En opnieuw staan hun koffers klaar

Sam, Parshin en Ramila Pakkhoe vluchtten anderhalf jaar geleden naar Nederland. © Chris Keulen

Sam, Parshin en hun dochtertje lieten zich naar Nederland smokkelen omdat ze in Iran als bekeerde christen hun leven niet zeker zijn. Maar hier zijn ze niet welkom, blijkt nu. Teruggaan is geen optie. "Daar sturen ze je direct naar de gevangenis. En daarna schieten ze je dood."

'Volg ons." Nors kijken twee onbekende Koerdische mannen Sam Pakkhoe (33) en zijn vrouw Parshin (26) aan. De nacht valt; in het dorpje op de grens tussen Iran en Turkije is geen inwoner te bekennen. De kleine, dikke man die hen tot hier heeft gebracht, schudt Sam de hand en knikt met zijn hoofd naar de Koerdische mannen. "Volg hen. Zij brengen jullie naar de vrachtwagen."

Sam knikt, maar de man laat zijn hand niet los. Zijn vingers glijden naar de gouden huwelijksring. "Die is voor mij." Hij grijnst. "Net als je horloge. En je portemonnee. Voor de dag ermee. Vlug."

Er zit niets anders op. Ze zijn aan deze mensen overgeleverd. Drie weken geleden zaten ze nog rustig in hun huis in Shiraz, in het zuiden van Iran, waar Sam een bedrijf had in automontage. Tot het onheil toesloeg. Een van de twintig leden van hun huiskerk werd opgepakt, omdat hij zich had bekeerd tot het christendom. In de gevangenis werd hij gemarteld en noemde hij namen. Ook die van hen.

Een paar dagen later werden Sams ouders van hun bed gelicht. Zijn vader, een vrome moslim, had hem domweg niet willen geloven, toen Sam hem drie jaar eerder vertelde dat hij christen was geworden. Nu hoorde hij het ook van de politie en kon hij er niet meer omheen. Hij was woedend. Een kind dat zich afkeert van het ware geloof, zo luidt de ijzeren wet in islamitische landen, verloochent ook zijn ouders.

En in Iran kan bekering niet alleen verstoting uit je eigen familie tot gevolg hebben, maar ook uit de hele samenleving, middels de doodstraf.

Sam en Parshin doken onder, halsoverkop. Een neef van Sam, ook een christen, nam hen onder zijn hoede. Hij bracht hen naar een villa, op een geheime locatie, en wist alles binnen twee weken te regelen: de smokkelaar, de valse papieren, de reis naar Europa. Vijftienduizend euro kostte het. De neef legde geld bij. Behalve van hem hebben Sam en Parshin van niemand afscheid genomen.

Het is donker als ze de grens oversteken. Ze lopen achter de Koerdische mannen aan, die de geasfalteerde weg al snel links laten liggen. De bossen in, de bergen. Sam denkt: ze vermoorden ons, ze verkrachten mijn vrouw. Op zijn buik draagt hij Ramila, zijn dochter van twee. Ze slaapt. Het lichaampje klotst mee met zijn voetstappen. Hij legt zijn hand op haar hoofd.

Anderhalf jaar later bijt Ramila, in een fastfoodrestaurant nabij het asielzoekerscentrum van Heerlen, in een hamburger, terwijl Sam en Parshin hun verhaal vertellen. De lange, kale Sam oogt moe. Parshin heeft een vrolijke, levenslustige blik. Net als Ramila.

Ze hebben opnieuw hun koffers gepakt. De brief van de IND was ondubbelzinnig: hun verzoek om een verblijfsvergunning is geweigerd. Ze moeten weg, en wel onmiddellijk.

Maar waarheen?

Terug naar Iran, zeggen ze, is geen optie. "In Iran mag je niet van godsdienst veranderen", legt Sam uit. "En het regime is meedogenloos. Het is een land waar de angst regeert." Parshin knikt. Ze weet 'honderd procent zeker' wat er zal gebeuren bij aankomst in Iran. "Direct naar de gevangenis. En daarna" - haar ogen staan uitdrukkingsloos - "daarna schieten ze je dood."

Sam: "Wij willen alleen maar christen kunnen zijn in ons eigen land." Maar in hun evangelische kerk moest alles in het geniep gebeuren. "In Iran wordt alleen de Armeense kerk gedoogd. En daar mogen geen diensten in het Perzisch worden gehouden, enkel in het voor Iraniërs onbegrijpelijke Armeens. De politieke en geestelijke leiders van het land zijn bang dat mensen zich bekeren. Dat zou hun macht ondermijnen."

De IND was niet onder de indruk van hun verhaal. "We moesten bewijzen tonen", zegt Sam. "We moesten hard kunnen maken dat we in de problemen zijn gekomen vanwege ons geloof. Maar we zijn juist weggegaan om níet in de problemen te komen. Mijn ouders zaten twee dagen in de gevangenis. Kennelijk telt dat niet. En hoe valt het te bewijzen?"

Ramila zet, als ze haar hamburger op heeft, een papieren kroon met 'Burger King' op haar hoofd. Ze lacht. Aan de tafel zit ook de Iraanse predikant Masoud Mohammad Amini (51) en zijn Nederlandse vrouw, Cora Rikken (40). Zij helpen met vertalen, want Sam en Parshin zijn het Nederlands of Engels niet machtig. Masoud is de oprichter van de enige officiële Iraanse kerk van Nederland, de Koreskerk in Apeldoorn, waar wekelijks meer dan honderd Iraniërs bijeenkomen. Ook Sam en Parshin zijn er lid van.

Sinds ze Iran hebben verlaten, hebben Sam en Parshin met niemand in het land meer contact gehad. Voor hun vrienden en familie zijn zij, van de ene op de andere dag, verdwenen. Parshin: "De enige familie die we nu hebben, zijn onze broeders en zusters in Apeldoorn." Het christelijk geloof, zegt ze, geeft hen kracht om door te gaan. "God is onze vader, we vragen hem wat we nodig hebben. We zijn niet alleen."

Wat gaan Sam en Parshin doen? In andere Europese landen asiel aanvragen heeft geen zin, denkt Sam. Hij overweegt nog een aanvraag bij de Canadese ambassade. "Die starten de procedure hier." Dat zou betekenen dat ze nog een tijd in Nederland moeten blijven, maar de politie kan elk ogenblik op de stoep staan. Met angstig gezicht: "Misschien brengen die ons wel naar een vreemdelingendetentiecentrum."

Daarom zullen ze waarschijnlijk opnieuw onderduiken. Dat ze ook in het vrije Westen niet welkom zouden zijn, hadden ze niet voor mogelijk gehouden toen ze anderhalf jaar geleden huis en haard verlieten.

De Koerdische mannen zijn zwijgzaam. Uren lopen ze door de bergen. Als het ochtend wordt, brengen ze Sam en Parshin naar een donker kamertje in een huis aan de rand van een dorp. Er ligt een matras op de grond. Kennelijk moeten ze hier de dag doorbrengen. Sam en Parshin kunnen de slaap niet vatten. Ze staren naar het licht dat door een hoog raampje op de witgekalkte muren valt en langzaam verschuift.

's Avonds gaat de tocht verder. Na een paar uur doemt een vrachtwagen op, die in de berm van een kronkelende eenbaansweg staat geparkeerd. De Koerdische mannen overleggen met de chauffeur. Ze geven Sam en Parshin een doosje met slaappillen. Een babyflesje met melk voor het kind. En een plastic zak voor de ontlasting. Ze verdwijnen zonder te groeten.

De chauffeur opent de laadruimte. In het donker wringen Sam en Parshin zich tussen hoge stapels dozen en het dak door naar voren. Daar is, achter een gordijn, een ruimte voor hen uitgespaard, precies groot genoeg om naast elkaar te kunnen liggen. Op de vloer ligt een deken. In een hoek staan waterflessen en pakken met biscuitjes.

Ronkend komt de vrachtwagen op gang. Ook als hun ogen gewend zijn aan het duister, kunnen Sam en Parshin elkaars gezicht nauwelijks onderscheiden. Het kind houden ze zoet met slaappillen. Als ze de luier moeten vervangen, kunnen ze haar billen niet schoonmaken. Ze hebben geen doekjes, en met water willen ze zuinig zijn.

Ze weten niet waar ze heengaan. Af en toe stokt het monotone geluid van de motor, dan houdt de chauffeur rustpauze. Ieder besef van tijd verdwijnt. Hoe langer ze onderweg zijn, hoe indringender de stank van hun uitwerpselen en urine wordt.

"Wakker worden." Parshin stoot Sam aan. Ramila huilt. Er klinkt gerommel, de laadklep gaat open. Opgelucht kruipen ze naar buiten.

Het regent.

Ze bevinden zich bij een bushalte in een stad. Later, als ze zich hebben gemeld bij een politiebureau, begrijpen ze dat die stad Utrecht is en dat ze vijf dagen en nachten in de vrachtwegen hebben gezeten. Sam en Parshin ademen hun longen vol, een vaag gevoel van heimwee onderdrukkend.

De chauffeur reikt Sam een mobiele telefoon aan. Aan de andere kant van de lijn klinkt de stem van de mensensmokkelaar uit Iran, de kleine, dikke man die bij de grens met Turkije nog gauw de huwelijksringen van hun vingers trok.

"Kijk om je heen", zegt hij tegen Sam. "Jullie zijn in Nederland. Jullie zijn vrij."

'Je kunt bekeerde christenen gewoon niet terugsturen naar Iran'

Van de in totaal bijna 33.000 Iraniërs in Nederland schat Masoud Mohammad Amini het aantal christenen - exacte cijfers heeft niemand - op zo'n twee- tot vijfduizend. Minstens de helft daarvan, zegt hij, is in Nederland tot geloof gekomen.

De Koreskerk van Mohammad Amini in Apeldoorn is de enige officiële Iraanse kerk in Nederland, en werd in 2005 opgericht. Er zijn daarnaast nog een stuk of tien Nederlandse kerken - overwegend evangelisch - die extra diensten houden in het Perzisch, voor hun Iraanse gemeenteleden.

Het aantal Iraanse christenen in Nederland neemt sinds een jaar of vijf snel toe, aldus Mohammad Amini. "Ik bezoek regelmatig azc's en detentiecentra. Ze staan zo open. Ik deel veel bijbels uit. Tientallen mensen komen tot geloof."

Ook de hervormde Kees Brinkman uit Alblasserdam, oprichter van het Platform Iraanse Christenen,ziet een stijging van het aantal Iraanse christenen in Nederland. Naar de reden van die plotselinge groei kan hij slechts gissen. "Protestantse en evangelische kerken hebben de afgelopen jaren wel veel ondersteuning gegeven aan asielzoekers. Mijn kerk ook. We evangeliseren niet, maar als mensen zich aangetrokken voelen, mogen ze mee naar de kerk. Er wordt vervoer voor ze geregeld vanuit het azc."

Brinkman richtte zijn Platform vorig jaar op. Inmiddels zijn er zeven kerken bij aangesloten, waaronder de Koreskerk.

Op 26 april overhandigt Brinkman een rapport aan de Tweede Kamercommissie Immigratie & Asiel over de situatie van Iraanse bekeerlingen in Nederland.

Brinkman: "Wij vragen minister Leers om zijn mening te herzien. Vrije uitoefening van religie is in Iran pertinent niet aan de orde. Je kunt bekeerde Iraniërs gewoon niet terugsturen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden