En nu zijn we 50

Rop Zoutberg, toen en nuBeeld Maarten Laupman

In de jaren tachtig bezetten ze huizen, ze klonken zich vast aan bomen en voelden zich ongenaakbaar. Totdat sommigen radicaliseerden en de kraakbeweging verbrokkelde. De krakers van toen zijn nu vijftig. Hoe kijken ze terug?

Zeg. Ik heb een wel héél interessante foto van jou gezien." De collega kijkt me triomfantelijk aan. We zijn op een bedrijfsavond en andere collega's staren nu ook naar hem. Verwachtingsvol, want hij gaat iets onthullen. "Jij was kráker vroeger!" roept hij uit, met een langgerekte 'a'. "Jij droeg oorbellen en had van die zwarte ogen."

In deze jaren van Facebook hou je een verleden niet verborgen. Mijn ogen waren zwart omlijnd, mijn haar getoupeerd, de versleten blauwe streepjestrui zat vol scheuren. De oude foto was door iemand op internet gezet en had al wat reacties losgemaakt. Was ik dat echt? Was ik een punker geweest? Kort had ik de vermoedens bevestigd. Klopt, punker. Daar was ik mooi van af. Punk was iets met mode, iets met wilde haren en grappig. Mijn haardracht was geïnspireerd op Robert Smith, de sombere zanger van The Cure. En dus had iedereen gegrinnikt.

Tot die avond met mijn collega's.

Zinloos
Kraker zijn was wel iets verdachter dan een onschuldige modegril. Het woord impliceerde: huizen bezetten, een radicale politieke overtuiging, burgerlijke ongehoorzaamheid en stenen gooien. Had ik dat allemaal gedaan? Het meeste wel, op dat stenen gooien na dan. Ik was geen held. Bovendien vond ik het zinloos om met stenen een linie geharnaste ME'ers te stoppen. Je wist van tevoren wie er winnen ging.

In de jaren tachtig leefden de meesten van ons in Utrecht. Daar lagen verspreid over de stad tweehonderd kraakpanden, bewoond door zo'n duizend krakers. Het was hard werken en we waren voor die tijd goed georganiseerd - zonder mobiele telefoons of internet.

Aan idealen hadden we geen gebrek. Het was een overzichtelijk schema: we klonken ons vast aan bomen om het bos van Amelisweerd te redden van de verbreding van de A27. We waren solidair met de sandinisten in Nicaragua. We waren tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Voor Cubaanse marmelade, tegen Amerikaanse hamburgers. Voor groenten, tegen vlees. Voor molens, tegen kernenergie. Voor Hans (Kok), tegen Hans (Janmaat).

Maakbare wereld
De persberichten van onze acties voor een betere wereld belden we enthousiast door naar kranten en andere media. Dat ging steevast vanuit telefooncellen: zo waren we niet traceerbaar. Niet alleen daarom hadden we lol. We deelden onze prachtige huizen en groezelige bedden met elkaar. De wereld was maakbaar, in ieder geval de onze. We hadden collectieve werkplaatsen, donkere kamers en kroegen (net zo donker). We kookten verrukkelijke pompoensoep in grote pannen en schreven eigen kranten vol (mijn debuut in de journalistiek). We maakten onze eigen muziek en dansten op Stiff Little Fingers en The Clash. Onze wereld was strijdbaar, voelbaar en hoorbaar. En zelf waren we ongenaakbaar, of wilden dat op zijn minst graag lijken.

 
We maakten onze eigen muziek en dansten op Stiff Little Fingers en The Clash. Onze wereld was strijdbaar, voelbaar en hoorbaar

Maar naast broedplaatsen ontstonden ook broeinesten. Het geweld van krakers ging soms ver. Te ver. Benzinestations werden gesloopt omdat ze zaken deden met het apartheidsregime in Zuid-Afrika. De partij die zich uitsprak tegen immigranten kreeg rookbommen door de ramen en de secretaresse verloor haar been na een noodsprong. De krakers van het eerste uur begonnen een afrekening met zogenaamde 'verraders' van de goede zaak.

"We moeten niet doen alsof het allemaal maar kinderspel was", zegt een vriend uit die bewogen jaren, die onlangs vijftig werd. Hij wil niet dat zijn naam wordt genoemd. Hij bleef in zekere zin in de huizenwereld want hij werkt nu als projectontwikkelaar in de sociale woningbouw. "Stel je voor dat een groep moslims anno nu besluit in Nederland tankstations in de fik te steken. Het was niet niks wat sommigen in die jaren deden. Geweld was soms nodig, zeiden ze, om 'duidelijk te maken dat het ons menens is'. Dat klonk toen tamelijk plausibel, maar de middelen die we inzetten, zouden nu als terrorisme worden neergesabeld."

Vanzelfsprekende vertrouwen
De beweging viel uit elkaar en verzandde nogal eens in gesprekken over persoonlijke keuzes in het leven. Want was een leren jack nu goed of fout? (Ze waren nogal in de mode onder krakers). Waren computers niet enorm schadelijk, kon je die wel gebruiken? Waar begon je eigen racisme, seksisme, veganisme? Eindeloos waren de discussies.

"Maar op het punt van actiemethoden spraken we veel te weinig", bromt de vriend. "Sommigen zonderden zich af in radicale clubjes als RaRa (Revolutionaire AntiRacistische Actie, die vijf vestigingen van de Makro in de brand stak, red.). Daarmee maakten ze misbruik van het vanzelfsprekende vertrouwen in elkaar dat er tot dan toe was. Er waren wel discussies maar een harde grens werd niet getrokken." Op dat punt faalde uiteindelijk iedereen, ikzelf ook. Het keerpunt werd mijn toelating op de School voor de Journalistiek.

Zwarte ogen, zwarte haren, blauwe streepjestrui: mijn foto hing in 1987 op een tentoonstelling die de Rotterdamse fotograaf Maarten Laupman maakte. Om me heen nog zeker een dozijn krakers uit die jaren. We zijn gemiddeld vijfentwintig jaar oud. Internet bestaat nog niet en Ronald Reagan is de baas in de Verenigde Staten. Thatcher zit in Engeland en wij hebben Ruud Lubbers. De Muur staat nog fier overeind in Berlijn en Nelson Mandela zit in zijn cel. De foto's van Laupman zijn zwart-wit. Dat past ook bij ons wereldbeeld van die jaren.

Een kwarteeuw later - kraken is allang bij wet verboden - zit ik opnieuw aan tafel met de krakers van toen. Nu zijn we (rond de) vijftig. De een werd uitgever, de ander een beroemde fotograaf, de derde communicatiemanager, ikzelf televisiecorrespondent. Hardwerkende burgers zijn we geworden.

We doen de fotoserie nog eens. Nu mag het in kleur.

 
De beweging viel uit elkaar en verzandde nogal eens in gesprekken over persoonlijke keuzes in het leven. Want was een leren jack nu goed of fout?

Marga Sutherland (1961), communicatiemanager
"Voor mijn werk kijk ik naar groepsprocessen. Dan zie je in hoeverre mensen acteren en zich een houding geven. Dat was destijds niet anders. Er werd in de kraakwereld, net als in andere groepen, ook veel geacteerd. Er bestond een pikorde en er werden spelletjes gespeeld. We wilden helden zijn en ons gedrag werd overgoten met een heroïsche saus. Die heroïek trok me aan.

Er zat een zekere onschuld in de manier waarop we actie voerden en de manier waarop de overheid daarmee omging. Maar dit heeft uiteindelijk nette mensen opgeleverd, een enorme rits aan zelfstandige ondernemers. Betrouwbare, taaie, goede mensen .

Moet je krakers nu als terroristen zien? Als wij wat meer ruimte geven aan anderen wordt iedereen gelukkiger. We leven in een land dat te angstig is. Wie demonstreert er nog? Ik wind me nog altijd ontzettend op over onrecht. Kijk naar de huizenmarkt. Ook nu is het voor jongeren onmogelijk een betaalbare woning te vinden.

Ik dacht dat mijn beweging de wereld zou verbeteren. Misschien was dat naïef, maar daar schaam ik me niet voor. We dachten dat we met onze kraakacties goodwill zouden krijgen. Maar de beweging is een zachte dood gestorven. Wat we deden werd steeds meer een kunstje, de ziel verdween eruit. Toen haakte ik af."

Marga Sutherland
Marga SutherlandBeeld Maarten Laupman

Chris van de Berg (1955), constructiewerker en theatervormgever
"Toen deze foto werd gemaakt, was ik al wat ouder dan de anderen. Zoekend naar een richting in mijn leven, rommelend in een fietsenkeldertje van een kraakpand met krachtstroom. Op de lerarenopleiding stond ik te boek als de theoreticus van het 'antiautoritaire onderwijs'. Ik was in Denemarken en Berlijn geweest en gecharmeerd van de LeefWerkSchool. Dat was me op het lijf geschreven: onderwijs in een bedrijvige omgeving. We kraakten een enorm pand en bouwden een metaalwerkplaats, een naaiatelier, een open doka en een houtwerkplaats. Maar voor we goed en wel konden beginnen, werd het gebouw ontruimd.

Ik zocht vooral vrijheid, denk ik. Als ik met klusjes wat geld had verdiend, ging ik met vrienden van de KRAK - de Krakers Alpinisten Klup - de bergen in. Van actievoerder werd ik klusser. Ik laste een tribune in elkaar, bouwde een festivaltent. Dat is volledig uit de hand gelopen. Ik heb nu vijf man vast in mijn bedrijf rondlopen, werk internationaal en neem projecten aan met grote financiële risico's. Nog steeds zonder agenda, maar ik plak nu overal geeltjes. Ja, we hebben verschil gemaakt. In ieder geval voor onszelf. We konden experimenteren. De guts om dingen gewoon te doen, die heb ik daar geleerd.'

Chris van de Berg
Chris van de BergBeeld Maarten Laupman

Kadir van Lohuizen (1963), visueel journalist
"En nu ben ik vijftig en wat denk ik? Dat het leven maar heel even duurt. Dat betekent dat je ideeën gewoon moet uitvoeren. Geloven dat het wel goed komt is niet de juiste gedachte. Toen mijn broer twaalf jaar geleden doodging wist ik het zeker. Ik mag niets uitstellen.

Ons idee was dat de samenleving maakbaar was en jijzelf ook. Dat is blijven hangen. Ik ben nooit ergens in vaste dienst geweest.

Ik was nooit op zoek naar sensatie. De kraakbeweging voelde als een warm bad. Het was meer dan alleen een woning vinden of een vriendenkring, het was ook een solidariteitsbeweging. Het waren bevlogen mensen die in een subcultuur floreerden. Natuurlijk was het spannend. We waren volwassen pubers.

Op die foto van toen staat een jong ventje. Mijn ouders wilden dat ik ging studeren. Maar dat is er niet van gekomen, op even de sociale academie na. Politiek en pedagogie leerde ik uiteindelijk op straat. Het was een logisch gevolg dat ik besloot om naar Palestina en Israël te gaan en daar de intifada te fotograferen. Ik ging gewoon. Mijn fototoestel bleek een machtig wapen. Ik reisde met mijn camera door oorlogen die net iets te heftig waren. In Sierra Leone, Kasjmir, Liberia, Angola, Mozambique verloor ik collega's. Die zaten te dicht op het vuur. Ik heb me afgevraagd of dat het wel waard is. Hoe ver moet je eigenlijk gaan?"

Kadir van Lohuizen
Kadir van LohuizenBeeld Maarten Laupman

Anja Pleit (1964), grafisch ontwerper en muzikant
"Als tiener wilde ik snel uit Venray weg. Anja was import, Anja had een grote mond, ze kende het taaltje niet. Ik heb altijd de aandrang gehad om anders te zijn. Mijn zus was me voorgegaan als kraker in Rotterdam. De Koffiekeet, een actiecafé in Utrecht, voelde als thuiskomen.

Docenten op de kunstacademie waren cynisch over de wereld, vond ik. Toen Amelisweerd werd ontruimd, hoorde ik de helikopters boven de academie. Al mijn vrienden zaten in dat stukje bos, ik voelde me gevangen op school. 'Anja komt niet meer, Anja gaat de wereld veranderen', zei een docent toen ik me had uitgeschreven. Je kunt het allemaal zelf! Dat is voor mij de kern van de kraakbeweging. Nou ja, bewéging? Het waren meer kleine groepjes vrienden die met elkaar mooie dingen deden. Kraken, verbouwen, muziek maken, agenda's en posters ontwerpen...het was voor mij een grote creatieve energie-ader. Alles wat ik nu doe, komt daar vandaan.

Als twintiger was ik zekerder van mijn zaak dan nu. Onderwijs was 'een verrot systeem', vrouwen werden onderdrukt. Toch voelde het niet als een keurslijf. Ik heb ook dingen gedaan die ik nu niet meer zou doen, gevaarlijk voor mezelf en gevaarlijk voor anderen. Maar de instelling waarmee ik toen leefde, heb ik nu nog. Soeverein en zelfstandig leven, daar gaat het om. De grote wereld is niet maakbaar gebleken, maar mijn leven wel.

Anja Pleit
Anja PleitBeeld Maarten Laupman

Roeland Dobbelaer (1962), bladenmaker en uitgever.
"Ik was een Draufgänger. Op de middelbare school maakte ik al mijn eerste blaadje - De Grote Mond, 'anarchistisch maandblad voor Noord-Limburg'. De postpunk van Joy Division was mijn muziek, ik had een kleurtje in mijn haar en een belletje in mijn oor. In Venray had je acht hippies en drie punks. Onze wereld was zwart-wit. We waren overal tegen: de woningnood, kernwapens, honger, vervuiling. De wereld moest mooier worden, zeiden we, al hield ik er zelf haast nihilistische opvattingen op na. Ik heb nooit geloofd in de grote revolutionaire verhalen.

In Utrecht sloot ik me aan bij de actiescene maar ik was ook een ambitieuze student wijsbegeerte. Ik werd hoofdredacteur van het faculteitsblad en werkte mee aan Springstof, het toenmalige krakersblad. Mijn doel was: voor mijn veertigste ben ik hoofdredacteur van een professioneel blad. Het werd mijn eigen tijdschrift Filosofie Magazine. De kraakbeweging was voor mij een anarchistisch experiment. Iedereen deed zijn eigen ding. De rode draad was: de wereld is verrot maar wij laten zien dat we tot iets moois in staat zijn. Krakers waren eigenlijk harde werkers. Ik heb toen ontdekt dat ik talent heb om dingen voor elkaar te krijgen. In die zin ben ik schatplichtig aan die beweging.

(Kijkt naar foto) Ik was wel arrogant, geloof ik. Nu ben ik bescheidener. Ik ben van grijstinten gaan houden."

Roeland Dobbelaer
Roeland DobbelaerBeeld Maarten Laupman

Hannah Hendriks (1969), coach en trainer creatief denken
"Ik was een kwetsbaar meisje dat in een kraakpand in Utrecht terecht kwam. Zestien jaar en afkomstig uit een keurig gezin. De beslissing was impulsief genomen. Ik dacht op kamers te gaan wonen en er veiligheid te vinden. Maar daarin vergiste ik me. Ik werd betutteld en moest opboksen tegen twee bitches.

Het was glashelder wat goed of fout was en ik kon nooit aan de verwachtingen voldoen. Ik was niet feministisch genoeg, te veel dit, te veel dat. Ik begreep het niet. Ik was gewoon een puber die besloten had in een kraakpand te wonen. Het dwong mij tot zelfstandigheid en belemmerde me op hetzelfde moment. Wie was ik? Mogen anderen zien dat ik borsten heb? De kraakbeweging maakte een bedeesd manwijf van me. De meiden met de grootste bek hadden de mooiste machomannen en grootste kamers.

We liepen met bivakmutsen over straat. Ik kan me nu voorstellen dat onze acties geen goeie uitwerking hadden op mensen die de oorlog meemaakten. Ons fanatisme was verkeerd en vergeefs.

Ik vertel nooit dat ik kraker was.

Ik scheurde mij los uit de kraakbeweging en ging bloeien. Met humor voer ik nu mijn vak uit. We denken allemaal in cirkels. Het wordt pas echt interessant als we daar durven uit te treden. Verandering maak jezelf. Van binnen uit.

Alleen met een enkeling uit die tijd heb ik nog contact. Ik dacht dat ik iets met ze had. Maar er was niets."

Hannah Hendriks
Hannah HendriksBeeld Maarten Laupman
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden