zin in de aanbieding. Maar we moeten oppassen. Hier komen we op glad ijs. Voor je het weet, beland je in het circuit van de spiritualiteit.

Op zichzelf is daar niet echt veel mis mee: waar de psychologie ons ego herstelt van ieder mankement, bekommert de spiritualiteit zich om ons zielenheil. Vanuit dat oogpunt kun je rustig zeggen dat onze ziel in nood verkeert. Dat hebben marketingstrategen haarscherp aangevoeld. Hoe anders te verklaren dat het verleidelijk glossy uitgevoerde Happinez buitengewoon succesvol is. Dit tijdschrift is slechts een van de vele die hoge ogen gooien. En wat te denken van de jungle van symposia, opleidingen, stoomcursussen en begeleidingstrajecten die zicht beloven op een zinvol bestaan? Gebruik het woord spiritualiteit, en het zal storm lopen. De markt was de overheid voor.

Helemaal bevredigend is dat kennelijk niet, anders zou bestuurlijk Nederland zich niet zo bezorgd tonen over de hordes die op tilt zijn geslagen vanwege een vooralsnog ongeneeslijk tekort in hun bestaan. Terwijl bestuurlijk Nederland – ik kan het niet nalaten te zeggen – juist zo geïnteresseerd is in de eigen verantwoordelijkheid die een verstandshuwelijk met de markt moet aangaan. En ja, de exploitatie van het domein spiritualiteit moge dan lucratief zijn, het heeft mijn ziel in elk geval niet tot bedaren gebracht. Dat komt mede doordat al die initiatieven zich niet zozeer richten op de ziel, maar veeleer op het individuele (lees: solo-)bestaan. Steeds is er sprake van hoe de mens zichzelf centraal moet stellen, hoe hij de grenzen van zijn innerlijk moet bewaken, hoe hij voluit tot ontplooiing moet komen. Maak contact met je diepste zelf en je hebt voeling met de kosmos. Want, zo luidt de mantra: je mag er zijn. Mogen? Het lijkt wel alsof ik er móét zijn.

De vraag blijft pijnlijk en prangend: wat drijft de Nederlander naar al die workshops die verlossing beloven? Hoe komt het dat ik na zo’n weekend waarin ik mijn innerlijke stem tot spreken heb gebracht, op maandagochtend met een zwaar gemoed aan de ontbijttafel zit? De dag ervoor was het nog een en al saamhorigheid met lotgenoten die evenzo op zoek waren. Er was druk sms-verkeer, riemen werden her en der onder harten gestoken, het cadeautje was uitgepakt. En dan toch dat lege gevoel naderhand. Geen waar voor mijn geld.

Er bestaat grote verwarring over zinvolheid en geluk. Die twee begrippen lijken één op één te bestaan. Maar we hebben al gelukzoekers. Die term hebben we gereserveerd voor buitenlanders die in onze lage landen geld, veel geld, willen verdienen. Dat mag niet meer, maar een ongelukkige term blijft het. Want zo worden geld en geluk aan elkaar gelijkgesteld. Dat geld juist niet gelukkig maakt, beseffen zinzoekers heel goed. De meeste zinzoekers kunnen zichzelf materieel bedruipen en zij zijn vaak ook nog hoog opgeleid. Het is juist de harde materie die hun bestaan niet kan vervullen. Over de armlastigen in de Nederlandse samenleving hebben we het hier even niet. Daar tref je hoogstens gelatenheid: het zal mijn tijd wel duren. Wie kan het ze kwalijk nemen?

Misschien heeft de onbestendigheid die we dagelijks ervaren – files en omleidingen, het onverwachte weer, ontregelende politieke omstandigheden – er ook wel toe geleid dat we massaal op zoek zijn naar zin waaraan we ons kunnen vastklampen. Zin die we naar eigen hand kunnen zetten. Maar een zinvol bestaan is geen garantie voor geluk. Althans, niet zoals we die in aanlokkelijke beelden krijgen voorgeschoteld: Spray more, get more. Daarbij laat zin zich nu juist niet inkapselen in een hanteerbaar begrip, waarbij je bij wijze van spreken een gebruiksaanwijzing krijgt aangeleverd.

Het is als met het uitpakken van een cadeautje: net niet wat ik ervan verwacht had. Daar ben ik dan: moederziel alleen in contact met de oorverdovende stilte van de kosmos. Ik, deze mens, moet zelf tot spreken komen. Ik word aangemaand zelf de zin van het bestaan ontsluiten. Het is de achterkant van mijn autonome, soevereine bestaan. De bevrijding van externe ge- en verboden, heeft mij mondig gemaakt tegen de heersende machten van weleer, de verstikkende kerk en staat. En al beschik ik niet over de X-factor, het gaat er, spiritueel gesproken, uiteindelijk niet om wat ik ben, maar wie ik ben. Maar wie ben ik eigenlijk? Hoe ontdek ik dat?

Ik ken mensen die met overrompelende stelligheid beweren dat het bestaan zinloos is. Er gaat altijd een soort zelfgenoegzaamheid uit van hun woorden. De boodschap is duidelijk: waar maak je je druk om? Pluk de dag, leef het leven. Geniet in het eeuwigdurende hier en nu. Voor je het weet verdwijnt het genot spoorloos in de afgronden van het niets. Dat ademloze boek, dat eindeloze gesprek, die zalige vrijpartij – ze zijn daags erna over de rand van de ontbijttafel weggesijpeld. Over tot de orde van de dag. Wat anders heb ik in dit leven te verwachten dan het volgende genotvolle moment?

Wie nog iets van zin verwacht, hoe onbenoembaar dan ook, moet wel lijden aan een ongeneeslijke ziekte. Niet helemaal van deze tijd. Leven in verwachting verhoogt immers de kans op teleurstellingen. De psychotherapeut Victor Frankl, overlevende van Auschwitz, draait het onverstoorbaar om. Hoezo, zegt hij in zijn boek ’De zin van het bestaan’, heb jij iets van het leven te verwachten? Wat verwacht het leven van jou? Wat is de opgave en bestemming die het leven jou geeft? De dichterlijkheid van zijn woorden spreekt mij aan. Maar zij helpt mij niet de tekenen zo te verstaan dat mijn levensweg zich klip en klaar voor mijn ogen ontrolt. Mij ontbreekt het aan een TomTom die mij helpt het onnavolgbare verloop van mijn existentie te duiden.

Ach, ik weet het, de grote verhalen van het christendom, de Griekse filosofie en de Verlichting zouden zijn uitverteld. Wij leven in hun ruïnes. Misschien is het wel andersom en zijn wij geruïneerd. Ontdaan als we zijn van verhalen, structuren en kaders waarmee we ons leven kunnen betekenen en die ons als lampen kunnen dienen. Maar nu we die als ladders naar beneden hebben gehaald, moeten we ze in ons eigen innerlijk vinden. En dan merken we met terugwerkende kracht hoe ongehoord moeilijk het is om zin uit onszelf te putten. De bevrijding van autoritaire zingevingkaders heeft ons merkwaardigerwijs ook gedreven naar de woestijn. Niet eerder was ik zo bevrijd. En niet eerder zo geketend in de boeien van een vereenzaamd innerlijk en een dorstige ziel.

Wat ik anno 2007 krijg aangereikt zijn spiritueel geaarde hulpmiddelen die mijn autonomie, zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid willen zalven. Onbedoeld leggen ze het tegengestelde bloot: mijn solobestaan is onmachtig zichzelf te dragen, mijn ziel heeft niet genoeg aan die enkele existentie. Ik behoef een verhaal van waaruit ik de kronkelingen van mijn levensweg kan verstaan. Een vertelling die het zwijgen van de kosmos doorbreekt en mijn enkelingschap opheft. Waarin ik me kan verliezen om verkwikt, als een ander mens, boven te drijven. Zin? Betekenis? Ik heb zin een bad te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden