En nog zullen de Denen niet verharden

De Deense stad Aarhus boekt goede resultaten bij het deradicaliseren van jongeren. Ze krijgen een huis, opleiding en werk. De aanpak is controversieel, maar blijft gehandhaafd. Ook na de recente aanslagen in Kopenhagen.

Een week na de gewelddadige gebeurtenissen in Kopenhagen maakt Denemarken de balans op. De regering trekt 135 miljoen euro extra uit voor maatregelen tegen terreur. En daarnaast is er - echt Deens - veel aandacht voor de jeugd. Experts tuimelen over elkaar heen met tips voor ouders over hoe met kinderen over terreur te praten. En politieagenten bezochten deze week scholen in Kopenhagen. Daar beantwoordden ze vragen van scholieren en gingen ze de dialoog aan met (moslim)jongeren.

Die bezoeken kwamen niet uit de lucht vallen. Ze werden georganiseerd door een samenwerkingsverband tussen scholen, sociale diensten en politie, het zogeheten SSP, dat in elke Deense gemeente bestaat. Doel van het SSP is leerlingen te helpen die dreigen te ontsporen, en zo criminaliteit te voorkomen.

Spijbelt een scholier veel, dan staat de SSP op de stoep. De medewerkers dwingen beginnende graffiti-artiesten de muren zelf schoon te poetsen. Is een leerling vaak stoned op school, dan schakelen ze de schoolpsycholoog in. En ga zo maar door.

"Deze samenwerking bestaat al heel lang, en is uniek", zegt Toke Agerschou, chef jeugdzaken bij de gemeente Aarhus, met 300.000 inwoners de één na grootste stad van Denemarken. De aanpak is heel Scandinavisch en onderdeel van de in oorsprong sociaaldemocratische welvaartsstaat, waarin een overheid soms diep ingrijpt in het privéleven van haar burgers.

Dat SSP-verband vormt de basis voor de succesvolle aanpak van Aarhus van radicaliserende jongeren. De stad behaalt daarmee goede resultaten. Vertrokken er in 2012 en 2013 uit Aarhus nog een kleine dertig personen naar Syrië, vorig jaar was dat er maar één. Kopenhagen is vorig jaar ook begonnen met dit Aarhus-model.

Aarhus was er snel bij. Al meteen na de terroristische aanslagen in Londen in 2005, door daders van eigen bodem, en de cartoonaffaire van Jyllands-Posten, een krant die in Aarhus zetelt, besloot SSP te gaan samenwerken met plaatselijke moslimorganisaties, de reclassering en de binnenlandse veiligheidsdienst.

Al sinds 2007 is radicalisering van jongeren een aandachtspunt van het SSP. Deense ambtenaren die met kinderen en jongeren werken, hebben sindsdien een meldplicht bij signalen van radicalisering. Dat is in Nederland (nog) niet het geval.

In eerste instantie was het doel van de aanpak om zo snel in gesprek te komen met jongeren die radicaliseren. Daarna richtte men zich ook op teruggekeerde jihadstrijders. Dat waren er tot nu toe zestien.

Eerst bekijkt de veiligheidsdienst of zo iemand gevaarlijk is en vervolgd zou kunnen worden. "Maar tenzij er een Youtube-filmpje is van iemand met een rokende kalasjnikov, is het heel moeilijk te bewijzen dat het gaat om strafbare feiten", zegt Allan Aarslev, politiecommissaris in Aarhus. "Daarom geven we ze het voordeel van de twijfel."

De gemeente ontvangt hen met open armen en geeft alle hulp, van medische zorg, gesprekken met een psycholoog, hulp bij het vinden van werk of het hervatten van een studie, tot het vinden van een woning. "We proberen hen weg te halen uit het extreme milieu en een plaats te geven in de samenleving", vat gemeentechef Agerschou het gemeentebeleid samen.

Voortekenen

Eén van de eerste initiatieven waren praatgroepen voor ouders van de jonge Syriëgangers. "De ouders vertelden dat ze helemaal geen voortekenen hadden gezien. Maar die bleken er toch te zijn. Hun zonen luisterden naar bepaalde muziek. Of gingen zonder matras op de grond slapen, om alvast te wennen aan de harde ondergrond", vertelt Agerschou, zittend aan een tafeltje in de hal van een bijgebouw van het stadhuis.

Later kwam daar een netwerk van mentoren bij. Een vijftiental Denen begeleidt op dit moment een jongere. Dat doen ze tegen een symbolisch bedrag, naast hun gewone baan. Onder hen onder meer een jurist, een beveiliger en een religiewetenschapper. Die mentoren blijven anoniem om de veiligheid van alle partners te waarborgen. Een mentor die zich vorig jaar door The New York Times liet verleiden tot een interview met naam en toenaam, werd ontslagen.

"We kunnen de werking nog niet documenteren, maar onze ervaringen zijn erg goed", zegt politiecommissaris Aarslev. Tot nu toe is maar één van de zestien mentees weer op het verkeerde gepad geraakt."

"Het mentornetwerk is onze sterkste kaart, omdat het gaat om intermenselijke relaties", zegt zowel Aarslev als Agerschou.

Inmiddels is er ook een hotline, bemand door twee politieagenten en iemand van de sociale dienst. En ten slotte, de nieuwste loot aan de boom: een exit-programma, zoals er in Aarhus eerder was voor bendeleden en neonazi's. Op de wachtlijst staan twee Syriëgangers en een jongeman die veroordeeld is voor extremisme.

Veel kritiek

Ondanks de goede resultaten is er veel kritiek op het Aarhus-model. Om in contact te komen met de radicaliserende jongeren, werkt men samen met een omstreden moskee in Aarhus. Verscheidene politieke partijen gruwen van die samenwerking vanwege de uitspraken van de moskee-voorzitter, de Palestijns-Libanese Osama Al-Saadi, die jongeren die kiezen voor de martelaarsdood 'helden' noemde.

In januari nog eisten verscheidene parlementsleden de sluiting van deze moskee. De Deense minister van justitie Mette Frederiksen (Sociaaldemocraten) wilde zo ver niet gaan, al gaf ze toe het idee 'verleidelijk' te vinden.

22 van de 27 jongeren die sinds 2012 vanuit Aarhus naar Syrië zijn vertrokken, kwamen regelmatig in deze moskee. Maar in Aarhus willen de gemeente en de politie niets liever dan dat de moskee open blijft. "We werken niet samen met de imams, maar met het bestuur dat ons in contact brengt met de jongeren. Een deel van de eer voor het succes van het Aarhus-model gaat naar de plaatselijke moslimvereniging", vertelt politiecommissaris Aarslev.

"Daar zijn we heel trots op", zegt bestuurslid Imad Uessin in de Grimhøj-moskee, die gevestigd is in een oud gebouw op een industrieterrein in het westelijke deel van de stad. "We proberen onze jongeren ervan te overtuigen dat ze beter vanuit hier kunnen helpen, bijvoorbeeld met het inzamelen van geld en het sturen van kleding."

Bij het eerste contact vreesde Uessin dat de politie een verborgen agenda had. "Wij hebben toen duidelijk gezegd dat we graag wilden helpen, maar dat ze ons met open vizier en zonder vooroordelen tegemoet moesten treden. Zo is het gegaan. Om de goede band te benadrukken, eten we regelmatig samen in de moskee."

Binnensluiten

Terug op het stadhuis vindt Toke Agerschou de discussie over wat nu goed is, een harde of een softe aanpak, niet interessant. "Voor ons was steeds de allerbelangrijkste vraag: wat werkt? De makkelijke oplossing is iemand in de gevangenis zetten. Maar daarmee sluit je iemand buiten, en in onze aanpak gaat het nu juist om binnensluiten."

Het ziet er niet naar uit dat Denemarken na de aanslagen van vorig weekend deze 'softe' aanpak laat varen. Integendeel, denkt politieman Aarslev. "Vooral nu er meer bekend is over de dader, die zich kennelijk heeft geïsoleerd." Gemeentechef Agerschou: "Wat is het alternatief? Niks doen?"

Voor Nederlanders lijkt de Deense aanpak misschien soft, maar Deense overheden hebben wel meer mogelijkheden om de vinger aan de pols te houden. Alle overheidsbestanden (uitkeringen, belastingen, politie) zijn aan elkaar gekoppeld en iedere inwoner heeft een persoonsnummer. Hiermee is na te gaan welke medicijnen je koopt bij de apotheek, welke boeken je leent in de bieb tot hoeveel geld je op je bankrekening hebt staan.

Op de vraag of Nederland het Aarhus-model kan invoeren, antwoordt Agerschou met een volmondig ja. "Ons idee erachter, het direct contact zoeken met de jongeren in kwestie, kun je ook invoeren in Nederland. Ik heb gelezen dat een dergelijke aanpak al bestaat in Rotterdam, maar dan om sociale misstanden aan te pakken." (de zogeheten Achter de Voordeur-projecten, waarin sociale problemen integraal worden aangepakt, red.).

Het toeval wil dat burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam eerder deze week de hand kon schudden van zijn collega in Aarhus, Jacob Bundsgaard. Beiden waren op uitnodiging van Barack Obama in het Witte Huis voor een top over radicalisering.

Deense Syriëgangers

Denemarken telt 5,6 miljoen inwoners. Zo'n 270.000 daarvan zijn moslim. Het geschatte aantal Syriëgangers vanuit Denemarken ligt op honderd (allen mannen). Dat is na België het hoogste aantal in verhouding tot het aantal inwoners. Er zijn nog geen (bijna-)Syriëgangers veroordeeld. Een wetsvoorstel dat het reizen naar Syrië en Irak, met de intentie mee te vechten met bijvoorbeeld IS, strafbaar moet maken, is nog in de maak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden