En met stip gedaald: Cesar Auguste Franck

Onlangs werd schrijver dezes door de voorzitter van het Genootschap uit zijn bed gebeld met de mededeling dat het weer zover was. Een omroepdelict, in vivo waargenomen op de radio. Organist Piet Kee had de ether bevrucht met werken van, zoals de omroeper het noemde, Cesar Auguste Franck.

ROB SCHOUTENERIK SPAANS en HANS DE PRETER

Onzin natuurlijk, die man heet Cesar Franck, gelijk het ook Edvard Grieg is en niet Edvard Hagerup Grieg, zoals Veronica, in haar begeerte om ook onder de liefhebbers van klassieke muziek mee te mogen tellen, nog wel eens wil beweren.

De componist Cesar Auguste Franck is er een van dezelfde orde als Johannes Chrysostomus Mozart, want aldus luiden de eerste twee doopnamen van Wolfgang Amadeus Mozart, die als men helemaal de beste van de klas wil zijn voortaan aangekondigd dient te worden als Johannes Chrysostomus Wolfgangus Theofilus Mozart; zo werd hij namelijk gedoopt. En wie zich inzake Cesar Franck wil uitsloven noeme hem dan ook Cesar Auguste Jean Guillaume Hubert Franck. Niet van dat halve werk. Voor het geval-'Franck' kan de oorspronkelijke boosdoener wellicht gevonden worden in de Winkler Prins, waar in verschillende drukken de componist als respectievelijk Cesar-Auguste (dus alsof hij een samengestelde voornaam zou bezitten) en Cesar (Auguste) Franck wordt aangeduid.

De beste vuistregel lijkt ons om bij het al dan niet gebruiken van een tweede voornaam uit te gaan van de schrijfwijze door de persoon in kwestie zelf. Dus Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Handel. Enigszins willekeurig blijft het wel, want de een stelt wel prijs op vermelding van verdere doopnamen, de ander niet. Zo is het altijd Willem Frederik Hermans en Johann Wolfgang von Goethe, maar nooit Claude Achille Debussy of Maurice Joseph Ravel. Bij samengestelde voornamen als Charles-Marie Widor en MientJan Faber is twijfel natuurlijk geheel en al uitgesloten.

De Russen

Een apart hoofdstuk in het boek der tweenamigen vormen de Russen. Zo spreekt men wel van Fjodor Michailowitsj Dostojewski, maar daarnaast van Leo Tolstoj. Het al dan niet gebruiken van het patronymicum is aan duistere wetten gebonden: Peter (of Pjotr) Iljitsj Tsjaikowski, maar nooit Alexander Porfiriwitsj Borodin of Serge Wassiliwitsj Rachmaninow.

Een kleine bloemlezing van wereldburgers die uitsluitend met twee voornamen bekend zijn toont aan dat het gebruik in alle kringen voorkomt: Herman Pieter de Boer, Billie Jean King, Martin Luther King (eventueel gevolgd door 'jr', net als bij Sammie Davis, hoewel niemand de erbij behorende senioren kent), Mary Elizabeth Mastrantonio, Neeltje Marie Min, Edgar Allan Poe, Gerard Kornelis van het Reve, Isaac Bashevis Singer, Franz Joseph Strauss, William Butler Yeats. Een apart geval vormt Rembrandt Harmensz. van Rijn. Gebleken is dat de meeste buitenlanders niet weten dat Rembrandt de voornaam is. Ze nemen als vanzelfsprekend aan dat de familienaam Rembrandt is, Willem, Karel of Jan Rembrandt misschien. Ook Michelangelo en Rafael gaan wel onder dergelijke misvattingen gebukt.

Weer een andere categorie wordt gevormd door persoonlijkheden die alleen onder hun initialen bekend zijn geworden, zoals de filmpionier D. W. Griffith, van wie geen sterveling weet dat hij David Wark heette. Verder F. B. Hotz en W. C. Fields. Bij sommigen zijn de opgetelde initialen zelfs een eigen leven gaan leiden. Zo is de letterkundige W. A. P. Smit bekend gebleven onder de 'voornaam' Wap. Iets dergelijks geldt voor de neerlandicus Wam de Moor (Willem Anton Maria) en het is nog maar de vraag of bij Mr. H. A. F. M. O. van Mierlo 'Hans' het op den duur wel van 'Hafmo' zal winnen.

Ollie B.

Hybridische vormen van tweenamige bekendheid treft men aan bij Ollie B. Bommel. De B. duidt op zijn parvenu-achtige, Amerikaanse afkomst, immers in de Verenigde Staten is de weergave van een initiaal na de eerste roepnaam heel gebruikelijk, vooral onder presidenten. Zo is het Franklin D. Roosevelt, John F. Kennedy en Lyndon B. Johnson. Van al deze beroemdheden kan men zonder probleem nagaan waar het initiaal voor staat (Delano, Fitzgerald, Baynes), dit is echter niet het geval voor Harry S. Truman. In geen enkel gangbaar naslagwerk trof ik de betekenis van de toch algemeen gebruikelijke 'S.' aan.

Overigens neemt de initiaal-mode onder Amerikaanse presidenten de laatste tijd wat af. Van Nixon kennen de meesten uit het hoofd nog wel de tweede letter, Richard M., maar verder is het tegenwoordig toch gewoon Gerald Ford, Jimmy Carter, Ronald Reagan en George Bush geworden.

Geheel voornaamloos zijn slechts weinigen. Van na de oorlog schiet ons slechts de Indonesische president Soekarno te binnen, die het met louter deze naam, plus wat titeltjes moest stellen. De Amerikanen konden zich een dergelijke armoe nauwelijks voorstellen en hebben er dan ook op zeker moment, op eigen houtje, de voornaam Ahmed voorgeplakt, maar de geschiedenis zal deze fictieve voornaam zeker weer afplakken. Want of het nu om afwezige danwel overbodige voornamen gaat: misbruik wordt gestraft. Rob Schouten

Diemen raakt beroemde boreling kwijt

Volstrekt geruisloos is onlangs een slepend kunsthistorisch vraagstuk opgelost. Inmiddels staat vast dat de zeventiende eeuwse Nederlandse landschapsschilder Jan Asselijn (ca. 16101652) in Dieppe werd geboren, en niet zoals wel werd aangenomen - in Diemen. Een triviaal feit dat in de afgelopen decennia niettemin (kunst)historische pennen in beroering bracht. Ook over Jan Asselijns familie-achtergrond weten we nu meer.

De toneelschrijver/dichter Thomas Asselijn (16181701) blijkt een volle broer van hem te zijn! Niet dat de geschiedenis van de 'gouden eeuw' er nu voor herschreven hoeft te worden, maar hoe komt het toch dat niemand zich realiseerde dat de scheppers van respectievelijk het schilderij 'De bedreigde Zwaan' en het toneelstuk 'Jan Klaaz, of de gewaande dienstmaagt' afkomstig zijn uit hetzelfde gezin?

Jan Asselijn is geen kleine jongen. Hij hoort dan wel niet thuis in het rijtje Rembrandt, Jan Steen, Johannes Vermeer, Frans Hals, maar kan wel degelijk tot de vooraanstaande Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw worden gerekend. In musea over de hele wereld loopt men de kans een van zijn zonnige Italiaanse landschappen tegen te komen. Zijn beroemdste schilderij 'de Bedreigde Zwaan', hangt op een prominente plek in het Rijksmuseum.

Oneerlijk

Toch zal men in Amsterdam, waar Asselijn het grootste deel van zijn leven doorbracht, tevergeefs zoeken naar een Asselijnstraat. Het is oneerlijk verdeeld, want een tweederangs schildertje als Cornelis Dusart heeft wel een eigen straat, en Bartholomeus van der Helst - toegegeven: een vaardig portrettist - kreeg maar liefst drie straten en een plein toebedeeld.

Misschien heeft de gemeente Diemen ooit overwogen de nagedachtenis aan Asselijn levend te houden met een straat of een plastiekje. Wie de encyclopedie er op naslaat ziet immers dit plaatsje, bezijden het Ajaxstadion, vermeld staan als de geboorteplaats van Asselijn. Mocht er al eens een plan

or een Asselijnbeeld of plaquette geweest zijn, dan zal de wetenschappelijke twijfel aan zijn Diemense oorsprong wel roet in het eten hebben gegooid. Want naast Diemen werd ook het Noordfranse Dieppe genoemd als Asselijns geboorteplaats.

Die hele geboortekwestie is terug te voeren op een zeventiende eeuws document: een namenlijst met inwoners van Amsterdam die zich in 1652 het burgerrecht verwierven. Daar staat op 24 januari "Joannes Asselijn, van Diepen" vermeld. Nu bestaat er in Nederland geen Diepen, maar daar konden Asselijnvorsers wel een mouw aanpassen. Er werd in de zeventiende eeuw wel meer met de spelling geknoeid, wellicht werd hier Diemen bedoeld. Had Asselijn niet meermalen de doorbraak van de Diemerdijk bij Nieuwe Diep aan het IJ in 1651 geschilderd? En was het niet waarschijnlijk dat Diemen destijds, naar dat naburige meer, ook wel Diep werd genoemd?

Diepen

Ook kunsthistorica Anne Charlotte Steland Stief heeft zich in haar dissertatie over Jan Asselijn (1971) bezig gehouden met de geboortekwestie. Ze zette alle argumenten op een rijtje, en koos uiteindelijk voor Dieppe. De Noordfranse stad ligt maar net buiten het bereik van het Vlaamse taalgebied en wordt tot op heden door Vlamingen Diepen genoemd. Verder wijst zij er op dat de familienaam Asselijn duidt op een Franse afkomst, wat nog eens wordt bevestigd door de signatuur 'Asselin' op veel doeken van de schilder.

Tenslotte deed Steland Stief, verstopt in een voetnoot van haar dissertatie, een opwindende suggestie: ze maakt melding van de 17e eeuwse dichter Thomas Asselijn en schrijft: "Er war moglicherweise ein Bruder von Jan Asselijn." Dat is interessant! Naslagwerken die Diemen opgeven als geboortplaats van Jan, melden inderdaad doodleuk dat de dichter Thomas Asselijn te Dieppe werd geboren. Thomas verwierf bekendheid met een toneelstuk dat, hoewel niet geheel vrijwillig, nog altijd gelezen wordt. Het blijspel 'Jan Klaaz of de gewaande Dienstmaagt' uit 1682 prijkt als klassieker bij menige middelbare scholier op de literatuurlijst.

Waren Jan en Thomas broers? Daar moest toch bewijs voor te vinden zijn! Het heeft even geduurd, maar dat bewijs is inmiddels voorhanden. In de tentoonstellingscatalogus 'I Bamboccianti' (de bijbehorende tentoonstelling 'Straatrumoer' is nog tot en met 9 februari in het Centraal Museum te Utrecht te zien) publiceert Steland Stief het verlossende woord. Nieuw archiefmateriaal heeft duidelijkheid gebracht in de oorsprong van de Asselijnen: de familie trok ca. 1621 vanuit Dieppe naar Amsterdam. Naast Jan en Thomas vermelden archiefstukken nog twee broers: de jong gestorven Steven Asselijn (ca. 1621 1636) en de 'gouddraadtrekker' Abraham Asselijn (1609 1697).

Gelovigen

Grappig is dat de biografische gegevens die over Jan en Thomas bekend zijn elkaar aanvullen. In de parochiale archieven van Rome bijvoorbeeld, heeft men de naam Jan Asselijn nooit kunnen vinden, hoewel vast staat dat hij daar enige jaren verbleef.

Veronderdersteld werd wel dat het ontbreken van die gegevens met Asselijns geloof te maken had. De archieven bevatten immers vrijwel uitsluitend gegevens over de parochianen. Die waren katholiek, desnoods 'gelegenheidskatholiek', want veel schilders pasten hun geloof aan bij de omstandigheden. De biografische gegevens over Thomas leveren aanvullend bewijsmateriaal voor deze stelling. Zijn (en dus ook Jans) vader vluchtte immers met medeneming van zijn gezin vanuit Noord-Frankrijk naar Amsterdam om geloofsredenen: de familie was protestant.

Verder springt de familierelatie in het oog bij een van Thomas' vroegste werken: 'De vereenigingh van Apelles en Apollo'.

Broederschap

Dat gedicht had de schilderkunst tot onderwerp, en werd bovendien in 1653 voorgedragen op een feest van het St. Lucasgilde, waarin Amsterdamse kunstenaars verenigd waren. Jan was toen al overleden, maar zijn reisgenoot en zwager Nicolaes de Helt Stockade was een van de oprichters van de Broederschap der Schilderkunst aan wie dat gedicht werd opgedragen.

Dat de bloedverwantschap van Jan en Thomas Asselijn eeuwenlang onopgemerkt is gebleven, zegt ook wel iets over de wetenschapsbeoefening. Neerlandici zijn niet geinteresseerd in de schilder Jan Asselijn, kunsthistorici zijn niet geinteresseerd in de dichter Thomas Asselijn. Maar juist een blik over de muurtjes van het eigen vakgebied zou hier wel eens interessante vergezichten op kunnen leveren.

Kan iemand zich eens wagen aan een Asselijn familiebiografie? Hierbij alvast een suggestie voor de ondertitel: 'Een levendige schets van het zeventiende eeuwse culturele klimaat in de Nederlanden.'

Erik Spaans

En toch is 'ie rond

Wij moeten de heer Stafleu gelijk geven inzake de verwarring die door ons lid Rob Schouten in zijn artikel 'De zon, die bergen ze 's avonds op' (ons O. O. derde jaargang nr 23) gezaaid is met het associeren van de theorieen omtrent de vorm van de aarde met die omtrent de beweging der aarde.

Zijn 'verdediging' van de theologen Luther en Calvijn inzake de Copernicaanse astronomie gaat echter niet helemaal op. Uit A History of the Warfare of Science with Theology van A. D. White citeren we: "Said Martin Luther: 'People gave ear to an upstart astrologer who strove to show that the earth revolves, not the heavens or the firmament, the sun and the moon. Whoever wishes to appear clever must devise some new system, which of all systems is of course the very best. This fool wishes to reverse the entire science of astronomy; but sacred Scripture tells us that Joshua commanded the sun to stand still, and not the earth."

Mag dit eventueel een apocriefe uitspraak, want zonder bronvermelding, lijken, hetzelfde kan niet gezegd worden van Calvijns opmerking in zijn 'Commentaar op Genesis', waarin hij al degenen veroordeelt die niet geloven dat de aarde het centrum van het universum is. Verwijzend naar het eerste vers van de 93ste psalm ('De Here is Koning, / Met Majesteit heeft Hij Zich bekleed; / de Here heeft Zich bekleed, / Hij heeft zich met kracht omgord. / Vast staat de wereld, zij wankelt niet') zegt hij: 'Wie zal het wagen de autoriteit van Copernicus boven die van de Heilige Geest te stellen.'

Overigens blijven er inzake de bolvorm der aarde hardnekkige twijfelaars. Zo kan men in het Amerikaanse tijdschrift Time (van 19 oktober 1942) lezen over een zekere Wilbur Glenn Voliva, die ook na diverse reizen rond de wereld vol bleef houden dat de aarde plat was. In geval van een keerzijde zouden de bewoners van Australie over klauwen moeten beschikken om er niet vanaf te vallen. De Amerikanen zouden uiteraard in elk geval aan de goede kant wonen.

Hetzelfde blad publiceerde op 10 juli 1944 de theorie van Christian Adolf Volf uit Los Angeles, die betoogde dat de hele kunst van het rechtop staan en lopen eruit bestond dat de mens in zijn jeugd leerde om de druk, die de beweging van de aarde op ons uitoefent, te overwinnen. Kinderen en dronkaards zullen, als niemand ze tegenhoudt, automatisch oostwaards lopen, aldus Volf.

Andere dissidenten houden vol dat men zonder ingrijpen altijd westwaards wandelt, tegen de beweging van de aarde in (zoals kinderen op een speelton), teneinde niet op het gelaat te vallen.

Van Wattum?

Belgie bestaat niet dat is afdoende bewezen (zie onze O. O.'s derde jaargang nrs 21 en 22), maar how about Wattum?

Van verschillende kanten (Wildervank, Assen, Breda) bereikten ons aanmerkingen op handreikingen van diverse afnemers met betrekking tot de herkomst van de naam Van Wattum, die in verband met Belgie zijdelings genoemd werd. Het dorpje Wattum nabij Delfzijl? Een gehucht moet het geweest zijn, en het heette niet eens zo, maar we dienen te denken aan Watum, Wathum, Hoogwatum. Kijk maar zeggen deze afnemers in koor, vlakbij ligt niet voor niets de Bocht van Watum. Een diepgravend onderzoek.

Wattum in de bocht

Wattum? Nee. Dat kent hij niet. Maar Watum des te beter, de heer C. Roggekamp, een van de samenstellers van het boek 'Rondom de Delfzijlen'. Hij is amateur-historicus in Delfzijl en weet veel van de geschiedenis van de provincie Groningen. Of de naam Wattum is afgeleid van Watum, dat durft de heer Roggekamp niet te zeggen. Maar wanneer we hem vragen naar de geschiedenis van Watum brandt hij enthousiast los.

"Watum komt voor het eerst voor in de naam 'De Bocht van Watum' en dat is de naam van een vaargeul in de Westelijke Eems. Waar de naam oorspronkelijk vandaan komt, dat is gehuld in de nevelen van de geschiedenis. Rond het jaar 1000 hebben monniken aan de Groningse kust tegenover de Bocht van Watum een stuk land ingedijkt. Daar zijn vervolgens boeren gaan wonen."

"Een van deze boeren slaagde er in een tamelijk machtige positie in het gebied te verwerven. De boerderij van deze familie werd steeds fraaier. In de loop van generaties ontwikkelde de boerderij zich tot een zogenaamde 'edele heerd', waarvan de bewoner het recht kreeg om rechtspraak uit te oefenen en om bepaalde benoemingen te plegen, zoals het recht om de dominee en de koster te benoemen" , vertelt Roggekamp. "De naam van deze boerderij was 'Hoogwatum', omdat deze wat hoger lag dan de Bocht van Watum. De bewoners maakten uiteindelijk deel uit van de Groningse landadel, de jonkers."

"Aan het eind eind van de achttiende eeuw was Hoogwatum een zeer fraaie boerderij met een prachtige gracht er omheen met enkele arbeiderswoningen vlak er bij. Dit gebouw is blijven staan tot 1945. De laatste bewoner was een boer die actief was in het verzet en aan het eind van de oorlog door de Duitsers werd vermoord. Hij is door de Edelgermanen doodgeschoten op de mesthoop, zijn boerderij ging in vlammen op" , aldus Roggekamp, die Hoogwatum zelf nog heeft gekend.

Na '45 is er een nieuwe boerderij gebouwd, het is nu een gewone naoorlogse boerderij. Er is, aldus Roggekamp, weinig meer te zien dat herinnert aan de geschiedenis van Hoogwatum.

Een belangrijk naslagwerk voor mensen die belangstelling hebben voor de geschiedenis van Groningen is de Groninger Encyclopedie van K. ter Laan uit 1955. Daarin komt de naam Wattum niet voor. Watum wel. Dat is volgens Ter Laan de buurt ten oosten van Spijk onder Bierum. Het gebied dus waar de edele heerd Hoogwatum stond. Ook Ter Laan noemt in zijn encyclopedie Hoogwatum, volgens hem een 'voorname boerderij' die in 1945 door de Duitsers in brand werd geschoten.

Ook in het andere standaardwerk voor wie in de geschiedenis van Groningen is geinteresseerd, 'Historie van Groningen' van H. D. Tjeenk Willink uit 1976, komt de naam Wattum niet voor. Watum wel. Maar een grote rol heeft het in de geschiedenis van Groningen niet gespeeld want het wordt slechts drie keer genoemd als geografische aanduiding voor de plaats waar een zeedijk eindigt of begint.

Bij het Rijksarchief in Groningen, waar alle belangrijke documenten over de Groningse geschiedenis bewaard worden, kent men evenmin het dorp Wattum. "Ik heb het ook even nagezocht in het standaardwerk van Van der Aa waarin alle plaatsen en gehuchten in heel Nederland in de vorige eeuw worden beschreven. De naam 'Wattum' komt er niet in voor" , zegt Albert Beuse van het Rijksarchief. Onmogelijk is het niet dat Wattum is afgeleid van Watum, zegt hij. Maar Wattum kan net zo goed afkomstig zijn van Wartum in Gelderland. Degene in de provincie Groningen die het zou kunnen weten is de oud-hoofdredacteur van de Winschoter Courant, Simon van Wattum. Maar helaas, zo laat hij weten, hij heeft geen idee waar zijn achternaam vandaan komt.

Hans de Preter

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden