En, laat je hem dopen?

Beeld Gemma Pauwels

Als Trouw-redacteur Emiel Hakkenes voor het eerst vader wordt, stellen zijn ouders hem een confronterende vraag.

Ik heb gegild als een speenvarken. In een wit jurkje lag ik in de armen van mijn grootmoeder van moeders kant en bracht haar ernstig in verlegenheid. Ze wiegde me heen en weer, suste 'ssssh' in mijn oor en voelde honderd paar ogen van achteren op zich gericht. Mijn broer en zus wierpen af en toe trots maar licht gegeneerd een blik opzij, naar mij en naar mijn tweelingzusje - ook in een wit jurkje, stil en zoet in de armen van de andere oma. Maar bovenal probeerde iedereen om het hardst onverstoorbaar te doen, de blik strak gericht op het psalmboek.

Het was half tien 's ochtends op een zondag in februari 1978 en mijn ouders hielden hun twee nakomertjes ten doop in de gereformeerde kerk. Mijn vader in een blauw pak, moeder in een fleurige jurk en hun twee oudsten in het net. De dominee had bakkebaarden. De foto's die eerder die ochtend thuis zijn gemaakt ademen stuk voor stuk de sfeer van de jaren zeventig: twee baby's op aankleedkussens met grote oranje bloemmotieven, op de achtergrond een schrootjeswand met een sanseveria ervoor.

Mijn vader haalt herinneringen op aan die zondag terwijl hij een hap neemt van een beschuit met blauwe en witte muisjes. Mijn moeder en hij zijn gisteren voor het eerst grootouders geworden. Mijn vrouw heeft een jongen ter wereld gebracht: ruim drieënhalve kilo zwaar en vijftig centimeter groot, alles erop en eraan, een wolk van een zoon. Geëmotioneerd stonden mijn ouders over de wieg gebogen. Een kleinzoon. In een familie vol vrouwen en dochters had de komst van een jongen bijna oudtestamentische proporties: een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven. Een stamhouder, een naamdrager - op het nippertje.

Alle familie was die zondagochtend in 1978 al vroeg van huis gegaan om bij de doopplechtigheid aanwezig te zijn; de kerk zat vol, het was een feestelijke dienst. Waarover de dominee preekte weet niemand meer, want 'och, wat zette Emiel een keel op'. Nu lachen we erom, maar wat had oma het benauwd.

Vijfendertig jaar later is het verhaal opgenomen in het kleine repertoire van familieanekdotes die meerdere keren per jaar worden verteld, steeds weer alsof niemand ze ooit heeft gehoord.

"Het wordt allemaal wel een stuk minder met de kerk", merkt mijn moeder op. Mijn vader is stelliger. "Het is een aflopende zaak. Er komt zowat niemand meer. Als het zo doorgaat, doet de laatste straks het licht uit." In zijn stem hoor ik eerder berusting dan teleurstelling.

Mijn moeder heeft al gauw genoeg van het gesomber. "Mogen we nog even weer bij de baby kijken?" vraagt ze. Ik ga mijn ouders voor de trap op. Vanuit de wieg kijken twee heldere blauwe ogen de kersverse grootouders aan. Dan stelt mijn vader de vraag die hem al een tijd bezig lijkt te houden. Hij kijkt van mijn zoon naar mijn moeder, dan naar mij en weer naar de kleine man in de wieg. "Gaan jullie hem ook laten dopen?"

 
In een familie vol vrouwen en dochters had de komst van een jongen bijna oudtestamentische proporties

Misschien is het verbeelding, maar ik heb de indruk dat deze vraag niet vrijblijvend is. Ik moet kleur bekennen, een positie innemen. Het lijkt wel alsof ik me hier, op sokken tussen de wieg en de commode, en terwijl slaapgebrek en adrenaline om voorrang vechten, dien te verhouden tot minstens twee eeuwen religieuze familietraditie: kerkgang, bidden vóór het eten en bijbellezen erna, trouwen in de kerk, je kind laten dopen.

Mijn moeder streelt haar kleinzoon over zijn babyzachte wang.

"Het schijnt", zegt mijn vader als ik stil blijf, "dat als je je kind niet wilt laten dopen, dat je het in plaats daarvan ook kunt opdragen. Misschien doen ze dat hier ook wel".

"Ik weet het niet", zeg ik, en ik merk dat ik daar veel dingen tegelijk mee bedoel: of de kerk waar ik sta ingeschreven zo'n ritueel kent, of mijn vrouw en ik daar wel behoefte aan zouden hebben, hoe ik moet omgaan met de druk van de religieuze familietraditie, of er meer is tussen hemel en aarde.

"Ik hoop dat jij zulke voor ons toch wezenlijke dingen aan je zoon wilt doorgeven", zei mijn vader een paar maanden geleden.

Terwijl ze naar het jongetje in de wieg kijken, pakt mijn moeder even mijn vaders hand. "Voor zoiets moois mag je echt dankbaar zijn", zegt ze. Mijn vader knikt.

Ik zie hoe mijn ouders leven met een godsgeloof, net als hun ouders en hun grootouders en hun voorouders, tot in de eeuwen der eeuwen, amen. Waarom lukt mij dat zo slecht?

Er is een Joods spreekwoord dat luidt dat de mens een kraal is aan een snoer dat ons verbindt met de generaties voor ons. We maken deel uit van een verhaal. Ik kijk naar mijn zoon en denk: ook jij bent een kraal aan een snoer door de tijd. Maar met wie ben je verbonden? Met je moeder en mij, met je grootouders - maar dan? Dat zou ik willen weten voor ik mijn vaders vraag kan beantwoorden.

Het beeld van het kralensnoer laat me niet los. Ikzelf ben de jongste zoon van de jongste zoon van de jongste zoon van mijn overgrootvader, wiens naam ik draag. Dat is wat ik weet. Maar daarmee ken ik mijn voorouders nog niet. Ik weet nog niets van hun dromen, hun worstelingen, hun God.

Op een zondag in de lente bezoek ik mijn ouders. We zitten aan de ronde tafel in de achterkamer, mijn moeder serveert thee. Ik vraag mijn vader of hij herinneringen aan zijn grootvader heeft. "Nee", zegt hij, "hij was al overleden toen ik werd geboren".

Juist. Na zo'n eerste eenvoudige vraag wordt het me al duidelijk: over de geschiedenis van onze familie zal ik uit de eerste hand weinig kunnen vernemen.

"Maar iemand heeft alles al eens uitgezocht", zegt mijn moeder. "Wist je dat?"

Ze duikt in een van de laden van het grote blankhouten wandmeubel dat de achterkamer van mijn ouderlijk huis domineert. Ik laat mijn blik erover gaan. Her en der staan ingelijste familiefoto's: mijn overleden grootouders, de kleinkinderen, mijn broer op zijn motor. Het zou een van de laatste foto's zijn die er ooit van hem zijn gemaakt.

 
Er is een Joods spreekwoord dat luidt dat de mens een kraal is aan een snoer dat ons verbindt met de generaties voor ons

Mijn moeder heeft een grote witte envelop uit de la opgediept. Ze haalt er een opgevouwen vel papier uit tevoorschijn en spreidt dat uit op de tafel. Verspreid over het papier staan namen en jaartallen in typemachineschrift, tussen de namen zijn met potlood streepjes getrokken.

"Kijk", zegt mijn moeder. "Dat is je stamboom. Je mag die papieren wel meenemen. Dan weet je alles."

Ik laat mijn blik over de namen gaan. Ik zie geboorteplaatsen en sterfdata, feiten en cijfers. Maar nog geen verhaal. Daar moet ik zelf naar op zoek.

Dit is een bewerkt fragment uit het boek 'God van de gewone mensen' van Emiel Hakkenes, dat deze week is verschenen. Uitgeverij Thomas Rap, 320 blz, €18,90

Geloven in Gieten
In 'God van de gewone mensen' beschrijft Emiel Hakkenes de religieuze geschiedenis van Nederland aan de hand van zijn eigen familie. Het boek wordt gepresenteerd in Gieten, het Drentse dorp waar Hakkenes opgroeide. Tijdens de presentatie zal hij uit het boek voorlezen en muziek laten horen. Hoogleraar praktische theologie Henk de Roest houdt een korte lezing en burgemeester Eric van Oosterhout van Aa en Hunze geeft een reactie. Ook Albert Hakkenes, de vader van Emiel en een van de belangrijkste figuren in het boek, geeft zijn visie.

Zondag 27 oktober, 15u. Locatie: Bethlehemkerk, Schoolstraat 23 Gieten. Toegang gratis, met drankje na. Aanmelden en informatie: godvandegewonemensen@gmail.com

De god van dertigers
Voor veel dertigers die zijn opgegroeid in de christelijke traditie van hun ouders, speelt het geloof inmiddels een andere rol: ze braken er radicaal mee, zochten nieuwe 'goden' of verdiepten zich er juist verder in. De Nieuwe Liefde organiseert een thema-avond met vier dertigers over wat de christelijke traditie nog voor hen betekent. Met journalist Emiel Hakkenes, theoloog Rikko Voorberg, cultureel antropoloog Geeske Hovingh en zanger Broeder Dieleman, die tevens live zingt. Gespreksleider: Elsbeth Gruteke (EO radio).

Dinsdag 5 november, 20u. De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102 Amsterdam. Toegang €10. Kaartverkoop en informatie via: De Nieuwe Liefde

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden